id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023
Artt. 193 en 210bis, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Wettelijke bepalingen:
Artt. 193 en 210bis, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: INFORMATICA Wettelijke bepalingen:
Artt. 193 en 210bis, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen:
Artt. 193 en 210bis, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 5 - 7 Het wanbedrijf oplichting vereist bij de dader het oogmerk om zich bedrieglijk andermans zaak toe te eigenen en de aanwending van bedrieglijke middelen hiertoe, waaronder het aanwenden van listige kunstgrepen, gevolgd door een afgifte of een levering van de zaak; de appelrechters die vaststellen dat de listige kunstgrepen erin bestonden de waarheid te vermommen door wijziging van de betalingsgegevens en die ook oordelen dat de beklaagde zich op die manier gelden heeft toegeëigend stellen het bestaan van de constitutieve bestanddelen van de oplichting vast, zonder dat zij de constitutieve bestanddelen van dat wanbedrijf en het vervuld zijn ervan nog verder moesten benoemen. Thesaurus CAS: OPLICHTING Wettelijke bepalingen:
Art. 496- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN.
BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Wettelijke bepalingen:
Art. 496
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen:
Art. 496- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.
P.22.1782.N T. C., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Omar Souidi, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen RAY DIAM bv, met zetel te 2018 Antwerpen, Hoveniersstraat 2/205, burgerlijke partij, verweerster. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 8 december
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 193 en 210bis, § 1, Strafwetboek: het arrest verklaart de eiseres schuldig aan valsheid in informatica (telastlegging A) zonder vast te stellen dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan een datamanipulatie op een door de wet gekwalificeerde wijze; het arrest oordeelt: “Ongeacht hoe dit XLS bestand werd opgeladen in het KBC-portaal staat het vast dat [de eiseres] opzettelijk een foutief rekeningnummer bij de betalingsgegevens in het XLS bestand vermeldde teneinde de feiten vermeld onder tenlasteleggingen C1, C2 en C3 te plegen”; die enkele reden volstaat niet om de vermelde handeling, indien bewezen, te kwalificeren als een materieel bestanddeel van het misdrijf bedoeld in artikel 210bis, § 1, Strafwetboek; evenmin motiveert het arrest dat de eiseres die materiële handeling zou hebben gesteld met het vereiste opzet; aldus kan die materiële handeling te wijten zijn aan een vergissing van de eiseres.
- Het misdrijf valsheid in informatica, zoals strafbaar gesteld bij de artikelen 193 en 210bis, § 1, Strafwetboek, vereist een met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden gepleegd feit van vervalsing van de waarheid door de manipulatie van informaticagegevens met een juridische draagwijdte, dit wil zeggen dat de overheid of particulieren die van deze gegevens kennis nemen of aan wie ze worden voorgelegd, overtuigd kunnen worden van de juistheid ervan of kunnen gerechtigd zijn geloof eraan te hechten.
- Met eigen en van het beroepen vonnis overgenomen redenen oordeelt het arrest in essentie dat: - de eiseres, die als administratief medewerkster van de verweerster was belast met het voorbereiden van de betalingen door de zaakvoerder, aan deze laatste een XLS-bestand heeft overgemaakt met een opgave van te betalen bedragen en van rekeningnummers waarop die betalingen moesten worden overgeschreven; - zij opzettelijk het rekeningnummer van een bestemmeling van een maandelijks terugkerende overschrijving heeft vervangen door haar eigen rekeningnummer; - zij zich op die manier gedurende drie maanden 10.000,00 euro per maand van de verweerster heeft toegeëigend (telastleggingen C.1, C.2 en C.3). Het arrest dat aldus zowel het materiële als het morele bestanddeel van de informaticavalsheid bij de eiseres vaststelt, namelijk de waarheidsvermomming door de wijziging van betalingsgegevens in een aan de zaakvoerder van de verweerster toegestuurd informaticabestand en het bedrieglijk opzet om zich daardoor gelden van de verweerster toe te eigenen, verantwoordt de beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 496, eerste lid, Strafwetboek: het arrest verklaart de eiseres schuldig aan oplichting (telastleggingen C) zonder vast te stellen of te preciseren dat de eiseres gebruik heeft gemaakt van een valse naam of hoedanigheid of dat zij listige kunstgrepen heeft aangewend, terwijl de aangewende bedrieglijke middelen nochtans bepalend moeten zijn voor de afgifte en aldus moeten worden geconcretiseerd en benoemd; evenmin stelt het arrest het bijzonder opzet bij de eiseres vast.
- Het wanbedrijf oplichting vereist bij de dader het oogmerk om zich bedrieglijk andermans zaak toe te eigenen en de aanwending van bedrieglijke middelen hiertoe, waaronder het aanwenden van listige kunstgrepen, gevolgd door een afgifte of een levering van de zaak.
- Met de redenen vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel oordeelt het arrest dat de door de eiseres aangewende listige kunstgrepen erin bestonden dat zij op betalingsopdrachten gericht aan de zaakvoerder van de verweerster het rekeningnummer van een schuldeiser van de verweerster heeft gewijzigd naar haar eigen rekeningnummer en zodoende de zaakvoerder van de verweerster heeft doen geloven dat hij een schuld afbetaalde, terwijl hij in werkelijkheid geld overschreef aan de eiseres. Het arrest oordeelt ook dat de eiseres zich op die manier de overgeschreven gelden van de verweerster, overeenkomstig haar bedoeling, heeft toegeëigend. Aldus stelt het arrest in concreto het bestaan van de constitutieve bestanddelen van de oplichting vast en is de beslissing naar recht verantwoord, zonder dat het arrest de constitutieve bestanddelen van dat wanbedrijf en het vervuld zijn ervan nog verder moest benoemen. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het arrest antwoordt niet op het verweer van de eiseres dat niet voldaan is aan de constitutieve bestanddelen van de telastleggingen A en C en vermeldt niet de voornaamste redenen tot staving van de beslissing tot schuldigverklaring van de eiseres aan die telastleggingen.
- In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek, dat niet van toepassing is in strafzaken, faalt het naar recht.
- Met de redenen vermeld in het antwoord op het eerste middel beantwoordt het arrest wel degelijk het verweer van de eiseres over het niet vervuld zijn van de constitutieve bestanddelen van de telastleggingen A en C en vermeldt het de voornaamste redenen voor haar schuldigverklaring aan die telastleggingen. Daarvoor is niet vereist dat het arrest antwoordt op elk argument dat de eiseres tot staving van dat verweer heeft aangevoerd, maar dat geen zelfstandig verweer vormt. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 113,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 28 maart 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230328.2N.14 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161213.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250930.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div