id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.9 Rolnummer: P.22.1559.N Zaak: A. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-03-03 Raadplegingen: 797 - laatst gezien 2026-06-15 16:14 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Artikel 12.2 Wegverkeersreglement bepaalt dat de bestuurder die een kruispunt oprijdt dubbel voorzichtig moet zijn ten einde alle ongevallen te voorkomen; deze verplichting geldt ook op een kruispunt uitgerust met verkeerslichten en zulks ongeacht de stand van die lichten; ook de bestuurder die onder groen licht het kruispunt oprijdt, is gehouden tot deze verplichting van bijzondere voorzichtigheid en waarvan de niet-inachtneming een fout oplevert
(1).
(1)Cass. 23 juni 2000, AR C.99.0421.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000623.9, AC 2000, nr. 398; Cass. 18 oktober 1994, AR P.93.1558.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941018.11, AC 1994, nr.
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 12 - Artikel 12.2 Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 12.2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1559.N I
- Y. A., burgerlijke partij,
- M. F., burgerlijke partij,
- A. A., burgerlijke partij,
- A. M., burgerlijke partij,
- Y. A., burgerlijke partij,
- N. A., in eigen naam en als vertegenwoordiger van zijn minderjarige kinderen H. en N. A., burgerlijke partij,
- S. P., in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar minderjarige kinderen H. en N. A., burgerlijke partij,
- F. A., burgerlijke partij,
- H. A., burgerlijke partij,
- J. A., burgerlijke partij,
- R. A., burgerlijke partij,
- K. A., burgerlijke partij,
- F. A., burgerlijke partij, eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie en bijgestaan door mr. Abderrahim Lahlali, advocaat bij de balie Antwerpen, II R. A., in eigen naam en als vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen, B. en R. A.; burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Ali Fadili, advocaat bij de balie Antwerpen, de beide cassatieberoepen tegen V. M. D. L., beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 21 oktober
- De eisers I voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiseres II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel, tweede onderdeel van de eisers I en tweede middel, tweede onderdeel van de eiseres II
- Het tweede onderdeel van het tweede middel van de eiseres II voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 418 en 419 Strafwetboek, de artikelen 8.1.1°, 4° en 5°, 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek, de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek en de artikelen 10.1.1° en 3°, en 12.2, Wegverkeersreglement: de enkele omstandigheid dat M.A. een mogelijke fout heeft begaan waardoor hij niet voorrangsgerechtigde was, sluit alleszins niet noodzakelijk enig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid bij de verweerster uit; de redenen van het bestreden vonnis sluiten niet ieder oorzakelijk verband uit tussen een mogelijke fout van de verweerster en de schadelijke gevolgen van het ongeval, hoewel de appelrechters hiertoe door de omstandige aanvoeringen op dat punt van de eisers waren uitgenodigd en niettegenstaande zij gelet op de vervolging wegens onopzettelijke doding alle fouten in aanmerking moeten nemen die dat gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg kunnen opleveren, in voorkomend geval ook alle overtredingen van het Wegverkeersreglement. Het tweede onderdeel van het middel van de eisers I heeft onder meer dezelfde strekking.
- Artikel 12.2 Wegverkeersreglement bepaalt: “De bestuurder die een kruispunt oprijdt moet dubbel voorzichtig zijn ten einde alle ongevallen te voorkomen.” Deze verplichting geldt ook op een kruispunt uitgerust met verkeerslichten en zulks ongeacht de stand van die lichten. Ook de bestuurder die onder groen licht het kruispunt oprijdt, is gehouden tot deze verplichting van bijzondere voorzichtigheid en waarvan de niet-inachtneming een fout oplevert.
- Het bestreden vonnis oordeelt: “… reed [de verweerster] voorbij het verkeerslicht in groene fase” en “Het is weliswaar mogelijk dat [de verweerster] een fout beging in oorzakelijk verband met het ongeval en de daaruit volgende schade maar deze mogelijke piste kan niet met zekerheid worden gestaafd. De door de [eisers] aan [de verweerster] verweten fouten zijn alle gebaseerd op de premisse dat [M.A.] het verkeerslicht in groene fase voorbijreed. Omdat deze premisse niet met zekerheid in overeenstemming is met de realiteit, zijn de conclusies getrokken op basis van onder meer deze premisse evenmin zekerheden.”
- Uit de enkele omstandigheid dat het niet met zekerheid vaststaat dat M.A. onder dekking van groen licht het kruispunt is opgereden, kunnen de appelrechters niet zonder schending van artikel 12.2 Wegverkeersreglement afleiden dat de verweerster, die uit de tegenovergestelde rijrichting dit kruispunt kwam opgereden onder dekking van groen licht om vervolgens links af te slaan, geen enkele fout kan hebben begaan. De onderdelen zijn in zoverre gegrond. Overige grieven
- De grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre het de hogere beroepen van de eisers I en de eiseres II ontvankelijk verklaart en de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers I en de eiseres II elk tot een tiende van de kosten van hun cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten in het geheel op 1.186,01 euro, waarvan de eiser I 190,05 euro is verschuldigd en de eiseres II 166,96 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 28 februari 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941018.11 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000623.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div