← België

M. contra A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230505.1N.1 Rolnummer: C.22.0262.N Zaak: M. contra A. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-07-17 Raadplegingen: 1119 - laatst gezien 2026-06-18 14:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230505.1N.1 Fiche 1 De omstandigheid dat de onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen, voortvloeit uit een element dat reeds ter kennis was gebracht van de dwangsomrechter ten tijde van de dwangsomveroordeling, sluit de toepassing van artikel 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek niet uit

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Fiche 2 Dat de veroordeelde schuldenaar dit element als zodanig niet heeft aangevoerd als verweer tegen een dwangsomveroordeling, terwijl hem daarom geen fout kan worden verweten, sluit de toepassing van artikel 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek niet uit
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Fiche 3 Er is sprake van een onmogelijkheid in de zin van artikel 1385quinquies, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek indien zich een toestand voordoet waarin de dwangsom haar zin als dwangmiddel, dit wil zeggen als geldelijke prikkel om de nakoming van de veroordeling zoveel mogelijk te verzekeren, verliest. Dat is het geval indien het onredelijk zou zijn om van de veroordeelde meer inspanning en zorgvuldigheid te vergen dan hij heeft betracht. Thesaurus CAS: DWANGSOM Fiche 4 De door artikel 1385quinquies, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde onmogelijkheid is geen absolute, maar wel een relatieve onmogelijkheid die moet worden afgemeten volgens de maatstaf van wat redelijkerwijze onmogelijk is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Tekst van de beslissing Nr. C.22.0262.N
  1. D. M.,
  2. H. M.,
  3. A. M., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen M. A., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 21 maart
  4. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 6 april 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  5. Krachtens artikel 1385quinquies, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter die de dwangsom heeft opgelegd op vordering van de veroordeelde de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen.
  6. Deze bepaling strekt ertoe te verhinderen dat een dwangsomveroordeling leidt tot een onbillijk resultaat ingeval het voor de veroordeelde redelijkerwijze onmogelijk is om de veroordeling na te komen.
  7. Wanneer de nakoming van de dwangsomveroordeling redelijkerwijze onmogelijk is, verliest de dwangsom iedere zin als prikkel om de nakoming ervan te verzekeren en strekt zij enkel tot bestraffing van de veroordeelde schuldenaar. De omstandigheid dat de onmogelijkheid voortvloeit uit een element dat reeds ter kennis was gebracht van de dwangsomrechter ten tijde van de dwangsomveroordeling, sluit de toepassing van artikel 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek niet uit. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  8. De omstandigheid dat de onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen, voortvloeit uit een element dat reeds ter kennis was gebracht van de dwangsomrechter ten tijde van de dwangsomveroordeling, sluit de toepassing van artikel 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek niet uit. Dat de veroordeelde schuldenaar dit element als zodanig niet heeft aangevoerd als verweer tegen een dwangsomveroordeling, terwijl hem daarom geen fout kan worden verweten, sluit de toepassing van artikel 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek evenmin uit. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
  9. Voormelde uitleg van artikel 1385quinquies, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek dat overeenkomt met artikel 4, lid 1, Dwangsomwet ligt voor de hand zodat geen prejudiciële vraag dient te worden gesteld. […] Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 276,29 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 5 mei 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230505.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230505.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.