← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230418.2N.4 Rolnummer: P.23.0334.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-04-24 Raadplegingen: 942 - laatst gezien 2026-06-18 20:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Overmacht die de inlevering van het rijbewijs verhindert binnen de termijn van vier dagen na kennisgeving van de veroordeling overeenkomstig artikel 40 Wegverkeerswet en artikel 67 KB Rijbewijs, kan alleen voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de overtreder en die door hem niet kon worden voorzien of vermeden; de rechter beoordeelt onaantastbaar of de aangevoerde omstandigheden een geval van overmacht uitmaken; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord

(1).
(1)Over art. 49/1 Wegverkeerswet zie Cass. 22 februari 2022, AR P.21.1231.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230530.2N.1, AC 2022, nr. 144; GwH 2 februari 2023, arrest 17/2023, www.const-court.be. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 40 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Artt. 40 en 49/1, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 67 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 49 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Artt. 40 en 49/1, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 67 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - EXPLOOT Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Artt. 40 en 49/1, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 67 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Artt. 40 en 49/1, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 67 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0334.N M. S. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kurt Deferm, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Hasselt, van 5 januari
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 71 Strafwetboek en artikel 67 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs (hierna KB Rijbewijs): het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiser zich niet kan beroepen op de schulduitsluitingsgrond overmacht niettegenstaande hij sedert 30 december 2020 in de gevangenis verbleef en de termijn voor de inlevering van zijn rijbewijs zich uitstrekte van 28 december 2020 tot en met 4 januari 2021; hij kon onmogelijk voorzien dat hij op 30 december 2020 zou worden aangehouden; op dat ogenblik beschikte hij nog over drie dagen om zijn rijbewijs op de griffie in te leveren; de eiser beschikte ook niet over de mogelijkheid om het rijbewijs per post via aangetekende zending te versturen of het te laten afgeven door een gemachtigde derde.
  3. Artikel 49/1, eerste lid, Wegverkeerswet bestraft met een geldboete van 200,00 euro tot 2.000,00 euro hij die, nadat tegen hem een verval van het recht op sturen werd uitgesproken, zijn rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs niet inlevert binnen de door artikel 67 KB Rijbewijs bepaalde termijn.
  4. Volgens artikel 67 KB Rijbewijs moet hij die een verval van het recht tot sturen als straf heeft opgelopen, zijn rijbewijs of als zodanig geldend bewijs inleveren bij de griffier van het gerecht dat de beslissing heeft uitgesproken en dit binnen vier dagen na de dag waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de veroordeelde heeft gedaan overeenkomstig artikel 40 Wegverkeerswet.
  5. Overmacht die de inlevering van het rijbewijs binnen deze termijn verhindert, kan alleen voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de overtreder en die door hem niet kon worden voorzien of vermeden.
  6. De rechter beoordeelt onaantastbaar of de aangevoerde omstandigheden een geval van overmacht uitmaken.
  7. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  8. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  9. Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - het verblijf van de eiser in de gevangenis, dat klaarblijkelijk slechts een aanvang nam de tweede dag volgend op de dag waarop de kennisgeving van het verval aan de eiser persoonlijk werd verricht, kon hem niet verder vrijstellen van de verplichting om zijn rijbewijs in te leveren op de griffie van de politierechtbank en dit uiterlijk op maandag 4 januari 2021; - de houder van een rijbewijs, die is ontzet uit het recht tot sturen door een vervallenverklaring, dient een resultaatsverbintenis na te leven om het rijbewijs effectief te laten toekomen op de griffie binnen de voormelde termijn van vier dagen na de datum van de kennisgeving (zaterdagen, zondagen en feestdagen niet in de termijn begrepen); - de veroordeelde moet niet noodzakelijk persoonlijk het rijbewijs neerleggen bij de griffier van het gerecht dat het verval heeft uitgesproken, maar kan dit eventueel via een (aangetekende) zending per post overmaken aan de griffie of het rijbewijs op de griffie door een door hem gemachtigde derde persoon laten afgeven; - een inlevering van zijn rijbewijs binnen de voormelde termijn, met name uiterlijk op 4 januari 2021 op de griffie was dan ook voor de eiser niet volstrekt onmogelijk, ook al bevond hij zich sedert de tweede dag volgend op de dag waarop de kennisgeving van het verval aan hem in persoon werd gedaan en tijdens het verdere verloop van de voornoemde termijn, in de gevangenis. Op grond van die redenen kunnen de appelrechters wettig oordelen dat de eiser geen situatie van overmacht aannemelijk maakt en kunnen ze hem schuldig verklaren aan de ten laste gelegde inbreuk op artikel 49/1 Wegverkeerswet. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 18 april 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230418.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230530.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.