id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230428.1N.5 Rolnummer: F.21.0008.N Zaak: FILIARCUS bv contra BELGISCHE STAAT-FOD FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2023-07-06 Raadplegingen: 685 - laatst gezien 2026-06-18 02:47 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230428.1N.5 Fiche 1 Artikel 537 WIB92 laat niet toe dat de beslissing tot goedkeuring van de reserves door een partieel gesplitste vennootschap, ten belope van de overgenomen reserves, wordt toegerekend aan de uit de partiële splitsing ontstane vennootschap
(1)Zie concl. OM. Zie ook de arresten dd. 28 april 2023 in dezelfde zin in de zaken F.21.0010.N en F.21.0111.N. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Roerende voorheffing Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 537 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 2 Het principe van de fiscale neutraliteit inzake herstructureringen vormt geen algemeen rechtsbeginsel; het moet bovendien strikt worden geïnterpreteerd en geldt slechts in de mate dat een wetsbepaling dit uitdrukkelijk regelt. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Afzonderlijke aanslagen - Fusie. Splitsing. Opslorping Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 212 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 3 Op grond van artikel 212, tweede lid, WIB92 geldt in geval van splitsing voor de overgenomen reserves de fiscale neutraliteit pas vanaf het ogenblik waarop die splitsing effectief tot stand wordt gebracht. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Afzonderlijke aanslagen - Fusie. Splitsing. Opslorping Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 212 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.21.0008.N FILIARCUS bv, met zetel te 2260 Westerlo, Overwijs 68, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0537.333.775, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-directeur KMO Centrum Mechelen, met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24, bus 17, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 28 april
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 7 maart 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 537, eerste lid, WIB92 wordt, in afwijking van de artikelen 171, 3°, en 269, § 1, 1°, het tarief van de personenbelasting, respectievelijk de roerende voorheffing vastgesteld op 10 pct. voor de dividenden die overeenkomen met de vermindering van de belaste reserves zoals deze ten laatste op 31 maart 2013 zijn goedgekeurd door de algemene vergadering op voorwaarde dat en in de mate dat minstens het verkregen bedrag onmiddellijk wordt opgenomen in het kapitaal en dat deze opneming plaatsvindt tijdens het laatste belastbaar tijdperk dat afsluit voor 1 oktober
- Vermits de belaste reserves moeten zijn goedgekeurd door de algemene vergadering van de uitkerende vennootschap, laat deze wetsbepaling niet toe dat de beslissing tot goedkeuring van de reserves door een partieel gesplitste vennootschap, ten belope van de overgenomen reserves, wordt toegerekend aan de uit de partiële splitsing ontstane vennootschap.
- Het principe van de fiscale neutraliteit inzake herstructureringen, dat onder meer verankerd is in artikel 212 WIB92, vormt geen algemeen rechtsbeginsel en moet bovendien strikt worden geïnterpreteerd. Het geldt slechts in de mate dat een wetsbepaling dit uitdrukkelijk regelt.
- Krachtens het hier toepasselijke artikel 212, eerste lid, WIB92 worden in gevallen als vermeld in artikel 211 de afschrijvingen, investeringsaftrekken, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling, aftrekken voor risicokapitaal, kapitaalsubsidies, minderwaarden of meerwaarden die bij de overnemende of verkrijgende vennootschappen met betrekking tot de bij hen ingebrachte bestanddelen in aanmerking worden genomen en het gestorte kapitaal bepaald alsof de fusie of de splitsing niet had plaatsgevonden. Krachtens het hier toepasselijke artikel 212, tweede lid, WIB92 blijven in dezelfde gevallen de bepalingen van dit Wetboek op de wijze en onder de voorwaarden als daarin gesteld, van toepassing op de waardeverminderingen, voorzieningen, onder- en overwaarderingen, kapitaalsubsidies, vorderingen, meerwaarden en reserves die bij de overgenomen of gesplitste vennootschappen bestonden, in zover die bestanddelen worden teruggevonden in de activa van de overnemende of verkrijgende vennootschappen. Op grond van artikel 212, tweede lid, WIB92 geldt in geval van splitsing voor de overgenomen reserves de fiscale neutraliteit pas vanaf het ogenblik waarop die splitsing effectief tot stand wordt gebracht.
- Overeenkomstig artikel 5 Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat treffen de lidstaten de nodige maatregelen opdat de reserves die door de inbrengende vennootschap in overeenstemming met de voorschriften met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van belasting zijn gevormd, behoudens de reserves uit vaste inrichtingen in het buitenland, onder dezelfde voorwaarden worden overgenomen door de vaste inrichtingen van de ontvangende vennootschap welke zijn gelegen in de lidstaat van de inbrengende vennootschap, waarbij de ontvangende vennootschap de rechten en verplichtingen van de inbrengende vennootschap overneemt. De toepassing van deze bepaling veronderstelt dat de vennootschap die gesplitst wordt, de vastklikoperatie van artikel 537 WIB92 heeft uitgevoerd vóór de splitsing.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - “[de eiseres] pas [werd] opgericht (…) in juli 2013 en dus niet vóór 31 maart 2013 [is] kunnen overgaan tot het goedkeuren van een jaarrekening met reserves die in aanmerking konden komen voor het overgangsregime van artikel 537 WIB92, omdat ze op dat moment zelfs nog niet bestond”; - “de fiscale neutraliteit pas [kan] gelden vanaf het moment waarop de fusie of splitsing tot stand werd gebracht, hetzij in onderhavig geval na de goedkeuring van het splitsingsvoorstel door de algemene vergadering op 30 juli 2013 en de oprichting van [de eiseres]” en “pas vanaf dat moment [de eiseres] [beschikte] over reserves die konden worden gebruikt voor een dividenduitkering overeenkomstig artikel 537 WIB92, hetgeen dus te laat was, vermits ze over die reserves had moeten kunnen beschikken uiterlijk op 30 maart 2013”; - “in de rechtsleer gesuggereerd [wordt] dat de geest en doelstelling van de fiscale neutraliteit in dergelijk geval zou toelaten om in hoofde van de overnemende vennootschap de overgenomen belaste reserves in aanmerking te laten nemen die blijken uit de meest recente jaarrekening van de overgenomen of (partieel) gesplitste vennootschap welke ten laatste op 31 maart 2013 is goedgekeurd door de algemene vergadering van deze vennootschap” maar “[het hof van beroep] dit standpunt evenwel niet [kan] volgen, vermits het geen steun vindt in de wet”, aangezien “artikel 537 WIB92 een gunstmaatregel betreft, die strikt moet worden geïnterpreteerd” en “ook de fiscale neutraliteit van artikel 212 WIB92 beperkt [is] (…) tot de elementen die erin worden opgesomd en de wetgever voor wat de toepassing van artikel 537 WIB92 betreft niet [heeft] voorzien in een roll-overbepaling, die zou toelaten dat de beslissing tot goedkeuring van de reserves door de partieel gesplitste vennootschap ten belope van de overgenomen reserves zou worden toegerekend aan de uit de partiële splitsing ontstane vennootschap”.
- Door aldus te oordelen dat de eiseres geen aanspraak kan maken op de toepassing van artikel 537 WIB92, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 315,85 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 28 april 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230428.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230428.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div