id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.24 Rolnummer: P.23.0348.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2023-03-16 Raadplegingen: 2328 - laatst gezien 2026-06-17 09:47 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 5 Noch artikel 5.4 EVRM, noch de bepalingen van de Voorlopige Hechteniswet noch de algemene rechtsbeginselen van het recht op toegang tot de rechter, het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging verlenen aan een raadsman die een inverdenkinggestelde bijstaat voor het onderzoeksgerecht dat moet oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis, het recht te pleiten zolang als hijzelf nodig acht voor de verdediging van de inverdenkinggestelde; het onderzoeksgerecht kan in het licht van de korte termijn waarbinnen het in zaken van voorlopige hechtenis uitspraak moet doen, de verplichting die op het onderzoeksgerecht rust om te antwoorden op regelmatig ingediende conclusies en het herhaald karakter van de controle door de onderzoeksgerechten en meer in het algemeen de vereiste van een behoorlijke rechtsbedeling, de pleitduur van een raadsman van een inverdenkinggestelde beperken maar bij die beperking moet rekening worden gehouden met de concrete omstandigheden van de zaak zoals onder meer de aard en de complexiteit ervan, de aan de orde zijnde betwistingen, het al dan niet ingediend zijn van conclusies en de stand van de rechtspleging en de beperking mag bovendien ook niet dermate zijn dat ze elk mondeling verweer feitelijk onmogelijk maakt; een partij die van oordeel is dat de haar toegemeten pleitduur te kort is, dient voor het onderzoeksgerecht concreet aan te geven op welke wijze daardoor haar recht van verdediging is miskend. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN ONDERZOEKSGERECHTEN Annotaties Publicaties: JT-Journal des tribunaux - 2023, n° 17, p. 288-
- - LEROY, Antoine; Note'La chique du plaideur doit-elle être coupée?' Juristenkrant-De Juristenkrant - 2023, nr. 467, p.
- - VANWALLEGHEM, Pim; Noot'Pleitduur over hechtenis mag ingeperkt worden, stelt Cassatie' T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk - 2024, nr. 4, p. 250-
- - VAN MOER, Eva; Noot'De rechten van verdediging in een efficiënt procesverloop' Tekst van de beslissing Nr. P.23.0348.N K. B., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Filip De Reuse, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 2 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM en de artikelen 21, § 4, 22, zesde lid, en 30, § 4, Voorlopige Hechteniswet, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van toegang tot de rechter, het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: uit het arrest blijkt duidelijk dat in deze zaak het pleidooi van de eiser werd beperkt tot tien minuten; die inkorting is onrechtmatig; de raadsman van de eiser kreeg niet de mogelijkheid om in zijn pleidooi alle argumenten te bepleiten; de raadsman werd na tien minuten onderbroken door de voorzitter met de kordate vraag zijn pleidooi af te ronden; aldus hebben de appelrechters onmogelijk rekening kunnen houden met de omstandigheden van de zaak en de persoonlijkheid van de eiser en kan er geen geactualiseerd, nauwkeurig en gepersonaliseerd onderzoek zijn geweest; eisers rechten zijn flagrant miskend.
- Noch artikel 5.4 EVRM, noch de bepalingen van de Voorlopige Hechteniswet noch de algemene rechtsbeginselen van het recht op toegang tot de rechter, het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging verlenen aan een raadsman die een inverdenkinggestelde bijstaat voor het onderzoeksgerecht dat moet oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis, het recht te pleiten zolang als hijzelf nodig acht voor de verdediging van de inverdenkinggestelde.
- Het onderzoeksgerecht kan in het licht van de korte termijn waarbinnen het in zaken van voorlopige hechtenis uitspraak moet doen, de verplichting die op het onderzoeksgerecht rust om te antwoorden op regelmatig ingediende conclusies en het herhaald karakter van de controle door de onderzoeksgerechten en meer in het algemeen de vereiste van een behoorlijke rechtsbedeling, de pleitduur van een raadsman van een inverdenkinggestelde beperken. Bij die beperking moet rekening worden gehouden met de concrete omstandigheden van de zaak zoals onder meer de aard en de complexiteit ervan, de aan de orde zijnde betwistingen, het al dan niet ingediend zijn van conclusies en de stand van de rechtspleging. De beperking mag bovendien ook niet dermate zijn dat ze elk mondeling verweer feitelijk onmogelijk maakt.
- Een partij die van oordeel is dat de haar toegemeten pleitduur te kort is, dient voor het onderzoeksgerecht concreet aan te geven op welke wijze daardoor haar recht van verdediging is miskend.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor het onderzoeksgerecht concreet heeft aangegeven op welke wijze de beperking van de pleitduur zijn recht van verdediging heeft aangetast. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 14 maart 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.24 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div