id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023
Art. 427
, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: TUSSENKOMST Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 427
, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 427, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.23.0054.N K. K., vrijwillig tussengekomen partij, eiseres, met als raadsman mr. Koen Vaneecke, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 21 december
- De eiseres voert geen middel aan. Deze beschikking is gewezen bij toepassing van artikel 433 Wetboek van Strafvordering. Advocaat-generaal Alain Winants verleent een eensluidend advies. II. BESLISSING Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: “De partij die cassatieberoep instelt, moet het cassatieberoep laten betekenen aan de partij tegen wie het gericht is. De vervolgde persoon is daartoe evenwel enkel verplicht in zoverre zijn cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering.” Met deze bepaling heeft de wetgever aan de eisers in cassatie een algemene verplichting tot betekening opgelegd, met als enige en dus strikt te interpreteren uitzondering het geval waarbij het cassatieberoep uitgaat van een vervolgde partij tegen een beslissing op de strafvordering zelf en daarmee gelijk te stellen gevallen.
- De eiseres is voor het strafgerecht tussengekomen om zich te verzetten tegen de verbeurdverklaring van een voertuig dat haar eigendom zou zijn. Het arrest wijst die vordering af omdat niet wordt aangetoond dat het voertuig haar eigendom is en omdat zij in elk geval geen derde te goeder trouw is.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres, die geen vervolgde partij is in de zin van artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, haar cassatieberoep heeft laten betekenen aan het openbaar ministerie bij het appelgerecht. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. Dictum Verklaart het cassatieberoep niet toelaatbaar. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 226,11 euro. Gewezen te Brussel op 16 maart
- PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230316.BSAV.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241204.2F.2 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251001.2F.8 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251022.2F.1 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260325.2F.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div