id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.29 Rolnummer: P.23.0360.N Zaak: H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2023-03-16 Raadplegingen: 619 - laatst gezien 2026-06-15 08:12 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De vaststellingen in het arrest dat vermeldt dat het onderzoeksgerecht zelf heeft vastgesteld dat de eiseres door de tolk werd bijgestaan tijdens de voorafgaande ondervraging door de voorzitter en dat de tolk eveneens de inhoud van de vordering van het openbaar ministerie verstaanbaar heeft gemaakt aan de eiseres, hebben bewijswaarde tot inschrijving wegens valsheid; een middel dat opkomt tegen deze vaststellingen door het arrest, is niet ontvankelijk. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Tekst van de beslissing Nr. P.23.0360.N J. H., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiseres, met als raadsman mr. Nelson Vanlocke, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 2 maart
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.3.e EVRM, de artikelen 10 en 11 Grondwet, artikel 184bis Wetboek van Strafvordering en de Taalwet Gerechtszaken: de eiseres kreeg bij de behandeling van de zaak voor de kamer van inbeschuldigingstelling geen correcte en voldoende bijstand van een tolk; bij de vordering van het openbaar ministerie bleef de vertaling grotendeels achterwege, waardoor het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces zijn miskend; het is bovendien niet de taak van de raadsman van de eiseres de gezegdes van het openbaar ministerie te noteren en over te brengen aan de eiseres met behulp van een tolk; de terbeschikkingstelling van een tolk in de relatie eiseres-raadsman dient niet om de gezegdes van het openbaar ministerie te vertolken; het verzuim op de rechtszitting kan niet worden geregulariseerd door dit in de schoenen te schuiven van de raadsman van de eiseres; de rechtszitting moet worden overgedaan; de incompetentie van de tolk miskent het door artikel 6.3.e EVRM gewaarborgde recht op de kosteloze bijstand van een tolk.
- Het middel preciseert niet hoe en waarom het arrest de artikelen 10 en 11 Grondwet en artikel 184bis Wetboek van Strafvordering schendt. Het middel preciseert evenmin welke bepaling van de Taalwet Gerechtszaken het arrest schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Het arrest vermeldt dat het onderzoeksgerecht zelf heeft vastgesteld dat de eiseres door de tolk werd bijgestaan tijdens de voorafgaande ondervraging door de voorzitter en dat de tolk eveneens de inhoud van de vordering van het openbaar ministerie verstaanbaar heeft gemaakt aan de eiseres.
- Deze vaststellingen hebben bewijswaarde tot inschrijving wegens valsheid.
- De eiseres beticht het arrest niet van valsheid.
- In zoverre het middel opkomt tegen deze vaststellingen door het arrest, is het niet ontvankelijk.
- In zoverre het middel aanvoert dat de tolk incompetent was, verplicht het tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 14 maart 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.29 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div