← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023

Art. 5

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, 21 en 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, 21 en 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, 21 en 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, 21 en 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 5 - 9 Artikel 5.1.c en 5.1.e EVRM, artikel 71 Strafwetboek en artikel 16, § 5, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet beletten het onderzoeksgerecht dat ter gelegenheid van de beslissing over de handhaving van de voorlopige hechtenis oordeelt dat er aanwijzingen zijn dat de inverdenkinggestelde de feiten waarvoor hij is aangehouden heeft gepleegd in een toestand van geestesstoornis, niet vast te stellen dat er tegen hem ernstige aanwijzingen van schuld bestaan en te beslissen dat de voorlopige hechtenis wordt gehandhaafd; uit deze bepalingen volgt evenmin dat het oordeel door het onderzoeksgerecht dat er aanwijzingen zijn dat de inverdenkinggestelde de feiten waarvoor hij is aangehouden heeft gepleegd in een toestand van geestesstoornis, impliceert dat een detentie in een gevangenis onrechtmatig is en dat de inverdenkinggestelde dadelijk zou moeten worden opgenomen in een ziekenhuis of in een andere aangepaste instelling

(1).
(1)NOOT OM. In deze zaak heeft de vrederechter na het bevel tot aanhouding een beslissing genomen, overeenkomstig de Wet van 26 juni 1990, tot opname van eiser in een psychiatrische instelling, waarbij die dwangopname maar kan worden uitgevoerd “vanaf het ogenblik dat aan het aanhoudingsmandaat een einde komt”. Over de voorwaarden van dwangopname (collocatie) en de burgerlijke procedure voor de vrederechter zie F. SWENNEN, Het personen-en familierecht. Een benadering in context, Intersentia, 2021, 253-
  1. Over de ontoerekeningsvatbaarheid (art. 71 SW.) zie Cass. 25 mei 2021, AR P.21.0266.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.10, AC 2021, nr. 379; Cass. 18 maart 1992, AR 9723, AC 1991-92, nr. 382; N. COLETTE-BASECQZ en N. BLAISE, Manuel de droit pénal général, Anthémis, 2016, 368; J. ROZIE en D. VANDERMEERSCH, e.a., Commissie voor de Hervorming van het Strafrecht, Voorstel van voorontwerp van Boek I van het Strafwetboek, Die Keure, 2016, 94; A. DE NAUW en F. DERUYCK, Overzicht van het Belgisch strafrecht, Die Keure, 2017, 98-99; K. HANOUILLE, Internering en toerekeningsvatbaarheid, Intersentia, 2018, 126-211; T. MOREAU en D. VANDERMEERSCH, Eléments de droit pénal, Die Keure, 2018, 174-181; F. KUTY, Principes généraux du droit pénal belge, II, L'infraction pénale, Larcier, 2020, 378, 402 en 413; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel & Svacina, 2022, 343-
  2. (BDS) Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, 21 en 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, 21 en 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, 21 en 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, 21 en 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, 21 en 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0391.N P. C., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 9 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 5.1.c en 5.1.e EVRM, artikel 71 Strafwetboek en artikel 16, § 5, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet: het arrest is niet naar recht verantwoord; volgens artikel 5.1.e EVRM is de detentie wegens een geestesstoornis slechts rechtmatig als ze plaatsvindt in een ziekenhuis of in een andere aangepaste instelling; het onderzoeksgerecht moet ter gelegenheid van de beoordeling van de rechtmatigheid en opportuniteit van de aanhouding bij de eerste handhaving prima facie onderzoeken of de inverdenkinggestelde, zo dit wordt aangevoerd, de feiten heeft gepleegd in een toestand van geestesstoornis die van aard is dat hij niet schuldbekwaam is; als dat het geval is, kan niet wettig worden beslist tot de aanwezigheid van ernstige aanwijzingen van schuld; uit de overwegingen die de appelrechters hebben overgenomen van de beroepen beschikking en van de vordering van de federaal procureur en uit hun eigen overwegingen volgt dat zij vaststellen dat de aan de eiser verweten feiten een gevolg zijn van een geestesstoornis en dat hij door die geestesstoornis zichzelf en derden in gevaar kan brengen; de appelrechters oordelen bovendien dat de intentie om strafbare feiten te plegen kan zijn ontstaan vanuit de onderliggende stoornis, zijnde het moreel element van het misdrijf, zonder dat dit afbreuk doet aan het bestaan van die intentie, waarmee opnieuw het moreel element wordt bedoeld; zij kunnen niet wettig beslissen tot het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld gelet op het rechtstreeks verband tussen de geestesstoornis en de verweten feiten.
  3. Het arrest beslist niet dat aan de aan de eiser verweten feiten een geestesstoornis ten grondslag ligt. Het arrest (p. 7, laatste alinea) oordeelt enkel dat er aanwijzingen zijn dat de eiser aan een geestesstoornis onderhevig is. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  4. Het behoort niet tot de opdracht van het onderzoeksgerecht dat moet oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis, te bepalen of een inverdenkinggestelde de feiten waarvoor hij is aangehouden, heeft gepleegd in een toestand van geestesstoornis. Die beoordeling komt het onderzoeksgerecht toe bij de regeling van de rechtspleging, desgevallend het vonnisgerecht.
  5. Artikel 5.1.c en 5.1.e EVRM, artikel 71 Strafwetboek en artikel 16, § 5, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet beletten het onderzoeksgerecht dat ter gelegenheid van de beslissing over de handhaving van de voorlopige hechtenis oordeelt dat er aanwijzingen zijn dat de inverdenkinggestelde de feiten waarvoor hij is aangehouden heeft gepleegd in een toestand van geestesstoornis, niet vast te stellen dat er tegen hem ernstige aanwijzingen van schuld bestaan en te beslissen dat de voorlopige hechtenis wordt gehandhaafd.
  6. Uit deze bepalingen volgt evenmin dat het oordeel door het onderzoeksgerecht dat er aanwijzingen zijn dat de inverdenkinggestelde de feiten waarvoor hij is aangehouden heeft gepleegd in een toestand van geestesstoornis, impliceert dat een detentie in een gevangenis onrechtmatig is en dat de inverdenkinggestelde dadelijk zou moeten worden opgenomen in een ziekenhuis of in een andere aangepaste instelling.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. Met de redenen die het arrest bevat, verantwoordt het naar recht de beslissing tot handhaving van de voorlopige hechtenis. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 21 maart 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230321.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.