id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.12 Rolnummer: P.23.0120.N Zaak: G. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-04-07 Raadplegingen: 1053 - laatst gezien 2026-06-18 23:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De bijzondere bewijswaarde die verbonden is aan een naar aanleiding van een overtreding op de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan door een daartoe bevoegd ambtenaar opgesteld proces-verbaal, geldt voor de in het proces-verbaal van overtreding opgenomen zintuiglijke vaststellingen door de verbalisant, maar niet voor latere vaststellingen, inlichtingen of voor de later verstrekte gegevens
(1).
(1)Cass. 28 oktober 2014, AR P.13.0595.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141028.2, AC 2014, nr.
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 3 - 4 Artikel 67bis Wegverkeerswet stelt voor een overtreding op de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan met een motorvoertuig dat is ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon en indien bij de vaststelling van de overtreding de bestuurder niet is geïdentificeerd, een weerlegbaar vermoeden in van daderschap van de overtreding tegenover de houder van de kentekenplaat van het voertuig. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67bis Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 5 - 6 Artikel 67ter Wegverkeerswet stelt geen vermoeden in van daderschap van de overtreding tegenover de persoon die overeenkomstig die bepaling werd aangeduid als de bestuurder of de verantwoordelijke persoon van het motorvoertuig waarmee de overtreding werd begaan en indien de overeenkomstig artikel 67ter Wegverkeerswet aangeduide persoon betwist de bestuurder te zijn van het motorvoertuig waarmee de overtreding werd begaan, dan staat het aan de rechter die betwisting te beoordelen volgens de gewone bewijsregels in strafzaken; hij kan daarbij oordelen dat een beklaagde met de door hem overgelegde stukken niet erin slaagt aannemelijk te maken dat niet hij maar een ander de bestuurder was van het motorvoertuig waarmee de overtreding is begaan, maar hij kan evenwel niet oordelen dat de beklaagde ertoe gehouden is op grond van artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet het tegenbewijs te leveren van het feit dat niet hij maar een ander de bestuurder is van het motorvoertuig waarmee de overtreding is begaan. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67ter Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Artt. 62, eerste lid, en 67ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Artt. 62, eerste lid, en 67ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0120.N N. H. C. G., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Tom Van Overbeke, advocaat bij de balie Limburg, met kantoor te 3500 Hasselt, Maastrichterstraat 114/1.01, waar de eiseres woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Hasselt, van 15 december
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep van de eiseres ontvankelijk en het oordeelt dat de door de eiseres aangevoerde grieven nauwkeurig zijn en de saisine in hoger beroep in functie daarvan moet worden bepaald. In zoverre het cassatieberoep is gericht tegen die beslissing, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikelen 62, eerste lid, en 67ter Wegverkeerswet
- Artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de door de Koning aangewezen overheidspersonen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, de overtredingen vaststellen door processen-verbaal die bewijswaarde hebben zolang het tegendeel niet is bewezen.
- De bijzondere bewijswaarde die aldus is verbonden aan een naar aanleiding van een overtreding op de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan door een daartoe bevoegd ambtenaar opgesteld proces-verbaal, geldt voor de in het proces-verbaal van overtreding opgenomen zintuiglijke vaststellingen door de verbalisant, maar niet voor latere vaststellingen, inlichtingen of voor de later verstrekte gegevens.
- Artikel 67bis Wegverkeerswet stelt voor een overtreding op de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan met een motorvoertuig dat is ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon en indien bij de vaststelling van de overtreding de bestuurder niet is geïdentificeerd, een weerlegbaar vermoeden in van daderschap van de overtreding tegenover de houder van de kentekenplaat van het voertuig.
- Artikel 67ter Wegverkeerswet legt ingeval van een overtreding op de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan met een motorvoertuig dat is ingeschreven op naam van een rechtspersoon en indien bij de vaststelling van de overtreding de bestuurder niet is geïdentificeerd, aan de in die bepaling vermelde personen de verplichting op de identiteit van de bestuurder of van de voor het voertuig verantwoordelijke persoon mee te delen.
- Artikel 67ter Wegverkeerswet stelt geen vermoeden in van daderschap van de overtreding tegenover de persoon die overeenkomstig die bepaling werd aangeduid als de bestuurder of de verantwoordelijke persoon van het motorvoertuig waarmee de overtreding werd begaan.
- Indien de overeenkomstig artikel 67ter Wegverkeerswet aangeduide persoon betwist de bestuurder te zijn van het motorvoertuig waarmee de overtreding werd begaan, dan staat het aan de rechter die betwisting te beoordelen volgens de gewone bewijsregels in strafzaken.
- Hij kan daarbij oordelen dat een beklaagde met de door hem overgelegde stukken niet erin slaagt aannemelijk te maken dat niet hij maar een ander de bestuurder was van het motorvoertuig waarmee de overtreding is begaan.
- Hij kan evenwel niet oordelen dat de beklaagde ertoe gehouden is op grond van artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet het tegenbewijs te leveren van het feit dat niet hij maar een ander de bestuurder is van het motorvoertuig waarmee de overtreding is begaan.
- Het bestreden vonnis oordeelt onder meer als volgt: - het aanvankelijk proces-verbaal werd opgesteld betreffende vaststellingen tegen een bestuurder van een voertuig Volvo V60 waarvan de kentekenplaat was toegekend aan een rechtspersoon en zonder dat die bestuurder kon worden geïdentificeerd; - een afschrift van dit proces-verbaal met antwoordformulier werd toegestuurd aan de betrokken rechtspersoon; - volgens artikel 62 Wegverkeerswet hebben de door een bevoegd ambtenaar in een proces-verbaal opgenomen zintuigelijke waarnemingen betreffende een overtreding op de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan gedaan op het ogenblik van de overtreding of kort nadien een bijzondere bewijswaarde; - het aanvankelijk proces-verbaal betreffende de feiten van 27 oktober 2020 werd op 28 oktober 2020 verzonden aan de overtreder, lees de rechtspersoon houder van de aan het voertuig toegekende kentekenplaat, zodat voldaan is aan artikel 62 Wegverkeerswet en de zintuiglijke vaststellingen uit het proces-verbaal bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen; - eiseres verwijst om het tegendeel te bewijzen naar de door haar bijgebrachte stukken; - de rechtbank meent dat de eiseres met deze stukken niet het tegenbewijs levert; - de rechtbank merkt op dat de eiseres op 9 november 2020 een antwoordformulier invulde en terugstuurde naar de lokale politie Limburg, Regio Hoofdstad; - zo het correct is dat de eiseres op dat formulier niet aankruiste dat zij de inbreuk erkende, vulde zij onder de rubriek “identiteit bestuurder” wel haar eigen identiteit in en zij maakt geen gewag van het thans gevoerde verweer dat iemand anders het voertuig zou hebben bestuurd; - de rechtbank mag dergelijk antwoordformulier, waarvan zij de bewijskracht met voornoemde lezing niet miskent, wel degelijk gebruiken voor de beoordeling van de haar voorgelegde schuldvraag; - het feit dat de verbalisant spreekt over “bestuurder” en gebruik maakt van het voornaamwoord “zijn” geen afbreuk doet aan de waarachtigheid van de gedane vaststellingen vermits de verbalisant uitdrukkelijk aangaf dat hij de bestuurder niet kon identificeren; - gelet op het voorgaande meent de rechtbank dan ook dat de eiseres niet het tegenbewijs levert van de door de verbalisant in het aanvankelijk proces-verbaal weergegeven zintuiglijke vaststellingen. Het bestreden vonnis dat aldus de vaststelling dat de eiseres de persoon was die het motorvoertuig bestuurde waarmee de overtredingen omschreven onder de telastleggingen A en B werd begaan, mede laat steunen op het gegeven dat zij niet het tegenbewijs levert van zintuigelijke vaststellingen die bijzondere bewijswaarde hebben bij toepassing van artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet, verantwoordt die beslissing niet naar recht. Middel
- Het middel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behoudens in zoverre dit het hoger beroep van de eiseres ontvankelijk verklaart en de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot een tiende van de kosten van het cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 144,27 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 4 april 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141028.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240917.2N.5 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240918.2F.5 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250129.2F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div