id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230317.1N.4 Rolnummer: C.22.0250.N Zaak: L. contra AG INSURANCE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2023-04-04 Raadplegingen: 1137 - laatst gezien 2026-06-15 11:22 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De verzekeraar is op straffe van verval van zijn recht van verhaal verplicht de verzekeringnemer of, in voorkomend geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit gegrond is; deze verplichting ontstaat op het ogenblik waarop de verzekeraar kennisneemt van de precieze omstandigheden van het ongeval op grond waarvan hij kan beoordelen of de verzekerde de schade heeft veroorzaakt en of er grond bestaat om verhaal in te stellen
(1).
(1)Zie Cass. 16 april 2021, AR C.20.0151.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210416.1N.5, AC. 2021, nr.
- Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 152, tweede lid - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0250.N N. L., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.494.849, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 117/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 10 maart
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 152, tweede lid, Verzekeringswet is de verzekeraar op straffe van verval van zijn recht van verhaal verplicht de verzekeringnemer of, in voorkomend geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit gegrond is. Deze verplichting van de verzekeraar tot kennisgeving ontstaat op het ogenblik waarop deze kennisneemt van de precieze omstandigheden van het ongeval op grond waarvan hij kan beoordelen of de verzekerde de schade heeft veroorzaakt en of er grond bestaat om verhaal in te stellen.
- De rechter oordeelt onaantastbaar over de tijdigheid van de kennisgeving door de verzekeraar. Het Hof gaat niettemin na of de rechter op grond van zijn vaststellingen heeft kunnen besluiten tot de tijdigheid van de kennisgeving.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de verzekeraar zijn kennisgeving heeft verstuurd op 12 januari 2018 nadat hij op 27 september 2017 de identiteit vernam van de voornaamste bestuurder van het voertuig; - rekening moet gehouden worden met de tijd die nodig is voor de admi-nistratieve verwerking van de gegevens in een verzekeringsmaatschappij; - niet blijkt dat de belangen van de eiseres door de kennisgeving 3,5 maanden later op enige wijze zijn geschonden.
- De appelrechter die op deze gronden kon oordelen dat de verweerster tijdig kennis heeft gegeven van haar voornemen om verhaal in te stellen, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 328,29 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 17 maart 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230317.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210416.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div