← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.9 Rolnummer: P.22.1740.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-03-16 Raadplegingen: 597 - laatst gezien 2026-06-16 23:32 Fiche Uit artikel 21, eerste lid, eerste zin, Wegverkeerswet en artikel 50, § 1, eerste lid, 4° KB Rijbewijs, volgt dat de afgifte van een nieuw Belgisch rijbewijs ter vervanging van een Belgisch rijbewijs dat werd ingewisseld tegen een Frans rijbewijs dat naderhand door de Franse overheid werd ingetrokken, niet tot gevolg heeft dat de aanvrager moet worden geacht sinds de afgifte van het initiële Belgisch rijbewijs steeds houder te zijn geweest van dit rijbewijs. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 21 Tekst van de beslissing Nr. P. 22.1740.N G. J. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Alain Coulier, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 25 november

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 4 Strafwetboek, artikel 3 van de wet van 15 mei 2012 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregel uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (hierna Wet Wederzijdse Erkenning Vrijheidsbenemende Straffen), de artikelen 21 en 30, § 1, 1°, Wegverkeerswet en de artikelen 21, § 3, tweede lid, 49 en 50, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs (hierna KB Rijbewijs): het bestreden vonnis neemt ten onrechte aan dat de intrekking van eisers Franse rijbewijs gevolgen heeft voor zijn in 2006 afgegeven Belgisch rijbewijs; het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiser door de intrekking van zijn rijbewijs door de Franse overheid geen rijbewijs meer had; artikel 50, § 1, 4°, KB Rijbewijs bepaalt immers dat op eenvoudige vraag een nieuw materieel rijbewijs wordt afgegeven door het gemeentebestuur wanneer het rijbewijs door een buitenlandse overheid werd ingetrokken; overeenkomstig artikel 21, § 3, tweede lid, KB Rijbewijs wordt een nieuw rijbewijs afgegeven, overeenkomstig de procedure voorgeschreven in artikel 49 zonder dat de aanvrager zich moet onderwerpen aan de scholing en een nieuw theoretisch en praktisch examen moet afleggen.
  3. Artikel 4 Strafwetboek, artikel 3 Wet Wederzijdse Erkenning Vrijheidsbenemende Straffen en de artikelen 21, § 3, tweede lid, en 49, KB Rijbewijs zijn vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
  4. Het bestreden vonnis oordeelt niet dat de eiser op het ogenblik van de feiten niet meer over een Belgisch rijbewijs beschikte omdat zijn Franse rijbewijs was ingetrokken, maar wel omdat zijn Belgisch rijbewijs op dat ogenblik was ingewisseld tegen het vermelde Franse rijbewijs. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  5. Volgens artikel 21, eerste lid, eerste zin, Wegverkeerswet mag niemand op de openbare weg een motorvoertuig besturen, tenzij hij houder is van een regelmatig in België afgegeven rijbewijs, of van een buitenlands nationaal of internationaal rijbewijs onder de voorwaarden vastgesteld door de bepalingen die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn. De niet-naleving van die verplichting is strafbaar gesteld door artikel 30, § 1, 1°, Wegverkeerswet.
  6. Volgens artikel 50, § 1, eerste lid, 4°, KB Rijbewijs wordt een nieuw rijbewijs afgegeven in het geval van intrekking van het rijbewijs door een buitenlandse overheid. Volgens artikel 50, § 1, derde lid, KB Rijbewijs heeft een nieuw rijbewijs, afgegeven in de gevallen bedoeld in het eerste lid, een nieuwe administratieve geldigheidsduur, bepaald overeenkomstig artikel 20bis.
  7. Uit deze bepalingen volgt dat de afgifte van een nieuw Belgisch rijbewijs ter vervanging van een Belgisch rijbewijs dat werd ingewisseld tegen een Frans rijbewijs dat naderhand door de Franse overheid werd ingetrokken, niet tot gevolg heeft dat de aanvrager moet worden geacht sinds de afgifte van het initiële Belgisch rijbewijs steeds houder te zijn geweest van dit rijbewijs. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 14 maart 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.