← België

FEDERALE PENSIOENSDIENST contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230403.3N.4 Rolnummer: S.20.0046.N Zaak: FEDERALE PENSIOENSDIENST contra D. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2023-05-23 Raadplegingen: 769 - laatst gezien 2026-06-19 03:22 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiche 1 De bij artikel 34, § 1, F, Algemeen Reglement Werknemerspensioenen beoogde perioden van militieverplichtingen in het Belgisch leger zijn niet beperkt tot de perioden van afwezigheid op het werk zonder behoud van loon ingevolge een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst krachtens artikel 29 Arbeidsovereenkomstenwet. Thesaurus CAS: PENSIOEN - WERKNEMERS Wettelijke bepalingen: KB 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers - 21-12-1967 - Art. 34, § 1, F - 01 ELI link Pub nr 1967122103 Fiche 2 De in artikel 34, § 1, F, Algemeen Reglement Werknemerspensioenen gebruikte term “perioden van militieverplichtingen in het Belgisch leger” ziet nog steeds op de perioden van inactiviteit die het gevolg zijn van de gebeurtenissen opgesomd in de versie van dit artikel die van toepassing was vóór 1 januari 2003. Thesaurus CAS: PENSIOEN - WERKNEMERS Wettelijke bepalingen: KB 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers - 21-12-1967 - Art. 34, § 1, F - 01 ELI link Pub nr 1967122103 Tekst van de beslissing Nr. S.20.0046.N FEDERALE PENSIOENDIENST, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Zuidertoren, Europaesplanade 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.738.078, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen 1. I.D.K., verweerder, 2. RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID AD VII, Overzeese Sociale Zekerheid, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.731.645, verweerder, minstens partij opgeroepen in gemeen- en bindendverklaring van het arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 6 mei 2020. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste en tweede onderdeel 1. Krachtens artikel 34, § 1, F, Algemeen Reglement Werknemerspensioenen worden de perioden van militieverplichtingen in het Belgisch leger met arbeidsperioden gelijkgesteld onder de in § 2 vermelde voorwaarden. Krachtens artikel 34, § 2.3, eerste lid, Algemeen Reglement Werknemerspensioenen, kunnen de onder § 1, F, bedoelde perioden slechts worden gelijkgesteld voor zover de belanghebbende als werknemer was tewerkgesteld op het ogenblik van de gebeurtenis naar aanleiding waarvan de gelijkstelling wordt verleend of zich reeds in een met een arbeidsperiode gelijkgestelde inactiviteitsperiode bevindt. Volgens het tweede lid van voormeld artikel 34, § 2.3, is er voor de in § 1, F, beoogde perioden eveneens gelijkstelling wanneer de belanghebbende de hoedanigheid van werknemer heeft gehad in de loop van de drie jaren volgend op het einde van deze perioden en in deze hoedanigheid gewoonlijk en hoofdzakelijk gedurende ten minste één jaar tewerkgesteld is geweest. 2. Vóór zijn vervanging bij artikel 53, 4°, van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot het in overeenstemming brengen van sommige koninklijke besluiten inzake sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, bepaalde artikel 34, § 1, F, Algemeen Reglement Werknemerspensioenen dat met tewerkstelling als werknemer worden gelijkgesteld onder inachtneming van de in § 2 vermelde voorwaarden: “de perioden van inactiviteit die het gevolg zijn van een oproeping voor het vervullen van de militaire dienst bij het Belgisch leger, van een aanwijzing voor een interventiedienst van de civiele bescherming of voor taken van openbaar nut bij publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organen of van disciplinaire wederoproeping bij toepassing van de wetten houdende het statuut van de gewetensbezwaarden, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 20 februari 1980, van behoud in dienst bij toepassing van de tuchtregeling betreffende de gewetensbezwaarden die bij de civiele bescherming zijn ingedeeld of bij publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organen zijn aangewezen, van gewone en dringende wederoproepingen en in geval van mobilisatie, van een verblijf in een rekruterings- en selectiecentrum en van een hospitalisatie bevolen door een rekruterings- en selectiecentrum”. 3. Krachtens artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, hierna KB Eenvormige Definiëring, is dit besluit van toepassing op werknemers en werkgevers. Krachtens artikel 45 KB Eenvormige Definiëring wordt onder “militieverplichtingen” verstaan de afwezigheid op het werk zonder behoud van loon ingevolge een schorsing van de arbeidsovereenkomst krachtens artikel 29 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. 4. Uit het bepaalde in artikel 34, § 2.3, eerste lid, in fine, en tweede lid, Algemeen Reglement Werknemerspensioenen volgt dat de perioden van militieverplichtingen in het Belgisch leger in de zin van artikel 34, § 1, F, niet beperkt zijn tot perioden tijdens dewelke de persoon die ze heeft verricht door een arbeidsovereenkomst was verbonden met een werkgever. De bij artikel 34, § 1, F, Algemeen Reglement Werknemerspensioenen beoogde perioden van militieverplichtingen in het Belgisch leger zijn dus niet beperkt tot de perioden van afwezigheid op het werk zonder behoud van loon ingevolge een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst krachtens artikel 29 Arbeidsovereenkomstenwet. 5. Het KB Eenvormige Definiëring kadert volgens het Verslag aan de Koning in het streven naar een grondige vereenvoudiging van de administratieve verplichtingen inzake de wijze van inzameling van gegevens nodig voor de toepassing van de sociale zekerheid, door de invoering van een multifunctionele aangifte die de werkgever moet toelaten de gegevens inzake lonen en arbeidstijden van de werknemers, nodig voor de berekening en de inning van de bijdragen en de berekening van de uitkeringen van sociale zekerheid, eenmalig en elektronisch mee te delen. Het besluit heeft tot doel een eenvormige definiëring te geven met betrekking tot één soort gegevens van het gegevensmodel, namelijk de arbeidstijdgegevens, zowel deze die betrekking hebben op de uitvoering, de schorsing van de uitvoering en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, waarvoor de werkgever beschouwd wordt als de authentieke bron van informatie. Gegevens die geen betrekking hebben op de uitvoering, schorsing of beëindiging van de arbeidsovereenkomst en die ter beschikking zijn van een sociale zekerheidsinstelling, zoals bijvoorbeeld dagen van gecontroleerde werkloosheid, of van een andere overheid, zoals bijvoorbeeld afwezigheden wegens militaire dienst of dienst als gewetensbezwaarde, waarvoor de werkgever niet geacht wordt de bron van informatie te zijn, zijn niet opgenomen in het KB Eenvormige Definiëring. Het Verslag aan de Koning geeft bovendien aan dat bij die herdefiniëring van de arbeidstijdgegevens zorg werd gedragen voor de neutraliteit, zowel vanuit het oogpunt van de rechten van de sociaal verzekerden als vanuit het oogpunt van de specifieke regels binnen de onderscheiden reglementeringen. Ook uit de economie van het KB Eenvormige Definiëring volgt aldus dat uit artikel 45 van dit besluit niet kan worden afgeleid dat de bij artikel 34, § 1, F, Algemeen Reglement Werknemerspensioenen beoogde perioden van militieverplichtingen in het Belgisch leger beperkt zijn tot de perioden van afwezigheid op het werk zonder behoud van loon ingevolge een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst krachtens artikel 29 Arbeidsovereenkomstenwet. 6. Uit wat voorafgaat volgt dat de in artikel 34, § 1, F, Algemeen Reglement Werknemerspensioenen gebruikte term “perioden van militieverplichtingen in het Belgisch leger” nog steeds ziet op de perioden van inactiviteit die het gevolg zijn van de gebeurtenissen opgesomd in de hiervoor in randnummer 2 weergegeven versie van dit artikel die van toepassing was vóór 1 januari 2003. De onderdelen die geheel ervan uitgaan dat onder het wettelijk begrip “militieverplichtingen” in de zin van artikel 34, § 1, F, Algemeen Reglement Werknemerspensioenen krachtens artikel 45 KB Eenvormige Definiëring moet worden verstaan de afwezigheid op het werk zonder behoud van loon ingevolge een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 29 Arbeidsovereenkomstenwet, berusten bijgevolg op een onjuiste rechtsopvatting. De onderdelen falen naar recht. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 631,62 euro en op de som van 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare rechtszitting van 3 april 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230403.3N.4 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231204.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.