id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.8 Rolnummer: P.22.1687.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-04-07 Raadplegingen: 650 - laatst gezien 2026-06-15 19:18 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Noch uit artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet zoals vervangen bij artikel 12 van de wet van 6 maart 2018
(1), noch uit enige andere wetsbepaling volgt dat de rechter die een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig vaststelt de duur van het verval van het recht tot sturen wegens die ongeschiktheid moet bepalen; volgens artikel 42, derde lid, Wegverkeerswet is de duur immers afhankelijk van het bewijs dat de betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen.
(1)De feiten van deze zaak dateren van na de inwerkingtreding van artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet, zoals vervangen bij artikel 12 van de wet van 6 maart 2018, inwerking getreden op 15 februari
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1687.N F. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Marc Gouverneur, advocaat bij de balie Charleroi, met kantoor te 6000 Charleroi, Rue de la Neuville 50 bus 0, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 24 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert in zijn beide onderdelen schending aan van artikel 42 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis is niet naar recht verantwoord; het beslist dat de eiser actueel niet geschikt is om een motorvoertuig te besturen en verklaart hem vervallen van het recht alle motorvoertuigen te besturen; het laat evenwel na de duur van het verval te bepalen (eerste onderdeel); door de duur van het verval niet te bepalen sluit het bestreden vonnis niet uit dat het verval van blijvende aard is, niettegenstaande het niet vaststelt dat de lichamelijke ongeschiktheid blijvend blijkt te zijn (tweede onderdeel).
- Artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet, zoals vervangen bij artikel 12 van de wet van 6 maart 2018 met ingang van 15 februari 2018, bepaalt: “Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig.”
- Noch uit deze bepaling noch uit enige andere wetsbepaling volgt dat de rechter die een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig vaststelt de duur van het verval van het recht tot sturen wegens die ongeschiktheid moet bepalen. Volgens artikel 42, derde lid, Wegverkeerswet is de duur immers afhankelijk van het bewijs dat de betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 4 april 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div