Obsah (4)
Art. 1737Art. 1738Art. 1739Art. 1740id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023
Art. 1737
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1738
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1739
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 1740
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2022-23, nr. 6, p. 219-
- - LENAERTS, Annekatrien; Noot'Slechts éénmaal stilzwijgende wederinhuring mogelijk na beëindiging van een schriftelijk huurcontract van bepaalde duur in het gemene huurrecht' NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2024, nr. 496, p. 133-
- - VAN RANSBEECK, Raf; Noot'Stilzwijgende wederinhuring' Tekst van de beslissing Nr. C.22.0232.N BELGIAN POSTERS nv, met zetel te 1020 Brussel, Chrysantenstraat 18, bus 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0407.581.825, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- G. R.,
- V. A.,
- MEDIAGEUZEN nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Vleminckstraat 10, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0446.586.614, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 23 februari
- Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 1737 Oud Burgerlijk Wetboek eindigt de huur, indien zij bij geschrift is aangegaan, van rechtswege wanneer de bepaalde tijd verstreken is, zonder dat een opzegging is vereist. Krachtens artikel 1738 Oud Burgerlijk Wetboek is er wederinhuring tegen dezelfde voorwaarden, ook wat de duur betreft, indien de huurder, na beëindiging van een voor bepaalde duur bij geschrift gesloten overeenkomst, het goed zonder verzet van de verhuurder verder blijft bewonen. Krachtens artikel 1739 Oud Burgerlijk Wetboek kan de huurder, hoewel hij in het genot gebleven is, zich niet beroepen op een stilzwijgende wederinhuring, wanneer een opzegging is betekend. Krachtens artikel 1740 Oud Burgerlijk Wetboek strekken in het geval van de artikelen 1738 en 1739 de verplichtingen van de borgtocht zich niet uit tot de verplichtingen die uit de wederinhuring ontstaan.
- Uit deze wetsbepalingen volgt dat de stilzwijgende wederinhuring een nieuwe overeenkomst doet ontstaan die, behoudens contractuele afwijking, krachtens artikel 1738 Oud Burgerlijk Wetboek onderworpen is aan dezelfde voorwaarden en dezelfde bepaalde duur als de oorspronkelijke schriftelijke huurovereenkomst. Deze nieuwe huurovereenkomst vormt een mondelinge overeenkomst van bepaalde duur, aangezien het behoud van de voorwaarden uit de oorspronkelijke overeenkomst niet voortvloeit uit een nieuw gesloten schriftelijke overeenkomst, maar uit een wettelijk vermoeden van stilzwijgend akkoord tussen partijen, vervat in artikel 1738 Oud Burgerlijk Wetboek. Indien de huurder, na beëindiging van deze mondelinge huurovereenkomst van bepaalde duur, zonder verzet van de verhuurder het goed verder blijft bezetten, kan niet nogmaals een stilzwijgende wederinhuring plaatsvinden, aangezien wederinhuring, krachtens artikel 1738 Oud Burgerlijk Wetboek, de beëindiging van een schriftelijke huurovereenkomst van bepaalde duur onderstelt.
- Het middel dat geheel ervan uitgaat dat de nieuwe huurovereenkomst die uit de stilzwijgende wederinhuring ontstaat een schriftelijke overeenkomst van bepaalde duur betreft, zodat nogmaals een stilzwijgende wederinhuring intreedt indien de huurder, na de beëindiging van die overeenkomst, zonder verzet van de verhuurder het goed verder blijft bezetten, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op de som van 1.046,92 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 17 maart 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230317.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div