← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAF - ZWAARSTE STRAF Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1680.N D. A. A., beklaagde, eiser, met als raadsman Nicholas De Mot, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 15 november

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSINGEN VAN HET HOF Beoordeling Eerste en derde middel
  2. Het eerste middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt dat de redelijke termijn is overschreden maar verzwaart de aan de eiser opgelegde straf door de beroepsverboden op te leggen voor een termijn van zeven jaar waar de eerste rechter die slechts had opgelegd voor een termijn van vijf jaar; voor de eiser is de straf verzwaard omdat voor hem de beroepsverboden zwaarder doorwegen dan de opgelegde hoofdgevangenisstraf. Het derde middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: het arrest verzwaart de bestraffing van de eiser in vergelijking met het beroepen vonnis zonder eenparigheid van stemmen.
  3. Om na te gaan of er een strafverzwaring is in de zin van de in het middel vermelde bepalingen, moeten in de eerste plaats de door de eerste rechter en het appelgerecht opgelegde hoofdstraffen worden vergeleken. Indien het appelgerecht een lagere hoofdstraf uitspreekt dan die werd opgelegd door de eerste rechter is er geen strafverzwaring en dit ongeacht de uitgesproken bijkomende straffen en hun maat. Het subjectief aanvoelen door de veroordeelde zwaarder te zijn gestraft door een verzwaring van de bijkomende straffen, ondanks een vermindering van de opgelegde hoofdstraf, doet hieraan geen afbreuk. In zoverre de middelen uitgaan van een andere rechtsopvatting, falen ze naar recht.
  4. Het arrest oordeelt dat “er een (beperkte) overschrijding is van de redelijke termijn, zodat het passend voorkomt om de op te leggen bestraffing te verminderen tot een gevangenisstraf van tien maanden en een geldboete van 500,00 euro” en vermindert de aan de eiser opgelegde bestraffing in vergelijking met de door het beroepen vonnis opgelegde bestraffing. Aldus legt het arrest een door het artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering vereiste reële en meetbare strafvermindering op als rechtsherstel voor het overschreden zijn van de redelijke termijn en is de door artikel 211bis Wetboek van Strafvordering bepaalde eenstemmigheid niet vereist. In zoverre kunnen de middelen niet worden aangenomen. Tweede middel
  5. Het middel voert miskenning aan van de motiveringsverplichting: het arrest motiveert niet waarom de beroepsverboden voor een langere termijn moeten worden opgelegd dan de termijn bepaald in het beroepen vonnis, ondanks de overschrijding van de redelijke termijn; de motivering is tegenstrijdig doordat het arrest enerzijds vaststelt dat de redelijke termijn is overschreden en het anderzijds één van de bijkomende straffen verzwaart.
  6. Zoals blijkt uit het antwoord op het eerste en het derde middel verlenen de appelrechters aan de eiser rechtsherstel voor het overschreden zijn van de redelijke termijn door een vermindering van de uitgesproken hoofdgevangenisstraf en straffen zij de eiser niet zwaarder in vergelijking met de door het beroepen vonnis opgelegde bestraffing. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de eiser zwaarder wordt gestraft dan met het beroepen vonnis, mist het feitelijke grondslag.
  7. De appelrechter moet niet motiveren waarom hij anders straf dan de eerste rechter en dus ook niet waarom hij in vergelijking met het beroepen vonnis een bijkomende straf verzwaart. Hij moet enkel de door hem opgelegde straffen en maatregelen en de maat ervan, als de wet die aan zijn vrije beoordeling overlaat, nauwkeurig met redenen omkleden. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 153,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 7 maart 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230307.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211026.2N.12 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220420.2F.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220517.2N.3 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220420.2F.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230124.2N.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.