← België

MEDITERRANEAN SHIPPING COMPANY SRL c. BELGISCHE STAAT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230508.3N.1 Rolnummer: C.22.0360.N Zaak: MEDITERRANEAN SHIPPING COMPANY SRL c. BELGISCHE STAAT Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2023-07-06 Raadplegingen: 496 - laatst gezien 2026-06-15 08:37 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230508.3N.1 Fiche 1 Een administratieve geldboete kan worden opgelegd aan de kapitein of de eigenaar die, zelfs buiten België, een vaartuig zee doet kiezen of in de Belgische zeewateren of binnenwateren een vaartuig doet varen, als de toestand ervan de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar brengt

(1).
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART Wettelijke bepalingen: Wet 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten - 25-12-2016 - Ar. 2, 1° - 38 ELI link Pub nr 2017030001 Wet 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten - 25-12-2016 - Art. 3, § 1, eerste lid - 38 ELI link Pub nr 2017030001 Fiche 2 Een inbreuk op de voorschriften van het Verdrag van 23 februari 2006 betreffende maritieme arbeid kan van aard zijn om de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar te brengen; de rechter oordeelt onaantastbaar op grond van de concrete gegevens van de zaak of de vastgestelde inbreuken op het MLC-Verdrag van aard zijn om de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar te brengen
(1).
(1)Zie concl. "in hoofdzaak" OM. Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART Wettelijke bepalingen: Wet 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten - 25-12-2016 - Ar. 2, 1° - 38 ELI link Pub nr 2017030001 Wet 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten - 25-12-2016 - Art. 3, § 1, eerste lid - 38 ELI link Pub nr 2017030001 Verdrag 23 februari 2006 betreffende maritieme arbeid, aangenomen te Genève op 23 februari 2006 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar 94ste zitting - 23-02-2006 - 54 Link Justel databank 20060223-54 Nota: Art. 2.1° van de wet van 25 december 2016, voor de wijziging door de wet van 8 mei
  1. Tekst van de beslissing Nr. C.22.0360.N MEDITERRANEAN SHIPPING COMPANY SRL, vennootschap naar Italiaans recht, met zetel te 80063 Piano di Sorento (Napoli) (Italië), Via Francesco Saverio Ciampa 29, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit, met kabinet te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50, tiende verdieping, voor wie optreedt de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, DG Scheepvaart, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Vooruitgangsstraat 56, City Atrium, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 11 maart
  2. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 16 maart 2023 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Krachtens artikel 3, § 1, eerste lid, van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten kan, onder de bij deze wet bepaalde voorwaarden, en voor zover de feiten strafrechtelijk kunnen worden vervolgd, een administratieve geldboete worden opgelegd voor inbreuken op de scheepvaartwetten en hun uitvoeringsbesluiten die onder de federale bevoegdheid vallen. Krachtens artikel 2, 1°, van voormelde wet, in de versie zoals hier van toepassing, wordt onder de scheepvaartwetten onder meer bedoeld de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen.
  4. Krachtens artikel 19 van de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen, in de versie zoals hier van toepassing, wordt met een geldboete van 200 tot 1.000.000 euro gestraft, de kapitein of de eigenaar die, zelfs buiten België, een vaartuig zee doet kiezen of in de Belgische zeewateren of binnenwateren een vaartuig doet varen, als de toestand ervan de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar brengt.
  5. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat een administratieve geldboete kan worden opgelegd aan de kapitein of de eigenaar die, zelfs buiten België, een vaartuig zee doet kiezen of in de Belgische zeewateren of binnenwateren een vaartuig doet varen, als de toestand ervan de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar brengt.
  6. Het Verdrag van 23 februari 2006 betreffende maritieme arbeid (hierna: het MLC-Verdrag) omvat voorschriften inzake
(1)de minimumvereisten voor zeevarenden om op een schip te mogen werken;
(2)de arbeidsomstandigheden;
(3)de huisvesting, ontspanningsvoorzieningen, voeding en catering;
(4)de bescherming van de gezondheid, medische zorg, welzijn en sociale zekerheidsbescherming; en
(5)de naleving en handhaving van het Verdrag. Een inbreuk op deze voorschriften kan van aard zijn om de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar te brengen.
  1. De rechter oordeelt onaantastbaar op grond van de concrete gegevens van de zaak of de vastgestelde inbreuken op het MLC-Verdrag van aard zijn om de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar te brengen.
  2. Uit de vaststellingen van het vonnis blijkt dat: - de Belgische havenstaatcontrole op 8 juli 2020 een inspectie uitvoerde op het schip “MSC Katie” in Antwerpen; - tijdens de inspectie met betrekking tot verschillende bemanningsleden volgende inbreuken op het MLC-Verdrag werden vastgesteld: vervallen contracten van zeevarenden; overschrijden van de maximale duur van het arbeidscontract; schending van het recht op vertrek; - de vaststellingen van de havenstaatcontrole werden opgenomen in een proces-verbaal van 13 juli 2020; - bij beslissing van 4 maart 2021 door de Dienst Administratieve Geldboetes aan de eiseres een administratieve geldboete van 10.200,00 euro werd opgelegd.
  3. Het vonnis oordeelt dat: - inbreuken op de voorschriften inzake maritieme arbeid van aard zijn om de veiligheid van de bemanning, de passagiers, de lading of het mariene milieu in gevaar te brengen; - de voorschriften van het MLC-Verdrag onder de noemer vallen van voorschriften die betrekking hebben op de veiligheid van de vaartuigen; - inbreuken op het MLC-Verdrag aldus strafbaar zijn op grond van artikel 19 van de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen.
  4. Door aldus te oordelen, zonder in concreto na te gaan of de door de Belgische havenstaatcontrole vastgestelde inbreuken op het MLC-Verdrag van aard waren om de veiligheid van de bemanning, de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar te brengen, verantwoordt de rechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Antoine Lievens en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 8 mei 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230508.3N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230508.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.