id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.13 Rolnummer: P.22.1683.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-03-16 Raadplegingen: 979 - laatst gezien 2026-06-18 17:08 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Een digitale snelheidsmeter van een dienstvoertuig van de verbalisanten is geen automatisch werkend toestel dat wordt gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan; op een dergelijk toestel is artikel 62, tweede tot en met vierde lid, Wegverkeerswet, alsook het KB van 12 oktober 2010 betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten, niet van toepassing. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, tweede tot en met vierde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 12 oktober 2010 betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten - 12-10-2010 - 05 ELI link Pub nr 2010011384 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, tweede tot en met vierde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 12 oktober 2010 betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten - 12-10-2010 - 05 ELI link Pub nr 2010011384 Fiches 3 - 5 De rechter mag het bewijs van een snelheidsovertreding die niet werd vastgesteld met een automatisch werkend toestel en de hoegrootheid van die overtreding laten steunen op alle feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren en indien het eigen zintuigelijke vaststellingen betreft van de verbalisanten ter gelegenheid van de overtreding of kort daarna hebben die bij toepassing van artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet een bijzondere bewijswaarde in die zin dat ze bewezen worden geacht behoudens het tegendeel wordt bewezen
(1).
(1)Zie Cass. 28 november 2012, AR P.12.1054.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121128.3, AC 2012, nr.
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 6 - 8 Tot de zintuigelijke vaststellingen die bij toepassing van artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet een bijzondere bewijswaarde hebben, behoort ook de aflezing van de snelheid van de digitale snelheidsmeter van het dienstvoertuig van de verbalisanten, ter bepaling van de snelheid van een ander voertuig en de omstandigheid dat de geldigheidsduur van het ijkingsattest van het meettoestel aan de hand waarvan de digitale snelheidsmeter van het dienstvoertuig werd gekalibreerd, is vervallen, doet daaraan geen afbreuk; uit de bijzondere bewijswaarde van de aflezing van de met de digitale snelheidsmeter van het dienstvoertuig van de verbalisanten gemeten snelheid volgt evenwel niet dat tot bewijs van het tegendeel vaststaat dat het andere voertuig aan die snelheid reed maar het staat aan de rechter te oordelen op basis van alle hem voorgelegde gegevens waaronder de zintuigelijke vaststellingen van de verbalisanten, of voor het andere voertuig de toegelaten snelheid werd overschreden en in welke mate; het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1683.N K. M. L. V. D. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Johan Durnez, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 18 november
- De eiser voert in een memorie, die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en het koninklijk besluit van 11 oktober 1997 betreffende de goedkeuring en homologatie van de automatisch werkende toestellen (hierna KB 11 oktober 1997): het bestreden vonnis is tegenstrijdig gemotiveerd; het stelt enerzijds vast dat de geldigheid van het ijkingstoestel verliep op 30 april 2020, terwijl de feiten zich voordeden op 3 oktober 2020; het oordeelt anderzijds dat het feit dat het ijkingsattest van het meettoestel was verlopen op het moment van de feiten van geen belang is voor de verrichte vaststellingen; het bestreden vonnis verwijst evenwel niet naar andere elementen dan de vaststelling van de snelheid met het meettoestel; het toestel waarmee de ijking van de snelheidsmeter van een anoniem voertuig is gebeurd, moet op zijn beurt in eerste orde geijkt zijn, overeenkomstig het KB 11 oktober
- Het KB 11 oktober 1997 is opgeheven door artikel 20 van het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten (hierna KB 12 oktober 2010). De thans geldende regeling is sinds 4 november 2010 opgenomen in het KB 12 oktober
- Artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de door de Koning aangewezen overheidspersonen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, de overtredingen vaststellen door processen-verbaal die bewijswaarde hebben zolang het tegendeel niet is bewezen.
- Artikel 62, tweede en derde lid, Wegverkeerswet bepaalt de bijzondere bewijswaarde van vaststellingen die zijn gesteund op materiële bewijsmiddelen die door bemande en onbemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd. Artikel 62, vierde lid, Wegverkeerswet voorziet in een goedkeurings- of homologatieprocedure voor automatisch werkende toestellen die worden gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan en die metingen uitvoeren.
- Het bestreden vonnis (p. 5 en 6) stelt vast dat de snelheid die in de telastlegging A wordt vermeld, werd bepaald aan de hand van de door verbalisanten van de digitale snelheidsmeter van hun dienstvoertuig afgelezen snelheid.
- Een dergelijke snelheidsmeter is geen automatisch werkend toestel dat wordt gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan. Op een dergelijk toestel is artikel 62, tweede tot en met vierde lid, Wegverkeerswet, alsook het KB 12 oktober 2010, niet van toepassing. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- De rechter mag het bewijs van een snelheidsovertreding die niet werd vastgesteld met een automatisch werkend toestel en de hoegrootheid van die overtreding laten steunen op alle feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren.
- Indien het eigen zintuigelijke vaststellingen betreft van de verbalisanten ter gelegenheid van de overtreding of kort daarna hebben die bij toepassing van artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet een bijzondere bewijswaarde in die zin dat ze bewezen worden geacht behoudens het tegendeel wordt bewezen.
- Tot dergelijke zintuigelijke vaststellingen met bijzondere bewijswaarde behoort ook de aflezing van de snelheid van de digitale snelheidsmeter van het dienstvoertuig van de verbalisanten, ter bepaling van de snelheid van een ander voertuig. De omstandigheid dat de geldigheidsduur van het ijkingsattest van het meettoestel aan de hand waarvan de digitale snelheidsmeter van het dienstvoertuig werd gekalibreerd, is vervallen, doet daaraan geen afbreuk.
- Uit de bijzondere bewijswaarde van de aflezing van de met de digitale snelheidsmeter van het dienstvoertuig van de verbalisanten gemeten snelheid volgt evenwel niet dat tot bewijs van het tegendeel vaststaat dat het andere voertuig aan die snelheid reed.
- Het staat aan de rechter te oordelen op basis van alle hem voorgelegde gegevens waaronder de zintuigelijke vaststellingen van de verbalisanten, of voor het andere voertuig de toegelaten snelheid werd overschreden en in welke mate.
- Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis (p. 5) stelt vast wat volgt: - op de […] geldt een snelheidsbeperking tot 50 km/u; - de digitale snelheidsmeter van het dienstvoertuig bedroeg 103 km/u en de Dodge Ram reed ook hier weg van de verbalisanten; - de gecorrigeerde snelheid bedroeg alsdan 88 km/u op basis van de tabel inzake de snelheidsmeting van het dienstvoertuig en in acht genomen de wettelijke correctie van 6 km/u. Het bestreden vonnis (p. 6) oordeelt vervolgens als volgt: - het tegenbewijs van de verrichte vaststellingen die bijzondere bewijswaarde hebben, werd niet geleverd; - de snelheidsmeting van het dienstvoertuig gebeurde op 18 juni 2018 correct door een geijkt toestel waarvan de geldigheid pas verliep op 30 april 2020; - het feit dat het ijkingsattest van het meettoestel was verlopen op het moment van de feiten, is van geen belang bij de verrichte vaststellingen; - de verbalisanten konden de snelheid van hun dienstvoertuig aflezen op de gekalibreerde digitale snelheidsmeter; - zij stelden tijdens het traject vast hoe de Dodge Ram accelereerde en wegreed van hen, hoe ze de kentekenplaat door de gecreëerde afstand niet konden lezen en waar een onaangepaste snelheid werd gevoerd; - ook konden ze vanuit hun dienstvoertuig vaststellen hoe de eiser met zijn Dodge Ram het verhoogde kruispunt van de […] niet dubbel voorzichtig opreed en ook hoe hij de veiligheidsafstand tot zijn voorliggers niet respecteerde; - het is niet objectief aangetoond dat dit onmogelijk was door het hoogteverschil tussen beide voertuigen. Met deze redenen, waaruit blijkt dat de appelrechters enkel een bijzondere bewijswaarde toekennen aan de zintuigelijke waarnemingen van de verbalisanten,, verantwoordt het bestreden de vonnis de schuldigverklaring van de eiser aan het feit van de telastlegging A naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- De aangevoerde tegenstrijdigheid is afgeleid uit de vergeefs aangevoerde onwettigheid en bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM en artikel 62, vierde lid, Wegverkeerswet, alsmede miskenning van het recht op een eerlijk proces: het bestreden vonnis stoelt eisers schuldigverklaring aan de snelheidsovertredingen op de door de verbalisanten op de digitale snelheidsmeter van hun dienstvoertuig afgelezen snelheid; uit de bijgevoegde tabel blijkt evenwel dat de geldigheid van dit snelheidstoestel op het moment van de feiten verlopen was; aldus konden de verbalisanten geen correcte snelheidsmeting aflezen op hun gekalibreerde digitale snelheidsmeter en heeft de vaststelling door de verbalisanten met dit meettoestel geen bijzondere bewijswaarde.
- Het middel is afgeleid uit de vergeefs met het eerste middel aangevoerde onwettigheid en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 14 maart 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121128.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240305.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div