← België

W.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.8 Rolnummer: P.22.1682.N Zaak: W. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-03-03 Raadplegingen: 3099 - laatst gezien 2026-06-18 17:24 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het loutere feit van de betaling van een door de procureur des Konings voorgestelde minnelijke schikking nadat de zaak reeds bij het vonnisgerecht aanhangig is gemaakt of de betaling van een minnelijke schikking waarvoor de procureur des Konings de betalingstermijn heeft verlengd nadat de zaak bij het vonnisgerecht werd aanhangig gemaakt, zonder dat het vonnisgerecht die minnelijke schikking heeft bekrachtigd, brengt geen verval van de strafvordering mee

(1).
(1)Noot. Over het verval van de strafvordering door minnelijke schikking (art. 216bis Sv.) zie Cass. 9 september 2020, AR P.20.0358.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200909.2F.13, AC 2020, nr. ; A. BAILLIEUX, “Afwezigheid daadwerkelijke rechterlijke controle bij minnelijke schikking levert ongrondwettigheid op”, NJW 2016, 678-679; M.-A BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021, 277-279 ; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel & Svacina, 2022, 826-
  1. Het OM adviseerde het Hof tot verwerping van het cassatieberoep om reden dat 1°het middel verplicht tot een onderzoek naar feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en 2°uit het louter toezenden door de procureur des Konings van een kopie van een eerder toegezonden minnelijke schikking niet kan worden afgeleid dat de procureur des Konings een nieuwe minnelijke schikking heeft voorgesteld dan wel de betalingstermijn voor een reeds eerder toegestuurde minnelijke schikking heeft verlengd, waardoor het vonnis dat die reden aanneemt om de strafvordering niet vervallen te verklaren naar recht is verantwoord (BDS). Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 216bis, § 2, eerste en elfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 216bis, § 2, eerste en elfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1682.N Y. M. E. W., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 122 bus 14, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 4 november
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 216bis Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de strafvordering niet is vervallen; de eiser heeft immers de minnelijke schikking betaald op 25 januari 2022; op de rechtszitting van 2 november 2021 voor de eerste rechter werd de zaak uitgesteld opdat de eiser de minnelijke schikking alsnog zou kunnen betalen; de procureur des Konings stuurde op 24 december 2021 een e-mail met de melding “In bijlage minnelijke schikking t.b.v. 250 euro op naam van uw cliënt Y. W. Het was technisch niet mogelijk om een nieuwe minnelijke schikking op te stellen op datum van vandaag, maar de betalingsgegevens en de mededeling rechts onderaan blijven dezelfde. Mijn administratieve diensten hebben tevens een mail verstuurd aan de diensten van Crossborder met het expliciet verzoek om deze betaling zeker te koppelen aan het juiste dossier”; uit die communicatie blijkt ondubbelzinnig dat de procureur des Konings gebruik heeft gemaakt van zijn recht een nieuwe minnelijke schikking voor te stellen, minstens dat de procureur des Konings de betalingstermijn voor een eerder toegestuurde minnelijke schikking heeft verlengd.
  4. Uit artikel 216bis, § 2, eerste lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat de procureur des Konings een minnelijke schikking kan voorstellen of de betalingstermijn voor een reeds voorgestelde minnelijke schikking kan verlengen ook indien de zaak reeds aanhangig is gemaakt bij het vonnisgerecht, voor zover er nog geen eindvonnis of eindarrest is gewezen. Volgens artikel 216bis, § 2, elfde lid, Wetboek van Strafvordering vervalt in dat geval de strafvordering slechts nadat de minnelijke schikking door de bevoegde rechter werd bekrachtigd.
  5. Het loutere feit van de betaling van een door de procureur des Konings voorgestelde minnelijke schikking nadat de zaak reeds bij het vonnisgerecht aanhangig is gemaakt of de betaling van een minnelijke schikking waarvoor de procureur des Konings de betalingstermijn heeft verlengd nadat de zaak bij het vonnisgerecht werd aanhangig gemaakt, zonder dat het vonnisgerecht die minnelijke schikking heeft bekrachtigd, brengt geen verval van de strafvordering mee. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Daaruit volgt dat het middel, al was het gegrond, niet tot cassatie kan leiden en bijgevolg bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 28 februari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200909.2F.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.