id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230306.3N.6 Rolnummer: C.22.0128.N Zaak: BOUWBEDRIJF VMG-DE COCK c. Provincie Oost-Vlaanderen Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-25 Raadplegingen: 1656 - laatst gezien 2026-06-19 00:56 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230306.3N.6 Fiches 1 - 2 Verwerpingsarresten van de Raad van State hebben een relatief gezag van gewijsde krachtens een algemeen rechtsbeginsel van administratief recht; artikel 23 Gerechtelijk Wetboek is hierop niet van toepassing
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van administratief recht betreffende het gezag van gewijsde van arresten van de Raad van State Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van administratief recht betreffende het gezag van gewijsde van arresten van de Raad van State Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 De verwerping van een beroep tot nietigverklaring door de Raad van State houdt niet in dat de betreffende akte of reglement geen enkele onwettigheid inhoudt of dat zij foutloos werd genomen; het gezag van gewijsde van een verwerpingsarrest geldt slechts ten aanzien van dezelfde feiten, als deze die in een navolgend geding aan de rechter worden voorgelegd en die volgens dezelfde rechtsnorm zijn beoordeeld
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 14 december 2015, AR S.10.0216.F ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151214.4, AC 2015, nr. 746 met concl. van advocaat-generaal Genicot. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Algemeen Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van administratief recht betreffende het gezag van gewijsde van arresten van de Raad van State Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van administratief recht betreffende het gezag van gewijsde van arresten van de Raad van State Fiche 5 Aan het gezag van gewijsde van een verwerpingsarrest van de Raad van State doen geen afbreuk argumenten die een partij, zonder een afzonderlijk middel te vormen, in het licht van de als geschonden aangevoerde wetsbepaling voor de Raad van State heeft aangevoerd ter staving van haar beroep tot nietigverklaring, maar niet door de Raad van State zijn beoordeeld
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van administratief recht betreffende het gezag van gewijsde van arresten van de Raad van State Annotaties Publicaties: NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2024, nr. 503, p. 526-
- - COPPENS, Alain; Noot'Gezag van gewijsde van een verwerpingsarrest van de raad van state' Tekst van de beslissing Nr. C.22.0128.N BOUWBEDRIJF VMG – DE COCK nv, met zetel te 9100 Sint-Niklaas, Industriepark-West 55, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0433.430.444, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen PROVINCIE OOST-VLAANDEREN, vertegenwoordigd door de deputatie, in de persoon van de gouverneur, met kantoor gevestigd te 9000 Gent, Gouvernementstraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.725.795, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de verweerster woonplaats kiest. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 20 oktober
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 9 februari 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 14 februari 2023 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel in zijn geheel
- Krachtens artikel 144 Grondwet behoren geschillen over burgerlijke rechten bij uitsluiting tot de bevoegdheid van de rechtbanken. De wet kan echter, volgens de door haar bepaalde nadere regels, de Raad van State of de federale administratieve rechtscolleges machtigen om te beslissen over de burgerrechtelijke gevolgen van hun beslissingen.
- Krachtens artikel 568 Gerechtelijk Wetboek neemt de rechtbank van eerste aanleg kennis van alle vorderingen, behalve die welke rechtstreeks voor het hof van beroep en het Hof van Cassatie komen.
- Krachtens artikel 14, § 1, Wet Raad van State doet de afdeling bestuursrechtspraak, indien het geschil niet door de wet aan een ander rechtscollege wordt toegekend, bij wijze van arrest uitspraak over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden.
- Verwerpingsarresten van de Raad van State hebben een relatief gezag van gewijsde krachtens een algemeen rechtsbeginsel van administratief recht. Artikel 23 Gerechtelijk Wetboek is hierop niet van toepassing. De verwerping van een beroep tot nietigverklaring door de Raad van State houdt niet in dat de betreffende akte of reglement geen enkele onwettigheid inhoudt of dat zij foutloos werd genomen. Het gezag van gewijsde van een verwerpingsarrest geldt slechts ten aanzien van dezelfde feiten, als deze die in een navolgend geding aan de rechter worden voorgelegd en die volgens dezelfde rechtsnorm zijn beoordeeld. Aan dat gezag van gewijsde doen geen afbreuk argumenten die een partij, zonder een afzonderlijk middel te vormen, in het licht van de als geschonden aangevoerde wetsbepaling voor de Raad van State heeft aangevoerd ter staving van haar beroep tot nietigverklaring, maar niet door de Raad van State zijn beoordeeld.
- In haar appelconclusie voert de eiseres aan dat haar argumentatie, tot staving van de door haar aangevoerde schending van artikel 19 KB Overheidsopdrachten, door de Raad van State volledig buiten beschouwing werd gelaten omdat deze beweerdelijk laattijdig werd ontwikkeld.
- Zonder dienaangaande te worden bekritiseerd, stelt de appelrechter vast en oordeelt hij dat: het beroep door de eiseres ingesteld op 22 januari 2002 voor de Raad van State strekte tot de nietigverklaring van het besluit van de Bestendige deputatie van de verweerster van 31 oktober 2001 tot gunning ingevolge openbare aanbesteding van de aanneming voor verbouwingswerken, op basis van het bestek 1999-031, en van de beslissing van 31 oktober 2001 tot de niet-selectie van de eiseres als laagste regelmatige inschrijver; de aan het oordeel van de appelrechter onderworpen vordering ertoe strekt de verweerster te veroordelen om aan de eiseres een bedrag te betalen van 168.531,14 euro, meer de gerechtelijke interest aan de wettelijke rentevoet vanaf 23 januari 2006 tot op moment van volledige betaling; niet alleen voor de Raad van State maar ook voor de burgerlijke rechter dus eigenlijk hetzelfde wordt gevraagd, met name het horen vaststellen van de nietigheid van de vereisten opgenomen in het bestek en op basis waarvan door het ontbreken ervan de gunning niet kon worden verleend; centraal in de procedure voor de Raad van State maar ook in de thans ingestelde procedure de vraag staat of de aanbestedende overheid het voorleggen van een ISO-9002-attest en een VCA-attest kon en mocht vragen; de vordering tot het verkrijgen van een schadevergoeding in deze procedure immers duidelijk geënt is op het voorafgaand op te lossen vraagstuk van de “rechtmatigheid” en “rechtsgeldigheid” van de vereisten die de aanbestedende overheid had opgelegd als criterium om als inschrijver kans te maken op een gebeurlijke gunning; de eiseres eigenlijk beoogt, net als in de procedure voor de Raad van State, dat de door het bestek vereiste attesten VCA en ISO-9002 niet zijn begrepen in de limitatieve opsomming opgenomen in het artikel 19 KB Overheidsopdrachten, van toepassing op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing; de Raad van State deze onderliggende rechtsvraag, voorwerp van het vernietigingsberoep maar onderliggend ook van de thans ingestelde vordering tot het verkrijgen van een schadevergoeding, heeft ontmoet en beoordeeld; het bijgevolg onbetwistbaar vaststaat dat de Raad van State zich over deze rechtmatigheid en rechtsgeldigheid van het vragen en/of voorleggen van voornoemde attesten heeft gebogen en hierover een duidelijk standpunt heeft ingenomen waaraan een gezag van gewijsde kleeft; de Raad van State in de relatie tussen de partijen een oordeel heeft geveld over de regelmatigheid en rechtmatigheid van het in het bestek opnemen van het voorleggen van bepaalde attesten en hierover heeft gesteld dat dit rechtmatig was.
- Op grond van de in ro 4 weergegeven in de plaats gestelde redenen en met voormelde redenen, oordeelt de appelrechter naar recht dat: dezelfde betwisting niet nogmaals voor de burgerlijke rechter kan worden gevoerd zonder het aan de beslissing van de Raad van State verbonden gezag van gewijsde te miskennen; het al dan niet inwilligen van de thans gestelde vordering tot het verkrijgen van een schadevergoeding afhankelijk is van een voorafgaand oordeel over de rechtmatigheid van de voorlegging in het bestek van de voornoemde attesten en de Raad van State hierover reeds op definitieve en ondubbelzinnige wijze heeft geoordeeld zodat het hof van beroep, net als de eerste rechter, hier botst op het aan deze uitspraak verbonden gezag van gewijsde; het feit dat met betrekking tot deze specifieke wetschending bepaalde andere argumenten kunnen worden ingeroepen, die niet aan het oordeel van de Raad van State zijn onderworpen, hieraan geen afbreuk doet vermits hoe dan ook, over dit geschilpunt, reeds definitief werd geoordeeld.
- In zoverre het middel een schending van de artikelen 23 en 25 Gerechtelijk Wetboek aanvoert, kan het, al was het gegrond, niet tot cassatie leiden en is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat een verwerpingsarrest van de Raad van State louter voor de Raad van State gezag van gewijsde heeft zodat het enkel verhindert dat tussen dezelfde partijen voor de Raad van State dezelfde middelen worden opgeworpen, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat het gezag van gewijsde van een verwerpingsarrest van de Raad van State de eiseres niet kon verhinderen om voor de burgerlijke rechter argumenten aan te voeren die, zonder een afzonderlijk middel te vormen, in het licht van de als geschonden aangevoerde wetsbepaling voor de Raad van State zijn aangevoerd ter staving van het beroep tot nietigverklaring, maar niet door de Raad van State zijn beoordeeld, kan het niet worden aangenomen.
- Voor het overige is het middel, in elk van zijn onderdelen, afgeleid en bijgevolg niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 775,07 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 6 maart 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230306.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230306.3N.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151214.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div