← België

BELGISCHE STAAT fod Financiën c. GOBO TRANS SLOVAKIA

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230428.1N.1 Rolnummer: F.21.0127.N Zaak: BELGISCHE STAAT fod Financiën c. GOBO TRANS SLOVAKIA Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-07-06 Raadplegingen: 689 - laatst gezien 2026-06-17 14:10 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De administratie kan in een geschil met betrekking tot de toepassing van de belastingwet niet geldig afstand van geding in hoger beroep doen wanneer op dat ogenblik niet opnieuw hoger beroep kan worden ingesteld omdat de beroepstermijn is verstreken; de afstand van geding in hoger beroep komt in dat geval immers neer op een berusting in het vonnis en dus op een verboden verzaking aan de vordering. Thesaurus CAS: BERUSTING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 820 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 821 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 823 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 826 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. F.21.0127.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Algemene administratie van de bijzondere belastinginspectie-gewestelijke directie Antwerpen, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, bus 80, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen GOBO TRANS SLOVAKIA S.R.O., met zetel te 903 01 Senec (Slovakije), Dial’ nicná cesta 4416/18, verweerster, met als raadsman mr. Bart Ameye, advocaat bij de balie provincie Antwerpen, met kantoor te 2980 Zoersel, Oostmallebaan 87, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 20 april

  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 7 maart 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Derde onderdeel
  2. Volgens artikel 820 Gerechtelijk Wetboek ziet de partij bij afstand van geding af van de rechtspleging die zij is begonnen met een hoofdvordering of een tussenvordering. Afstand van geding heeft niet tot gevolg dat het recht zelf wordt prijsgegeven. Krachtens artikel 821 Gerechtelijk Wetboek ziet de eiser bij afstand van rechtsvordering af zowel van de rechtspleging als van het recht zelf. Afstand van rechtsvordering doet het recht teniet om te handelen met betrekking tot de aanspraak die voor de rechter was gebracht. Artikel 822 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat bij afstand van een proceshandeling de partij afziet van de gevolgen die er voor haar uit voortvloeien. Overeenkomstig artikel 823, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is afstand van rechtsvordering slechts mogelijk met betrekking tot een recht dat mag worden prijsgegeven en waarover de partij kan beschikken. Afstand van geding daarentegen is krachtens artikel 823, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek geoorloofd in alle zaken. Overeenkomstig artikel 826, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek houdt afstand van geding die aangenomen is, van rechtswege in dat de partijen ermee instemmen dat de zaken over en weder in dezelfde staat worden teruggebracht alsof er geen geding geweest was.
  3. Uit die bepalingen volgt dat afstand van geding niet belet dat de vordering later opnieuw wordt ingesteld, tenzij zij om een andere reden is uitgedoofd. Hieruit volgt dat afstand van geding in hoger beroep niet noodzakelijk impliceert dat de partij het vaste voornemen heeft haar instemming te betuigen met de beslissing. Wanneer echter op het ogenblik waarop afstand van geding in hoger beroep wordt gedaan, het hoger beroep niet meer opnieuw kan worden ingesteld omdat de termijn daarvoor is verstreken, komt dit neer op een berusting in het beroepen vonnis.
  4. Een betwisting inzake de belastingwet raakt de openbare orde zodat de administratie niet kan berusten in een beslissing die haar vordering tegen de belastingplichtige afwijst aangezien dit de wezenlijke belangen van de gemeenschap zou raken.
  5. Uit wat voorafgaat volgt dat de administratie in een geschil met betrekking tot de toepassing van de belastingwet niet geldig afstand van geding in hoger beroep kan doen wanneer op dat ogenblik niet opnieuw hoger beroep kan worden ingesteld omdat de beroepstermijn is verstreken. De afstand van geding in hoger beroep komt in dat geval immers neer op een berusting in het vonnis en dus op een verboden verzaking aan de vordering.
  6. Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat: - de betwisting een fiscale voorziening betreft door de verweerster ingesteld tegen ten hare laste gevestigde ambtshalve aanslagen in de vennootschapsbelasting voor de aanslagjaren 2013, 2014 en 2015; - de vordering van de eiseres bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, van 2 augustus 2019, verbeterd bij vonnis van 12 september 2019, werd ingewilligd; - dit vonnis aan de eiser werd betekend op 23 oktober 2019; - de eiser bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 14 oktober 2019 hoger beroep had aangetekend; - de eiser op 27 november 2019 een “afstand van geding bij conclusies” heeft neergelegd waarin werd gevraagd akte te verlenen van de afstand van het geding in hoger beroep dat hij tegen de verweerster had ingesteld; - de raadsman van de eiser bij brief van 2 december 2019 meldde dat de eiser, in tegenstelling tot wat eerder werd gemeld, geen afstand doet van het hoger beroep.
  7. Het arrest dat oordeelt dat de door de eiser gedane afstand van geding geldig is en deze afstand decreteert, terwijl uit de hiervoor aangehaalde vaststellingen, in het bijzonder het gegeven dat het beroepen vonnis aan de eiser werd betekend op 23 oktober 2019, volgt dat de afstand van geding neerkwam op een berusting in het beroepen vonnis, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 28 april 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230428.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.