← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.13 Rolnummer: P.23.0072.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-04-07 Raadplegingen: 921 - laatst gezien 2026-06-18 21:21 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De appelrechters die enkel gelast zijn met een grief van de beklaagde over de strafmaat, moeten niet uitdrukkelijk vaststellen dat de appellant wel degelijk een misdrijf heeft gepleegd en moeten zich in dat verband dan ook niet uitspreken over de bijzondere bewijswaarde van bepaalde vaststellingen van verbalisanten in een proces-verbaal; dit is ook het geval wanneer de appellant de appelrechters vraagt om overeenkomstig artikel 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering een ambtshalve grief op te werpen over de vraag of de feiten wel een misdrijf uitmaken en aldus kan de omstandigheid dat de appelrechters, ingaand op dat verzoek, aan de hand van de gegevens van het strafdossier toelichten waarom een dergelijk ambtshalve middel niet aan de orde is, geen motiveringsgebrek opleveren. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 204 en 210 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 204 en 210 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 De rechter die bij de motivering van de strafmaat stelt rekening te moeten houden met de financiële en professionele toestand van de beklaagde, dient bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie niet uitdrukkelijk te vermelden op welke wijze hij die toestand van de beklaagde in zijn beoordeling betrekt. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0072.N M. K., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Andy Boermans, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, van 23 december 2022. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 62 Wegverkeerswet en artikel 40 Wet Politieambt, alsmede miskenning van de motiveringsplicht en de bijzondere motiveringsplicht: het bestreden vonnis kent ten onrechte een bijzondere bewijswaarde toe aan het aanvankelijk proces-verbaal; dat proces-verbaal vermeldt immers twee verbalisanten, maar draagt enkel de handtekening van één verbalisant en maakt geen gewag van een wettelijke verhindering van de andere verbalisant; bijgevolg schendt het bestreden vonnis artikel 40 Wet Politieambt en is het niet naar behoren gemotiveerd (eerste onderdeel); een proces-verbaal dat is opgesteld door twee verbalisanten maar slechts door één verbalisant is ondertekend, laat bovendien niet toe na te gaan welke erin vervatte zintuigelijke waarnemingen door welke verbalisant werden gedaan; aldus schendt het bestreden vonnis artikel 62 Wegverkeerswet (tweede onderdeel); verder kan op basis van de stukken van het strafdossier niet worden vastgesteld dat het aanvankelijk proces-verbaal tijdig werd overgemaakt aan de eiser; het bestreden vonnis dat niet vaststelt dat tijdig een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder werd toegezonden, schendt artikel 62 Wegverkeerswet en miskent de motiveringsplicht (derde onderdeel). 2. In zoverre het middel niet preciseert wat moet worden verstaan onder de bijzondere motiveringsplicht, is het onduidelijk en bijgevolg niet ontvankelijk. 3. De appelrechters die enkel gelast zijn met een grief van de beklaagde over de strafmaat, moeten niet uitdrukkelijk vaststellen dat de appellant wel degelijk een misdrijf heeft gepleegd en moeten zich in dat verband dan ook niet uitspreken over de bijzondere bewijswaarde van bepaalde vaststellingen van verbalisanten in een proces-verbaal. Dit is ook het geval wanneer de appellant de appelrechters vraagt om overeenkomstig artikel 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering een ambtshalve grief op te werpen over de vraag of de feiten wel een misdrijf uitmaken. Aldus kan de omstandigheid dat de appelrechters, ingaand op dat verzoek, aan de hand van de gegevens van het strafdossier toelichten waarom een dergelijk ambtshalve middel niet aan de orde is, geen motiveringsgebrek opleveren. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 4. Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het evenmin ontvankelijk. Tweede middel 5. Het middel voert schending aan van de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van de motiveringsplicht en de bijzondere motiveringsplicht: de appelrechters bevestigen de strafmaat zoals opgelegd door de eerste rechter; zij geven aan rekening te moeten houden met de ernst van de feiten, alsook met de persoonlijkheid en het strafrechtelijke verleden van de eiser en zijn financiële en professionele toestand; uit het bestreden vonnis komen enkel de aspecten die verband houden met de ernst van de feiten, de persoonlijkheid van de eiser en zijn strafrechtelijk verleden naar voor; daaruit blijkt echter niet of en op welke wijze er rekening is gehouden met eisers financiële en professionele toestand; het bestreden vonnis is derhalve niet naar behoren gemotiveerd. 6. In zoverre het middel niet preciseert wat moet worden verstaan onder de bijzondere motiveringsplicht, is het onduidelijk en bijgevolg niet ontvankelijk. 7. De rechter die bij de motivering van de strafmaat stelt rekening te moeten houden met de financiële en professionele toestand van de beklaagde, dient bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie niet uitdrukkelijk te vermelden op welke wijze hij die toestand van de beklaagde in zijn beoordeling betrekt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek 8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 4 april 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.13 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230530.2N.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230919.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.