← België

BELGISCHE STAAT, MIN FINANCIEN c. BANDAMED nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230428.1N.7 Rolnummer: F.21.0040.N Zaak: BELGISCHE STAAT, MIN FINANCIEN c. BANDAMED nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2023-07-06 Raadplegingen: 680 - laatst gezien 2026-06-15 08:38 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230428.1N.7 Fiche De in artikel 537 WIB92 bedoelde “belaste reserves” zijn deze die op datum van de ten laatste op 31 maart 2013 goedgekeurde jaarrekening in aanmerking komen om te worden verminderd met het oog op de uitkering van dividenden; aangezien de wettelijke reserve met toepassing van artikel 616 Wetboek van Vennootschappen, zoals van toepassing op het geschil, niet kan worden verminderd met het oog op de uitkering van dividenden, mag deze niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van het bedrag waarvoor het gunstregime van artikel 537, eerste lid, WIB92 kan worden toegepast

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Roerende voorheffing Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 537 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.21.0040.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal Centrum KMO Gent, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6, bus 304, eiser, tegen BANDAMED nv, met zetel te 9772 Kruisem, Eikendreef 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0444.817.749, verweerster, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 1 september
  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 7 maart 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 537, eerste lid, WIB92, wordt, in afwijking van de artikelen 171, 3°, en 269, § 1, 1°, het tarief van de personenbelasting, respectievelijk de roerende voorheffing vastgesteld op 10 pct. voor de dividenden die overeenkomen met de vermindering van de belaste reserves zoals deze ten laatste op 31 maart 2013 zijn goedgekeurd door de Algemene Vergadering op voorwaarde dat en in de mate dat minstens het verkregen bedrag onmiddellijk wordt opgenomen in het kapitaal en dat deze opneming plaatsvindt tijdens het laatste belastbaar tijdperk dat afsluit voor 1 oktober
  3. De tekst van de wet vereist dat, om voor het gunstregime van artikel 537, eerste lid, WIB92 in aanmerking te komen, de uitgekeerde dividenden dienen overeen te komen met de vermindering van de belaste reserves zoals deze ten laatste op 31 maart 2013 zijn goedgekeurd door de Algemene Vergadering. Hieruit volgt dat de in deze bepaling bedoelde “belaste reserves” deze zijn die op datum van de ten laatste op 31 maart 2013 goedgekeurde jaarrekening in aanmerking komen om te worden verminderd met het oog op de uitkering van dividenden. Aangezien de wettelijke reserve met toepassing van artikel 616 Wetboek van Vennootschappen, zoals van toepassing op het geschil, niet kan worden verminderd met het oog op de uitkering van dividenden, mag deze niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van het bedrag waarvoor het gunstregime van artikel 537, eerste lid, WIB92 kan worden toegepast.
  4. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - noch in artikel 537, eerste lid, WIB92 noch in enige andere bepaling van het WIB92 de term belaste reserves wordt beperkt tot belaste reserves die overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen uitkeerbaar zijn; - elke reserve die haar belastingregime heeft ondergaan, dus met inbegrip van de wettelijke reserve en onbeschikbare reserves, een belaste reserve is; - om in aanmerking te komen voor het verlaagd tarief van 10 pct. de dividenden moeten overeenkomen met de vermindering van de ten laatste op 31 maart 2013 vastgesteld belaste reserves, maar de wet niet vereist dat deze dividenden voortkomen uit, hun oorsprong vinden in of worden aangerekend op de belaste reserves die ten laatste op 31 maart 2013 zijn goedgekeurd; - vanzelfsprekend op het ogenblik van de uitkering van de dividenden zelf rekening moet worden gehouden met de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen; - dat deze dividenden gelet op de vennootschapsrechtelijke beperkingen boekhoudkundig voortkomen uit of worden toegerekend op reserves die na 31 maart 2013 gerealiseerd werden, geen afbreuk doet aan de toepassing van de fiscale regel opgenomen in artikel 537 WIB92 zolang het bedrag van het dividend niet groter is dan het bedrag van de belaste reserves zoals goedgekeurd ten laatste op 31 maart 2013 en overeenstemt met de mathematische vermindering van het maximumbedrag.
  5. Door op die gronden te beslissen dat de eiser door de term “belaste reserves” bedoeld in artikel 537 WIB92 te beperken tot de reserves die uitkeerbaar zijn op grond van het Wetboek van Vennootschappen, een voorwaarde toevoegt aan de wet en dat de verweerder correct toepassing heeft gemaakt van artikel 537 WIB92, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 28 april 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230428.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230428.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.