← België

E. contra O.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230418.2N.17 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.11 Rolnummer: P.23.0381.N Zaak: E. contra O. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2023-04-24 Raadplegingen: 938 - laatst gezien 2026-06-15 08:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Voor de toepassing van de wrakingsgrond van artikel 828, 9°, Gerechtelijk Wetboek, is vereist dat het geschil waarover de rechter moet oordelen en het geschil waarover hij heeft raad gegeven, gepleit of geschreven of waarvan hij vroeger kennis heeft genomen, hetzelfde geschil uitmaken; een strafprocedure waarin de rechter reeds definitief heeft geoordeeld over de gegrondheid van de strafvordering ten aanzien van een bepaalde beklaagde, maakt in de regel niet het voorwerp uit van hetzelfde geschil als datgene dat nadien ontstaat doordat bij dezelfde rechter een andere strafvordering met betrekking tot andere feiten ten laste van dezelfde beklaagde aanhangig wordt gemaakt en het is slechts anders wanneer de nieuwe zaak enkel het gevolg of de voortzetting onder een ander vorm is van de afgedane zaak of wanneer de beoordeling van de afgedane zaak een beslissende impact heeft op de nieuwe zaak

(1).
(1)Zie S. DE COSTER, “Art. 828-847 Ger.W.: Wraking en verschoning”, in X., Gerechtelijk recht, Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Antwerpen, Kluwer 2002, p. 45-
  1. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 9° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 De enkele omstandigheid dat de strafrechter zijn beslissing over de schuld van de beklaagde in de afgedane zaak heeft gesteund op een bewijselement dat hem opnieuw wordt voorgelegd in de nieuwe zaak houdt niet in dat de nieuwe zaak enkel het gevolg of de voorzetting onder een andere vorm is van de afgedane zaak of de beoordeling van de afgedane zaak een beslissende impact heeft op de nieuwe zaak, ook al zijn er nieuwe feiten aanhangig gemaakt onder dezelfde misdrijfomschrijving en met een aanverwante misdrijfperiode als eerder beoordeelde feiten; immers, afgezien van de mogelijke toepassing van het non bis in idem-beginsel in de nieuwe zaak, kunnen de feiten en het bewijsmateriaal eigen aan die zaak de strafrechter bewegen tot een andere beoordeling van de bewijswaarde van het vermelde bewijselement of van de impact van dat bewijselement op de beslissing over de schuld of onschuld van de beklaagde en het staat de beklaagde ook vrij om daarover zijn verweer te voeren. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 9° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 De rechter die over de wraking oordeelt, bepaalt onaantastbaar of het op het moment van het instellen van het wrakingsverzoek prima facie vaststaat dat de afgedane zaak en de zaak waarin de wraking van de rechter wordt gevraagd hetzelfde geschil uitmaken; het Hof gaat wel na of die rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 9° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 9° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 5 - 8 De enkele omstandigheid dat een rechter in een afgedane zaak reeds heeft geoordeeld over de bewijswaarde van een bepaald bewijselement ten aanzien van een beklaagde, leidt niet tot een objectief gerechtvaardigde twijfel dat die rechter niet meer met de vereiste objectiviteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid over datzelfde bewijselement zal kunnen oordelen in het kader van een nieuw bij hem aanhangig gemaakte vervolging van dezelfde beklaagde voor andere feiten, ook al zijn bepaalde nieuwe feiten aanhangig gemaakt onder dezelfde misdrijfomschrijving en met een aanverwante misdrijfperiode als de reeds beoordeelde feiten; het is slechts anders wanneer de rechter in de afgedane zaak een standpunt heeft ingenomen dat vooruitloopt op de beoordeling van de schuldvraag in de nieuwe zaak en de wrakingsrechter oordeelt onaantastbaar of dit het geval is; het Hof gaat wel na of die rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt. Thesaurus CAS: WRAKING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0381.N M. E. B., verzoeker tot wraking, eiser, met als raadsman mr. Koen Vaneecke, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, burgerlijke kamer, van 27 februari
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. De raadsman van de eiser heeft op 12 april 2023 ter griffie van het Hof een door artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde noot neergelegd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 828, 9°, Gerechtelijk Wetboek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motivering van vonnissen en arresten: het arrest verklaart eisers verzoek tot wraking van de rechters D., V. en P. ongegrond; die rechters hebben op grond van de gegevens vervat in een vanuit een derde dossier gevoegd proces-verbaal, bij vonnis van 27 januari 2023 geoordeeld dat de eiser gebruiker is geweest van bepaalde SKY ECC PIN’s, wat hij heeft betwist; in de thans voorliggende zaak dienen dezelfde rechters opnieuw en op grond van hetzelfde gevoegde proces-verbaal te oordelen of de eiser gebruiker is geweest van dezelfde SKY ECC PIN’s, wat de eiser opnieuw betwist; het arrest steunt de verwerping van eisers wrakingsverzoek op het oordeel dat de beide procedures een verschillend voorwerp hebben omdat de datum en de omschrijving van de aan de eiser ten laste gelegde feiten verschillen, zodat de gewraakte rechters niet reeds vroeger als rechters kennis hebben genomen van hetzelfde geschil in de zin van artikel 828, 9°, Gerechtelijk Wetboek; opdat er sprake is van hetzelfde geschil, is echter niet vereist dat de beide procedures betrekking hebben op dezelfde feiten die zouden zijn gepleegd op dezelfde datum en die exact hetzelfde zijn omschreven; onder hetzelfde geschil dient te worden begrepen de betwisting die wordt gevoerd tussen de beklaagde en het openbaar ministerie, ongeacht of die betwisting het voorwerp uitmaakt van een of meer geschillen waarover een of meer rechtsplegingen zijn gevoerd; een feitelijke betwisting die wordt gevoerd tussen de beklaagde en het openbaar ministerie over de vraag of de beklaagde al dan niet gebruiker is geweest van een bepaald communicatiemiddel waarmee communicaties zijn gevoerd over strafbare feiten, welke betwisting in de twee onderscheiden procedures is gebaseerd op dezelfde bewijsmiddelen afkomstig uit één en hetzelfde overkoepelend strafonderzoek, betreft wel degelijk dezelfde betwisting of hetzelfde geschil; de feiten en misdrijfomschrijvingen, meer in het bijzonder de invoer van cocaïne, zijn in de beide zaken grotendeels dezelfde; ook de incriminatieperiodes zijn opeenvolgend of minstens slechts door een korte tijdspanne van een tweetal maanden van elkaar gescheiden.
  4. Artikel 828 Gerechtelijk Wetboek bepaalt: “Ieder rechter kan worden gewraakt om de volgende redenen: 9° indien de rechter raad gegeven, gepleit of geschreven heeft over het geschil; indien hij daarvan vroeger kennis heeft genomen als rechter of als scheidsrechter (…).”
  5. Voor de toepassing van die bepaling is vereist dat het geschil waarover de rechter moet oordelen en het geschil waarover hij heeft raad gegeven, gepleit of geschreven of waarvan hij vroeger kennis heeft genomen, hetzelfde geschil uitmaken. Een strafprocedure waarin de rechter reeds definitief heeft geoordeeld over de gegrondheid van de strafvordering ten aanzien van een bepaalde beklaagde, in de regel niet het voorwerp uitmaken van hetzelfde geschil als datgene dat nadien ontstaat doordat bij dezelfde rechter een andere strafvordering met betrekking tot andere feiten ten laste van dezelfde beklaagde aanhangig wordt gemaakt. Het is slechts anders wanneer de nieuwe zaak enkel het gevolg of de voortzetting onder een ander vorm is van de afgedane zaak of wanneer de beoordeling van de afgedane zaak een beslissende impact heeft op de nieuwe zaak.
  6. Dat laatste is niet het geval door de enkele omstandigheid dat de strafrechter zijn beslissing over de schuld van de beklaagde in de afgedane zaak heeft gesteund op een bewijselement dat hem opnieuw wordt voorgelegd in de nieuwe zaak, ook al zijn er nieuwe feiten aanhangig gemaakt onder dezelfde misdrijfomschrijving en met een aanverwante misdrijfperiode als eerder beoordeelde feiten. Immers, afgezien van de mogelijke toepassing van het non bis in idem-beginsel in de nieuwe zaak, kunnen de feiten en het bewijsmateriaal eigen aan die zaak de strafrechter bewegen tot een andere beoordeling van de bewijswaarde van het vermelde bewijselement of van de impact van dat bewijselement op de beslissing over de schuld of onschuld van de beklaagde. Het staat de beklaagde ook vrij om daarover zijn verweer te voeren.
  7. De rechter die over de wraking oordeelt, bepaalt onaantastbaar of het op het moment van het instellen van het wrakingsverzoek prima facie vaststaat dat de afgedane zaak en de zaak waarin de wraking van de rechter wordt gevraagd hetzelfde geschil uitmaken. Het Hof gaat wel na of die rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt.
  8. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  9. Het arrest citeert de verklaring die de gewraakte rechters overeenkomstig artikel 836 Gerechtelijk Wetboek hebben afgelegd, waarin zij weigeren zich van de zaak te onthouden wegens onder meer de volgende redenen: - opdat er grond zou zijn tot wraking op basis van artikel 828, 9°, Gerechtelijk Wetboek is vereist dat het gaat over hetzelfde geschil. Een soortgelijke zaak volstaat dus niet, zelfs indien het gaat om een zaak tussen dezelfde partijen over identieke feiten of rechtskwesties; - het voorwerp van het geschil, zijnde de feiten waarover de rechtbank moet oordelen in de ene zaak, verschilt minstens wat betreft de omschrijving in de dagvaarding van dat in de andere zaak; - de eiser voert in zijn akte tot wraking niet aan dat de feiten die het voorwerp uitmaken van de huidige zaak dezelfde zouden zijn als deze die het voorwerp uitmaken van de eerdere beoordeling door dezelfde rechters. Minstens heeft de eiser nog de mogelijkheid om in het kader van het debat ten gronde in de huidige zaak aan te voeren dat hij de facto twee maal voor dezelfde feiten wordt vervolgd, waarna de rechtbank hieromtrent standpunt zal kunnen innemen; - het loutere feit dat het openbaar ministerie zich volgens de eiser in beide zaken mede beroept op onderzoeksresultaten afkomstig uit hetzelfde derde dossier of dezelfde onderzoeksmaatregel, doet geen afbreuk aan het feit dat thans een ander geschil voorligt dan dit waarover de gewraakte rechters eerder hebben geoordeeld. De rechtbank zal op basis van de stukken in dit dossier en op basis van de argumenten ontwikkeld door onder andere de eiser in dit dossier tot een beoordeling van de aangevoerde bewijselementen komen in zoverre zij als bewijs dienen voor de thans voorliggende feiten, los van de beoordeling van de feiten in de andere zaak. Het arrest oordeelt verder als volgt: - in het vonnis van kamer AC8 van 27 januari 2023 in de zaak met notitienummer AN60.DA.192/2021 werd de eiser veroordeeld voor de telastleggingen Al, A2 en A8, namelijk als dader of mededader voor het invoeren, uitvoeren en vervoeren van cocaïne zonder vergunning met verzwarende omstandigheden; in de momenteel voor kamer AC8 hangende zaak met notitienummer AN10.F1.509254/2021 wordt de eiser niet enkel vervolgd voor invoer, uitvoer en vervoer van cocaïne zonder vergunning met verzwarende omstandigheden (telastlegging A), maar ook voor het verkopen, te koop aanbieden, afleveren of leveren van cocaïne zonder vergunning met verzwarende omstandigheden (telastlegging C), het verwerven van criminele vermogensvoordelen (telastlegging H) en het deel uitmaken van een criminele organisatie (telastlegging L); - de feiten omschreven in de telastleggingen in het vonnis van 27 januari 2023 en in de telastleggingen in de hangende strafzaak zijn verschillend zowel qua datum als qua omschrijving van het voorwerp van de ten laste gelegde feiten, namelijk de omschrijving van de cocaïne aan de hand van verschillende containernummers en gewicht; - hieruit blijkt dat beide procedures een verschillend voorwerp hebben en dat de gewraakte rechters niet reeds vroeger als rechters van kamer AC8 in de zaak die heeft geleid tot het vonnis van 27 januari 2023 kennis hebben genomen van hetzelfde geschil dat thans voor hen hangend is; - het feit dat beide strafdossiers in deze procedures een afschrift van hetzelfde proces-verbaal met nummer 525444/2020 (afkomstig uit hetzelfde derde dossier of dezelfde onderzoeksmaatregel) bevatten en dat in het vonnis van 27 januari 2023 de eiser op basis van dat proces-verbaal werd geïdentificeerd als gebruiker van de SKY ECC PIN's (…), doet geen afbreuk aan het voorgaande.
  10. Op grond van die redenen, waarmee de beslissing regelmatig met redenen is omkleed, kan het arrest wettig oordelen dat de zaak met notitienummer AN60.DA.192/2021, waarin de gewraakte rechters hebben geoordeeld bij vonnis van 27 januari 2023, niet kan worden beschouwd als hetzelfde geschil in de zin van artikel 828, 9°, Gerechtelijk Wetboek als de zaak met notitienummer AN10.F1.509254/2021, die thans voor dezelfde rechters hangende is. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  11. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motivering van vonnissen en arresten: het arrest verklaart eisers verzoek tot wraking van de rechters D., V. en P., gebaseerd op artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek, ongegrond omdat het niet volstaat dat het proces-verbaal met nummer 525444/2020, op basis waarvan de eiser in het vonnis van 27 januari 2023 werd geïdentificeerd als gebruiker van bepaalde SKY ECC PIN’s, is gevoegd bij het strafdossier van de thans hangende zaak om aan te nemen dat de gewraakte rechters niet meer in staat zouden zijn om in deze zaak op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen of dat er gewettigde twijfel kan bestaan over hun geschiktheid daartoe; met hun oordeel in het vonnis van 27 januari 2023 dat de eiser boven elke redelijke twijfel de gebruiker is geweest van bedoelde SKY ECC PIN's, wat door de eiser werd betwist, hebben de gewraakte rechters hun oordeel reeds gevormd over de gehoudenheid van de eiser aan de hem thans ten laste gelegde feiten; de gewraakte rechters zijn dan ook niet in staat om op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen over dezelfde kwestie in de thans hangende zaak, minstens wekken zij dienaangaande gewettigde twijfel.
  12. In zoverre het middel aanvoert dat het proces-verbaal met nummer 525444/2020 doorslaggevend is voor de beslissing over de schuld van de eiser in de hangende zaak, verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
  13. Op grond van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek kan iedere rechter worden gewraakt wegens gewettigde verdenking. Die verdenking kan onder meer slaan op de objectieve geschiktheid van de rechter om de hem voorgelegde zaak onpartijdig te kunnen beoordelen. Dit vereist dat wordt nagegaan of de rechter voldoende waarborgen biedt opdat elke twijfel over zijn onpartijdigheid waartoe ook de afwezigheid van vooroordeel behoort, kan worden uitgesloten. Daarbij kan een schijn van partijdigheid van belang zijn. Weliswaar kan de twijfel die bestaat bij degene die aanvoert dat de rechter niet onpartijdig is een beoordelingselement zijn voor de onpartijdigheid, maar die twijfel is niet beslissend. Nagegaan moet worden of de geuite twijfel of vrees objectief gerechtvaardigd is.
  14. De enkele omstandigheid dat een rechter in een afgedane zaak reeds heeft geoordeeld over de bewijswaarde van een bepaald bewijselement ten aanzien van een beklaagde, leidt niet tot een objectief gerechtvaardigde twijfel dat die rechter niet meer met de vereiste objectiviteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid over datzelfde bewijselement zal kunnen oordelen in het kader van een nieuw bij hem aanhangig gemaakte vervolging van dezelfde beklaagde voor andere feiten, ook al zijn bepaalde nieuwe feiten aanhangig gemaakt onder dezelfde misdrijfomschrijving en met een aanverwante misdrijfperiode als de reeds beoordeelde feiten. Het is slechts anders wanneer de rechter in de afgedane zaak een standpunt heeft ingenomen dat vooruitloopt op de beoordeling van de schuldvraag in de nieuwe zaak. De wrakingsrechter oordeelt onaantastbaar of dit het geval is. Het Hof gaat wel na of die rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  15. Het arrest citeert de verklaring die de gewraakte rechters overeenkomstig artikel 836 Gerechtelijk Wetboek hebben afgelegd, waarin zij weigeren zich van de zaak te onthouden wegens onder meer de volgende redenen: “Zoals reeds aangehaald, doet het feit dat het Openbaar Ministerie zich in huidig dossier (mede) zou baseren op bewijselementen waarop de rechtbank in dezelfde samenstelling zich bij de beoordeling van andere feiten heeft gebaseerd om te besluiten tot schuldigverklaring op geen enkele manier afbreuk aan de mogelijkheid om op onpartijdige en onafhankelijke wijze te oordelen over de thans voorliggende feiten, noch ontstaat er dienaangaande gewettigde twijfel. De rechtbank zal in het kader van de beoordeling van de thans voorliggende feiten moeten oordelen over de toelaatbaarheid en desgevallend de bewijswaarde van de door het Openbaar Ministerie aangevoerde elementen, hierbij rekening houdend met de stukken die zich in huidig dossier bevinden en met de argumenten die o.a. [de eiser] in dit dossier hieromtrent ontwikkelt. Het feit dat de zetel waarvan [de gewraakte rechters deel uitmaakten] reeds eerder een bepaald bewijselement [hebben] aangewend ter ondersteuning van de schuldigverklaring van [de eiser] aan andere feiten dan deze die thans voorliggen, is op geen enkele wijze te beschouwen als een voorafname op de beoordeling van het bewijs met betrekking tot andere feiten, in het kader van een ander dossier en een ander debat.”
  16. Het arrest oordeelt verder als volgt: - wettige verdenking veronderstelt dat de rechter niet in staat is op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen in de zaak of bij de openbare opinie gewettigde twijfel wekt aangaande zijn geschiktheid om op die wijze uitspraak te doen; - de rechter wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed onpartijdig, onafhankelijk en onbevangen te oordelen; - om te beoordelen of er met betrekking tot de voornoemde rechters al dan niet sprake is van een inbreuk op het beginsel van de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid, moet worden nagegaan of de verdenkingen die de eiser zegt te koesteren, voor objectief verantwoord kunnen doorgaan. Bij de beoordeling of er wettige redenen zijn om te twijfelen aan de onpartijdigheid van sommige leden van een rechtscollege, kan rekening worden gehouden met de overtuiging die een partij op dit punt zegt te hebben. Die overtuiging vormt evenwel geen exclusief criterium; - het feit dat het proces-verbaal met nummer 525444/2020 op basis waarvan in het vonnis van 27 januari 2023 de verzoeker tot wraking werd geïdentificeerd als gebruiker van de SKY ECC PIN's (…), ook gevoegd is in het strafdossier van de thans hangende zaak, volstaat niet om aan te nemen dat de gewraakte rechters niet meer in staat zouden zijn om op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen in de thans hangende zaak, noch om aan te nemen dat er een gewettigde twijfel kan bestaan over de geschiktheid van de gewraakte rechters om op die wijze uitspraak te doen over de thans hangende zaak.
  17. Op grond van die redenen, waarmee de beslissing regelmatig met redenen is omkleed, kan het arrest wettig oordelen dat het oordeel van de gewraakte rechters in het vonnis van 27 januari 2023 hen niet belet op een objectieve, onpartijdige en onafhankelijke wijze te oordelen over de bewijswaarde van de gegevens vervat in het proces-verbaal nummer 525444/2020 in de thans bij hen aanhangig gemaakte zaak lastens de eiser. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  18. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 44,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 18 april 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230418.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.