id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230324.1N.8 Rolnummer: F.21.0148.N Zaak: BELGISCHE STAAT, MIN FIN c. SIGNIFY BELGIUM NV Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2023-04-06 Raadplegingen: 1286 - laatst gezien 2026-06-17 05:42 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230324.1N.8 Fiche De aangifte van inkomsten als vrijgestelde inkomsten, waarvan een rechtsvordering uitwijst dat de belastingplichtige onterecht een belastingvrijstelling heeft toegepast, impliceert dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in de zin van artikel 358, § 1, 3°, WIB92; de belastbare inkomsten omvatten immers de bestanddelen die onterecht door de belastingplichtige als vrijgestelde inkomsten werden beschouwd
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagtermijnen Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 358 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.21.0148.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-directeur Gewestelijke Directie BBI Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 5, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen SIGNIFY BELGIUM nv, met zetel 1731 Asse, Z. 1 Researchpark 210, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.138.532, verweerster, met als raadsman mr. Luc De Meyere, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Koning Albertlaan 165, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 27 april
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 17 februari 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Krachtens artikel 358, § 1, 3°, WIB92 mag de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd, zelfs nadat de in artikel 354 bedoelde bepaalde termijn is verstreken, ingeval een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één der vijf jaren vóór het jaar waarin de Administratie kennis krijgt van die gegevens. De aangifte van inkomsten als vrijgestelde inkomsten, waarvan een rechtsvordering uitwijst dat de belastingplichtige onterecht een belastingvrijstelling heeft toegepast, impliceert dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in de zin van artikel 358, § 1, 3°, WIB
- De belastbare inkomsten omvatten immers de bestanddelen die onterecht door de belastingplichtige als vrijgestelde inkomsten werden beschouwd. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: de eiseres inzage heeft genomen van het strafdossier lastens de verweerster na hiertoe de toelating te hebben verkregen op 22 mei 2009; - uit het strafdossier zou zijn gebleken dat er sprake was van simulatie met als doel geen roerende voorheffing op de betaalde interest in België te moeten inhouden en aldus roerende voorheffing zou verschuldigd zijn op de in 2003, 2004 en 2005 betaalde interest; - naar aanleiding van de betaling van de interest tijdens de betrokken aanslagjaren 2003, 2004 en 2005 evenwel telkens een aangifte in de roerende voorheffing werd ingediend waarin de betaalde roerende inkomsten werden opgenomen; - artikel 358 WIB92 in uitzonderingen op de gewone en buitengewone aanslagtermijnen als bepaald in artikel 354 WIB92 voorziet, derhalve strikt moet worden geïnterpreteerd en geenszins ruim mag worden geïnterpreteerd; - het tegendeel niet uit de ontstaansgeschiedenis van artikel 358 WIB92 kan worden afgeleid, want dat uit het gebruik van de term ‘bewimpelde inkomsten’ in de parlementaire voorbereiding slechts kan worden afgeleid dat inkomsten geviseerd worden die verborgen, vermomd werden en zulks geenszins is gelijk te stellen met ‘ontdoken belastingen’; - de tekst van artikel 358, § 1, 3°, WIB92 duidelijk is, niet voor interpretatie vatbaar en veronderstelt dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven en in de mate dat de inkomsten reeds werden aangegeven, artikel 358, § 1, 3°, WIB92 dan ook principieel kan worden toegepast; - om te bepalen wat dient te worden begrepen onder ‘belastbare inkomsten’ in de zin van artikel 358 WIB92 dient te worden uitgegaan van de aard van de belasting die wordt gevestigd en dan ook uit de rechtspraak met betrekking tot andere feitelijke omstandigheden en andere belastingen dan de roerende voorheffing geenszins kan worden afgeleid dat de rechtsvordering in casu heeft uitgewezen dat belastbare roerende inkomsten niet werden aangegeven; - naar oordeel van de eiser onterecht een vrijstelling zou zijn gevraagd, geen afbreuk doet aan de daadwerkelijke aangifte van de roerende inkomsten in de kolom ‘belastbaar bedrag’ van de betrokken aangiften, zelfs indien zou worden vastgesteld dat zulks met opzet gebeurde, en de vermelding in de aangiften van een aanslagvoet van 0 pct. en een bedrag van 0 euro roerende voorheffing, al dan niet terecht, geenszins tot gevolg kan hebben dat de roerende inkomsten toch niet zouden zijn aangegeven, want dat zo niet een voorwaarde zou worden toegevoegd aan artikel 358, § 1, 3°, WIB92 dat de niet-aangifte van belastbare inkomsten vereist, zonder bijkomend te bepalen dat de onterechte aanvraag van een vrijstelling met een niet-aangifte zou moeten worden gelijkgesteld; - de enkele vaststelling dat de belasting, die naar het oordeel van de administratie verschuldigd is, hoger is dan de belasting verschuldigd ingevolge de aangiften, evenmin afbreuk doet aan de daadwerkelijke aangifte van het integrale bedrag aan interesten, vermits artikel 358 WIB92 voorziet in een bijzondere aanslagtermijn indien belastbare inkomsten niet werden aangegeven en niet, zulks in tegenstelling tot artikel 354 WIB92, indien de verschuldigde belasting hoger is dan de belasting met betrekking tot de aangegeven inkomsten, artikel 358 WIB92 dan ook niet van toepassing is indien enkel de verschuldigde belasting hoger is dan aangegeven en zo niet ook hier een voorwaarde aan de wet zou worden toegevoegd; - de inzage in het strafdossier noodzakelijk was om vast te stellen dat ten onrechte een vrijstelling werd gevraagd, naar oordeel van de eiser doelbewust, geen afbreuk doet aan de aangifte van de roerende inkomsten en hoe dan ook de toepassing van artikel 358 WIB92 niet rechtvaardigt. Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing dat in casu geen toepassing kon worden gemaakt van de bijzondere aanslagtermijn van artikel 358, § 1, 3°, WIB92 gelet op de daadwerkelijke en integrale aangifte van de betaalde roerende inkomsten in toepassing van artikel 312 WIB92 juncto artikel 85, eerste lid, KB/WIB92, niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 24 maart 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230324.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230324.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div