← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230418.2N.13 Rolnummer: P.23.0462.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2023-04-24 Raadplegingen: 902 - laatst gezien 2026-06-15 08:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Artikel 5.4 EVRM bepaalt dat eenieder die door arrestatie of gevangenhouding van zijn vrijheid is beroofd het recht heeft voorziening te vragen bij de rechter opdat deze op korte termijn beslist over de wettigheid van zijn gevangenhouding en zijn invrijheidstelling beveelt indien de gevangenhouding onrechtmatig is; artikel 5.4 EVRM is evenwel niet van toepassing op een gevangenhouding na een rechterlijke veroordeling

(1).
(1)Cass. 17 december 2019, AR P.19.1232.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191217.2N.14, AC 2019, nr.
  1. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0462.N W. F. D. C., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechtbank Brussel van 20 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering: het vonnis wijst de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht af omdat het voorgelegde reclasseringsplan met een louter praktische begeleiding in een opvangcentrum niet voldoet om de noodzakelijk geachte bijzondere voorwaarden te kunnen invullen, maar het laat na te vermelden welke die voorwaarden zijn.
  4. Het voorhanden zijn van een van de in artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzingen volstaat ter verantwoording van de afwijzing van een gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit. Het vonnis (p. 3, randnr. 2.2) stelt gelet op het strafrechtelijk verleden van de eiser en de aard en de ernst van de gepleegde feiten vast dat er een risico is op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten als bedoeld door artikel 47, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering. Die niet-bekritiseerde vaststelling verantwoordt op zich de afwijzing van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit. Het middel, al was het gegrond, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk bij gebrek aan belang. Tweede middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM: de beslissing dat de eiser, een 75-jarige man met medische problemen, slechts vanaf 7 september 2023 een nieuw verzoek om elektronisch toezicht kan indienen, valt niet te verenigen met deze verdragsbepaling.
  6. Artikel 5.4 EVRM bepaalt dat eenieder die door arrestatie of gevangenhouding van zijn vrijheid is beroofd het recht heeft voorziening te vragen bij de rechter opdat deze op korte termijn beslist over de wettigheid van zijn gevangenhouding en zijn invrijheidstelling beveelt indien de gevangenhouding onrechtmatig is. Artikel 5.4 EVRM is evenwel niet van toepassing op een gevangenhouding na een rechterlijke veroordeling. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 18 april 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230418.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191217.2N.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230502.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.