← België

N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230328.2N.18 Rolnummer: P.23.0442.N Zaak: N. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-03-30 Raadplegingen: 648 - laatst gezien 2026-06-15 08:14 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Het onderzoeksgerecht kan een materiële verschrijving in het door artikel 16, § 2, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet bedoelde proces-verbaal van verhoor van de inverdenkinggestelde verbeteren en de omstandigheid dat dit proces-verbaal het verslag is van het verloop van het verhoor en dat uit het proces-verbaal de naleving van bepaalde formaliteiten kan blijken, doet daaraan geen afbreuk; het onderzoeksgerecht oordeelt onaantastbaar of een bepaalde vermelding in een dergelijk proces-verbaal een materiële verschrijving is en het kan bij die beoordeling rekening houden met de geschreven verklaringen die de onderzoeksrechter en de griffier in verband met het verloop van dit verhoor hebben afgelegd, ook al werden die geschreven verklaringen opgesteld enige tijd na het verhoor of dateren ze van na de eerste rechtszitting voor de raadkamer. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0442.N J. P. N., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 16 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 16, § 2, tweede en vierde lid, Voorlopige Hechteniswet: het arrest kan op grond van de tegenstrijdigheden in het proces-verbaal van verhoor van de eiser betreffende de afstand van het recht op bijstand van een raadsman onmogelijk vaststellen dat hij vrijwillig en weloverwogen afstand heeft gedaan van dit recht; er kan onmogelijk sprake zijn van een materiële vergissing aangezien dit proces-verbaal is ondertekend door de onderzoeksrechter en door de griffier, waaruit volgt dat het een effectieve en waarachtige weergave betreft van de omstandigheden van de ondervraging en de gezegdes van de eiser; het is niet aan de eiser om het tegendeel te bewijzen; de eiser heeft de vraag of hij bijstand wenste van een raadsman, welke dateerde van na de vaststelling door de onderzoeksrechter dat hij geen bijstand wenste, zeer duidelijk bevestigend beantwoord; de eiser spreekt de beweringen van de onderzoeksrechter in de geschreven verklaring daterend van tien dagen na de ondervraging en een week na de eerste rechtszitting van de raadkamer tegen; uit geen enkel objectief element blijkt dat de raadsman van de eiser in kennis werd gesteld van de ondervraging door de onderzoeksrechter, zodat niet zonder meer kan worden aangenomen dat de raadsman zou hebben laten weten binnen het korte voorziene tijdsbestek niet aanwezig te kunnen zijn.
  3. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
  4. Het onderzoeksgerecht kan een materiële verschrijving in het door artikel 16, § 2, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet bedoelde proces-verbaal van verhoor van de inverdenkinggestelde verbeteren. De omstandigheid dat dit proces-verbaal het verslag is van het verloop van het verhoor en dat uit het proces-verbaal de naleving van bepaalde formaliteiten kan blijken, doet daaraan geen afbreuk.
  5. Het onderzoeksgerecht oordeelt onaantastbaar of een bepaalde vermelding in een dergelijk proces-verbaal een materiële verschrijving is. Het kan bij die beoordeling rekening houden met de geschreven verklaringen die de onderzoeksrechter en de griffier in verband met het verloop van dit verhoor hebben afgelegd, ook al werden die geschreven verklaringen opgesteld enige tijd na het verhoor of dateren ze van na de eerste rechtszitting voor de raadkamer.
  6. Het Hof gaat wel na of het onderzoeksgerecht uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. Het proces-verbaal van verhoor van de eiser bevat de volgende vermeldingen: “Verhoor. Mijn Ambt stelt vast dat [de eiser], ter gelegenheid van dit verhoor, eveneens afstand doet van het recht bijgestaan te worden door een advocaat” en “Wenst U, voor dit verdere verhoor, bijstand van deze advocaat? Ja”.
  9. Het onderzoeksgerecht oordeelt met de van de vordering van de procureur-generaal overgenomen redenen en met eigen redenen als volgt: - voorafgaand aan het verhoor door de politiediensten op 28 februari 2023 was er een telefonisch vertrouwelijk overleg met het kantoor van meester P. waarna de eiser op 28 februari 2023 om 11.45 u schriftelijk afstand deed van de bijstand van een advocaat tijdens het verhoor; - ten aanzien van de onderzoeksrechter bevestigde de eiser dat hij ter gelegenheid van het eerste politieverhoor overleg heeft kunnen plegen met het kantoor van meester P. en in het proces-verbaal van verhoor wordt uitdrukkelijk vermeld: “Mijn ambt stelt vast dat [de eiser], ter gelegenheid van dit verhoor, eveneens afstand doet van zijn recht bijgestaan te worden door een advocaat”; - tijdens het verhoor heeft de onderzoeksrechter nogmaals gewezen op de rechten van de eiser onder meer betreffende de bijstand van een advocaat tijdens het verhoor; - de eiser formuleerde dienaangaande geen opmerkingen, ook niet bij het nadien voorlezen van het proces-verbaal van verhoor door de tolk; - de onderzoeksrechter heeft in een schriftelijke verklaring van 10 maart 2023, waarvan de procureur-generaal dezelfde dag een afschrift heeft gevoegd aan het strafdossier, bevestigd dat de tegenstrijdigheid een materiële vergissing is en dat de eiser ter gelegenheid van zijn voorleiding op 1 maart 2023 wel degelijk afstand heeft gedaan van zijn recht om bijgestaan te worden door een advocaat; - uit niets blijkt dat de inhoud van die schriftelijke en door de onderzoeksrechter en de griffier ondertekende verklaring strijdig zou zijn met de werkelijkheid; - de eiser maakt het tegendeel niet aannemelijk.
  10. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat het antwoord “Ja” op de vraag “Wenst U, voor dit verdere verhoor, bijstand van deze advocaat”, welke strijdig is met de voorafgaande vermelding in het proces-verbaal van verhoor van de eiser “Mijn ambt stelt vast dat [de eiser], ter gelegenheid van dit verhoor, eveneens afstand doet van het recht bijgestaan te worden door een advocaat”, een louter materiële vergissing is en dat de eiser wel degelijk vrijwillig en weloverwogen afstand heeft gedaan van zijn recht op bijstand van een advocaat ter gelegenheid van de ondervraging door de onderzoeksrechter. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 28 maart 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230328.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.