← België

B. contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 828, 1° en 839 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 828, 1° en 839 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 5 Uit de omstandigheid dat de voorzitter bij de planning van het verdere verloop van een assisenproces rekening houdt met de mogelijkheid van een debat over de strafmaat en dit ook aan de juryleden meedeelt, volgt geenszins dat daardoor objectief gezien de verdenking wordt gewekt dat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan worden gedaan; door zo te handelen gaf de voorzitter integendeel blijk van het nastreven van een goede rechtsbedeling. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - BEHANDELING TER ZITTING EN TUSSENARRESTEN. VERKLARING VAN DE JURY Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0251.N S. J.-J. B., verzoeker tot wraking, met als raadsman mr. Johan Platteau, advocaat bij de balie Antwerpen, IN DE ZAAK VAN DE PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, tegen S. B., reeds vermeld, beschuldigde, aangehouden, tevens inzake

  1. K. M., burgerlijke partij,
  2. S. K., burgerlijke partij,
  3. Y. M., burgerlijke partij,
  4. R. V., burgerlijke partij,
  5. Y. M., burgerlijke partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, beoogt de wraking van de voorzitter van het hof van assisen van de provincie West-Vlaanderen in de zaak met notitienummer KO.30.L2.3125/20 (hierna de voorzitter). De voorzitter heeft de door artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde verklaring afgelegd, waarbij hij aangeeft zich niet van de zaak te willen onthouden. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Het wrakingsverzoek
  6. Het wrakingsverzoek is ingediend ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, op 16 februari
  7. Het is ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven.
  8. Het verzoek is gesteund op artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek. In essentie wordt aangevoerd dat: - de raadslieden van de verzoeker op de eerste procesdag na de voorlezing van de akte van beschuldiging duidelijk hebben aangegeven de beschuldiging te zullen betwisten; - op de openbare rechtszitting van 14 februari 2023 de verdere planning van het proces werd besproken, waaruit bleek dat het de bedoeling was het proces vrijdag of in de nacht van vrijdag op zaterdag te beëindigen; - verschillende juryleden aangaven daarmee blij te zijn en de nodige schikkingen te zullen treffen; - op het einde van de openbare rechtszitting van 15 februari 2023 de voorzitter de partijen en de juryleden heeft toegesproken en de juryleden heeft verzocht ermee rekening te houden dat het proces niet vrijdag maar maandag zou eindigen; - de voorzitter heeft meegedeeld dat de lengte van de pleidooien daarbij belangrijk is, dat hij wilde vermijden dat het proces zou uitlopen tot middernacht, dat er na de pleidooien over de schuldvraag in samenspraak met de jury zou worden beslist of het debat over de strafmaat aansluitend zou gebeuren of pas maandag en dat indien een meerderheid van de juryleden kenbaar zou maken te willen voortdoen met het debat over de strafmaat hij zich daar naar zou schikken; - de voorzitter daarbij geen voorbehoud maakte dat zulks enkel zou gebeuren in het geval de jury de eiser schuldig zou verklaren; - de voorzitter zodoende liet uitschijnen dat er een debat over de strafmaat zou komen, minstens dat hij dit verwachtte; - de voorzitter zodoende blijk gaf van zijn standpunt vooraleer de partijen hun verdediging hebben kunnen voordragen; - het duidelijk is dat de houding van de voorzitter twijfelende juryleden kan hebben beïnvloed. Het antwoord van de voorzitter
  9. De voorzitter heeft in de door artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde akte geantwoord dat: - de raadslieden van de verzoeker na de voorlezing van de akte van beschuldiging het oogmerk om te doden hebben betwist, alsook hebben voorgehouden dat er zware gewelddaden tegen de beschuldigde zouden zijn gepleegd; - op het einde van de openbare rechtszitting van 14 februari 2023 de raadsman van drie burgerlijke partijen heeft gevraagd of het de bedoeling was het proces vrijdag af te handelen; - hij daarop heeft geantwoord dat dit in principe de bedoeling was maar dat zulks afhankelijk was van de duur van het debat, meer bepaald de pleittijd die alle partijen voor ogen hadden; - de jury op dat ogenblik niet werd bevraagd en dat niet mondeling met de jury in overleg werd getreden; - de zinssnede in de wrakingsakte “verschillende juryleden hebben aangetoond daar blij mee te zijn en de nodige schikkingen te zullen treffen” geen steun vindt in de feiten of vaststellingen; - de raadsman van de verzoeker toen op de openbare rechtszitting in de marge meedeelde zaterdag op (vlieg)reis te vertrekken; - de voorzitter op het einde van de openbare rechtszitting van woensdag 15 februari 2023 de partijen verzocht op voorhand al eens na te denken over de duurtijd van hun pleidooien en hij daarbij uitdrukkelijk heeft gezegd dat het geenszins de bedoeling was om hen in hun pleidooien-spreektijd te beperken en dat er geen tijdsbeperkingen zouden worden opgelegd; - daaraan werd toegevoegd dat indien, na de pleidooien over de schuld, het beraad op vrijdag zeer lang zou uitlopen er met de jury zou worden overlegd betreffende het mogelijke of eventueel verdere verloop van het proces op vrijdag of op maandag; - er aldus op geen enkel moment werd te kennen gegeven dat een debat over de strafmaat werd verwacht, laat staan dat dit een zekerheid was; - er met toepassing van artikel 281, § 1, Wetboek van Strafvordering zo louter praktisch werd tegemoet gekomen aan de plicht tot begeleiding van de juryleden en dit alles kadert in een loutere aanzet tot praktische afspraken. De gegrondheid van het wrakingsverzoek
  10. Artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter kan worden gewraakt wegens gewettigde verdenking.
  11. Er is gewettigde verdenking indien de aangevoerde feiten bij de verzoeker tot wraking, de partijen en derden de verdenking kunnen wekken dat de betrokken magistraat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen. Die verdenking moet evenwel objectief gerechtvaardigd zijn.
  12. De rechter wordt vermoed onafhankelijk en onpartijdig te zijn. Dit vermoeden is weerlegd indien uit vaststaande feitelijke gegevens het tegendeel blijkt.
  13. Artikel 839 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat indien de verzoeker tot wraking geen bewijs door geschriften of geen begin van bewijs levert, de wraking kan worden verworpen op de eenvoudige verklaring van de rechter dan wel een getuigenbewijs kan worden bevolen.
  14. Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 10 februari 2023 (voormiddag) blijkt dat de raadsman van de verzoeker de beschuldiging heeft betwist zoals nader gespecificeerd in het antwoord van de voorzitter.
  15. De processen-verbaal van de rechtszitting van 14 februari 2023 (namiddag) en 15 februari 2023 (namiddag) maken geen melding van de feitelijkheden betreffende de verdere planning van het proces, zoals voorgehouden in de wrakingsakte. Evenmin blijkt dat de raadslieden van de verzoeker hebben gevraagd hen akte te verlenen van het zich hebben voorgedaan van bepaalde feitelijkheden.
  16. Het Hof acht in het licht van het voorgaande het bevelen van een getuigenonderzoek in deze zaak niet nuttig voor zijn oordeelsvorming. Het beoordeelt het wrakingsverzoek dan ook uitgaande van de vermeldingen opgenomen in de processen-verbaal van de rechtszittingen van het hof van assisen en in het antwoord van de voorzitter. De door de verzoeker ter rechtszitting van het Hof neergelegde krantenartikelen laten niet toe anders te oordelen. Ze kunnen niet als betrouwbaar bewijs van de aanvoeringen van de verzoeker in aanmerking worden genomen.
  17. Uit het voorgaande volgt verder dat niet blijkt dat de voorzitter heeft aangegeven tegenover de partijen en de juryleden dat er zeker een debat over de strafmaat zou volgen.
  18. Uit de omstandigheid dat de voorzitter bij de planning van het verdere verloop van een assisenproces rekening houdt met de mogelijkheid van een debat over de strafmaat en dit ook aan de juryleden meedeelt, volgt geenszins dat daardoor objectief gezien de verdenking wordt gewekt dat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan worden gedaan. Door zo te handelen gaf de voorzitter integendeel blijk van het nastreven van een goede rechtsbedeling.
  19. Het wrakingsverzoek is ongegrond. Dictum Verwerpt het wrakingsverzoek. Zegt dat overeenkomstig artikel 838, laatste lid, Gerechtelijk Wetboek de griffier dit arrest zal ter kennis brengen van de partijen per gerechtsbrief. Veroordeelt de verzoeker tot de kosten. Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 28 februari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.19 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141209.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170328.8 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190403.3 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.19 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.26 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.11 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.15 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241220.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.