← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230425.2N.7 Rolnummer: P.22.1751.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2023-05-16 Raadplegingen: 755 - laatst gezien 2026-06-15 08:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De artikelen 52 en 54 Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op de berekening van de duur van de gevangenisstraf en dus ook niet op de bepaling of het uitstel van rechtswege wordt herroepen bij een veroordeling tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan zes maanden; indien het veroordelende vonnis of arrest de tenuitvoerlegging van de opgelegde hoofdgevangenisstraf uitstelt behoudens de ondergane voorhechtenis en dus slechts een effectieve hoofdgevangenisstraf oplegt die gelijk is aan die ondergane voorhechtenis, moet de duur van die opgelegde effectieve straf worden bepaald overeenkomstig artikel 25, zesde en zevende lid, Strafwetboek. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 25, zesde en zevende lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 52 en 54 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 25, zesde en zevende lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 52 en 54 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1751.N K. D. L., persoon voor wie de herroeping van het probatie-uitstel wordt gevorderd, eiseres, met als raadsman mr. Bart Bleyaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 30 november 2022 (C/1605/2022). De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel

  1. Het middel voert schending aan van de artikelen 52 en 54 Gerechtelijk Wetboek en artikel 14 Probatiewet: het arrest bepaalt ten onrechte de door de eiseres ondergane voorhechtenis op zes maanden en drie dagen; artikel 25 Strafwetboek heeft geen uitwerking in het kader van de berekening van de duurtijd van de voorlopige hechtenis; de in artikel 14, § 1, Probatiewet bepaalde termijn moet immers worden berekend overeenkomstig de artikelen 52 en 54 Gerechtelijk Wetboek. Krachtens artikel 25, zesde en zevende lid, Strafwetboek is de duur van een dag gevangenisstraf vierentwintig uren en van een maand gevangenisstraf dertig dagen.
  2. Krachtens artikel 14, § 1, Probatiewet wordt het uitstel van rechtswege herroepen ingeval gedurende de proeftijd een nieuw misdrijf is gepleegd, dat een veroordeling tot een criminele straf of hoofdgevangenisstraf van meer dan zes maanden of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking wordt genomen overeenkomstig artikel 99bis Strafwetboek, zonder uitstel ten gevolge heeft gehad. De artikelen 52 en 54 Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op de berekening van de duur van de gevangenisstraf en dus ook niet op de bepaling of het uitstel van rechtswege wordt herroepen bij een veroordeling tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan zes maanden. Indien het veroordelende vonnis of arrest de tenuitvoerlegging van de opgelegde hoofdgevangenisstraf uitstelt behoudens de ondergane voorhechtenis en dus slechts een effectieve hoofdgevangenisstraf oplegt die gelijk is aan die ondergane voorhechtenis, moet de duur van die opgelegde effectieve straf worden bepaald overeenkomstig artikel 25, zesde en zevende lid, Strafwetboek. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 25 april 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230425.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.