← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 4 - 6 Weliswaar moet de rechter de door hem vastgestelde onregelmatigheid niet toetsen aan al deze criteria en kan hij ook andere criteria gebruiken, maar dat belet niet dat opzettelijk begane of daarmee gelijk te stellen onregelmatigheden die getuigen van een grove onachtzaamheid, principieel niet te verenigen zijn met de loyaliteit en de regelmatigheid van de bewijsgaring die in een rechtsstaat moeten kunnen worden verwacht van de vervolgende en opsporende instanties en bijgevolg is het recht op een eerlijk proces in de regel miskend en moet het onregelmatige bewijsmateriaal uit het debat worden geweerd wanneer de vermelde instanties een opzettelijke onregelmatigheid hebben begaan, dan wel een onregelmatigheid die getuigt van een grove onachtzaamheid, rekening houdend met alle concrete omstandigheden van de zaak, waaronder hun opdracht, hun handelwijze, de beschikbare informatie en hun normaal te verwachten kennis van de toepasselijke regelgeving ten tijde van het begaan van de onregelmatigheid; het is slechts anders wanneer de rechter vaststelt dat deze gevolgtrekking kennelijk onevenredig is met een of meer andere criteria die hij concreet toelicht, in het bijzonder de verhouding tussen de begane onregelmatigheid en de ernst en het belang van hetgeen op het spel staat en het Hof onderzoekt of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden zijn

(1).
(1)Cass. 4 april 2023, AR P.22.1730.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.10, AC 2023, nr. 256. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 32- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr.

P.23.0081.N D. V. G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Christophe Saveyn, advocaat bij de balie Oudenaarde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 9 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1 en 8 EVRM, artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en de artikelen 32, 36 en 41 Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt dat het bewijs verkregen uit de onwettige huiszoeking in een gesloten woning waarin twee prostituées werkten, niet uit het bewijs moet worden geweerd omdat geen op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvoorwaarden zijn miskend, de eiser de juistheid van de aangetroffen bewijselementen niet betwist, die bewijselementen niet onbetrouwbaar zijn en aan de eiser, ongeacht de mogelijke miskenning van de privacy van de beide prostituées, nog steeds een eerlijk proces kan worden gewaarborgd aangezien de eiser tegenspraak heeft kunnen voeren over alle elementen die uit de huiszoeking voortkomen, de ernst van de aan de eiser ten laste gelegde misdrijven de ernst van de beperkte inmenging in het privéleven van de prostituées overstijgt, het recht op een eerlijk proces in zijn geheel moet worden beoordeeld en de eiser in elke fase van de behandeling van de zaak de gelegenheid heeft gehad om verweer te voeren over de tegen hem ingebrachte bewijsmiddelen; de mogelijkheid tot tegenspraak volstaat evenwel niet om onregelmatig bewijs niet te weren; uit het arrest blijkt ook niet dat de ernst van de aan de eiser ten laste gelegde misdrijven veruit de begane onregelmatigheid overstijgt, terwijl een onwettige huiszoeking strafbaar kan zijn; evenmin slaat het arrest acht op het eveneens in de rechtspraak vooropgestelde criterium van het al dan niet opzettelijk begaan van de onregelmatigheid; de onwettige huiszoeking werd hier opzettelijk gepleegd na te zijn voorbereid in samenspraak met het parket; de onregelmatigheid is niet louter formeel, maar zij vormt de start van het onderzoek lastens de eiser en het erdoor opgeleverde bewijs vormt de basis voor eisers schuldigverklaring.
  3. Op grond van artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering oordeelt de rechter onaantastbaar of het gebruik van bewijs dat verkregen is door een onregelmatigheid waardoor geen op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereiste is miskend en het bewijs niet onbetrouwbaar is geworden, in strijd is met het recht op een eerlijk proces in zijn geheel. Hij kan bij zijn oordeel onder meer één of meer van volgende omstandigheden in aanmerking nemen: - de onregelmatigheid werd al dan niet opzettelijk begaan of ingevolge een grove onachtzaamheid die daardoor moet worden gelijkgesteld met een opzettelijke onregelmatigheid; - de ernst van het misdrijf overstijgt veruit de begane onregelmatigheid; - de onregelmatigheid betreft alleen een materieel element van het bestaan van het misdrijf; - de onregelmatigheid heeft een louter formeel karakter; - de onregelmatigheid heeft geen weerslag op het recht of de vrijheid die door de overschreden norm wordt beschermd;
  4. Weliswaar moet de rechter de door hem vastgestelde onregelmatigheid niet toetsen aan al deze criteria en kan hij ook andere criteria gebruiken, maar dat belet niet dat opzettelijk begane of daarmee gelijk te stellen onregelmatigheden die getuigen van een grove onachtzaamheid, principieel niet te verenigen zijn met de loyaliteit en de regelmatigheid van de bewijsgaring die in een rechtsstaat moeten kunnen worden verwacht van de vervolgende en opsporende instanties. Bijgevolg is het recht op een eerlijk proces in de regel miskend en moet het onregelmatige bewijsmateriaal uit het debat worden geweerd wanneer de vermelde instanties een opzettelijke onregelmatigheid hebben begaan, dan wel een onregelmatigheid die getuigt van een grove onachtzaamheid, rekening houdend met alle concrete omstandigheden van de zaak, waaronder hun opdracht, hun handelwijze, de beschikbare informatie en hun normaal te verwachten kennis van de toepasselijke regelgeving ten tijde van het begaan van de onregelmatigheid. Het is slechts anders wanneer de rechter vaststelt dat deze gevolgtrekking kennelijk onevenredig is met een of meer andere criteria die hij concreet toelicht, in het bijzonder de verhouding tussen de begane onregelmatigheid en de ernst en het belang van hetgeen op het spel staat.
  5. Het Hof onderzoekt of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden zijn.
  6. De appelrechters verklaren de eiser schuldig aan feiten die op grond van hun vaststellingen verband houden met mensenhandel en het aanzetten tot, exploiteren van en reclame maken voor prostitutie (telastleggingen A, B, C, D en G), in essentie wegens het verlenen van faciliteiten aan prostituées (huisvesten, boodschappen doen, rondvoeren, adverteren) tegen een niet-marktconforme vergoeding van 20 procent van hun opbrengsten uit prostitutie.
  7. Het bewijsmateriaal waarop deze schuldigverklaring steunt, vloeit onder meer voort uit de resultaten van een huiszoeking in een pand te Zottegem, waarover het arrest (p. 37-38) vaststelt wat volgt: - politie-inspecteurs hebben ingevolge een controle op de website “Redlights” vastgesteld dat een tweetal dames gelijkaardige advertenties plaatsten voor privé-ontvangsten in Zottegem en maakten met één van hen telefonisch een afspraak op het adres waar de dames actief zijn; - ze stelden vast dat dit een woning is waar niemand is ingeschreven en die volgens open bronnen te huur wordt aangeboden onder meer via booking.com; - ze begaven zich ter plaatse en betraden de woning nadat de bewuste dame de deur had geopend. Volgens het proces-verbaal vatten ze de controle aan met een veiligheidsrondgang in het pand. Ze beschreven de woning als een verzorgd pand dat duidelijk eerder wordt gebruikt om te verhuren dan als vaste woonplaats. Ook de ruimtes waar de dames zich prostitueerden werden beschreven als ‘verzorgd’. Ze identificeerden de aanwezige dames aan de hand van hun paspoorten en namen hun gsm-toestellen mee met het oog op exploitatie; - het pand in kwestie is een woning in de zin van artikel 15 Grondwet. Het betrof geen voor iedereen toegankelijke plaats: de politie verkreeg het adres slechts na telefonisch contact met het oproepnummer dat op de advertentie was vermeld. De inspecteurs hadden redenen om aan te nemen dat de aanwezige dames er activiteiten beoefenden die in essentie tot hun privéleven behoorden. Bovendien bleek tijdens de ‘controle’ dat de daar aangetroffen dames er verbleven; - de controle was in werkelijkheid een huiszoeking met gerechtelijk oogmerk. Zij strekte tot opsporing en inzameling van bewijselementen in privéplaatsen; - de politie-inspecteurs beperkten zich niet tot een veiligheidsrondgang. Uit het aanvankelijk proces-verbaal blijkt dat de controle met die veiligheidsrondgang werd aangevat. Ze beschreven de woning én de kamers van de dames als erg verzorgd en legden beslag op hun gsm-toestellen; - de bewoners verstrekten de politie-inspecteurs toegang tot de woning, maar gaven geen formele toestemming tot huiszoeking. Blijkens het onderwerp van het proces-verbaal werd de woning ‘gecontroleerd’ naar aanleiding van advertenties op Redlights.be. De inspecteurs beschikten op dat ogenblik nog niet over aanwijzingen van een ander misdrijf dan het misdrijf bedoeld in oud artikel 380ter, § 3, Strafwetboek (reclame voor prostitutie); - er was geen sprake van een huiszoeking op heterdaad. Het arrest oordeelt verder dat de onregelmatigheid van de huiszoeking van 22 september 2020 hier gelet op artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering niet moet leiden tot bewijsuitsluiting omdat “[De eiser] de juistheid van de gegevens die naar aanleiding van die huiszoeking zijn verzameld niet [betwist]. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat die gegevens onbetrouwbaar zouden zijn. Tot slot is ook zijn recht op een eerlijk proces niet geschonden. Zelfs als bij de huiszoeking het recht op bescherming van het privéleven van de beide dames zou zijn geschonden, betekent dit niet dat aan [de eiser] geen eerlijk proces kan worden gewaarborgd: [de eiser] heeft immers over alle elementen die uit de huiszoeking voortkomen tegenspraak kunnen voeren. De ernst van de aan [de eiser] te laste gelegde misdrijven overstijgt de ernst van de beperkte inmenging in het privéleven van de dames. Het recht op een eerlijk proces moet bovendien in zijn geheel worden beoordeeld. [De eiser] heeft in elke fase van de behandeling van deze zaak de gelegenheid gehad om verweer te voeren over de tegen hem ingebrachte bewijsmiddelen. Zijn rechten van verdediging zijn niet geschonden.”
  8. Uit de eerst vermelde redenen volgt dat de door de verbalisanten gepleegde onregelmatigheid getuigt van opzet of een daarmee gelijk te stellen grove nalatigheid. Bijgevolg konden de appelrechters op grond van de tweede vermelde redenen niet wettig oordelen dat het niet-weren van de resultaten van die onregelmatigheid geen miskenning inhield van het recht op een eerlijk proces van de eiser. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre het de hogere beroepen ontvankelijk verklaart en de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten op 334,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 25 april 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230425.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240625.2N.28 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250225.2N.1 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250624.2N.45 precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230516.2N.11 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.12 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250930.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.