← België

T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:A

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 6 - 8 Artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering sanctioneert de overschrijding van de redelijke termijn van de strafvervolging; die bepaling is bijgevolg niet van toepassing op de overeenkomstig artikel 14, § 3, Probatiewet ingestelde vordering tot herroeping van een probatie-uitstel van tenuitvoerlegging; een dergelijke vordering beoogt immers uitsluitend de maatregel van het probatie-uitstel van tenuitvoerlegging van een bij definitief vonnis of arrest opgelegde straf te herroepen en is daarom geen strafvervolging in de zin van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0229.N G. B. K. T., persoon voor wie de herroeping van het probatie-uitstel wordt gevorderd, eiser, met als raadsman mr. Bart Bleyaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 25 januari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 14, § 3, Probatiewet: het arrest oordeelt ten onrechte dat de in die bepaling opgenomen verjaringstermijn van één jaar een aanvang neemt op de datum van de dagvaarding strekkende tot herroeping van het probatie-uitstel; die termijn neemt een aanvang op het ogenblik dat de Probatiecommissie voorstelt het probatie-uitstel te herroepen.
  3. Artikel 14, § 3, Probatiewet bepaalt dat de vordering tot herroeping van probatie-uitstel van tenuitvoerlegging wegens de niet-naleving van de opgelegde voorwaarden moet worden ingesteld uiterlijk binnen een jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht en dat zij verjaart een vol jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht.
  4. Uit de tekst van deze bepaling en uit de in artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet uitgewerkte regeling dat het het openbaar ministerie is dat op verslag van de Probatiecommissie strekkende tot herroeping van het probatie-uitstel dagvaardt tot herroeping, volgt dat de termijn van één jaar een aanvang neemt op de datum waarop het bevoegde gerecht voor het eerst kennis neemt van de herroepingsvordering en dus niet op de datum van het verslag van de probatiecommissie strekkende tot herroeping van het probatie-uitstel. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 14, § 3, Probatiewet: het arrest oordeelt ten onrechte dat de redelijke termijn in strafzaken niet van toepassing is op vorderingen tot herroeping van een probatie-uitstel van tenuitvoerlegging.
  6. Het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht van een behandeling binnen een redelijke termijn is niet van toepassing op de vordering tot herroeping van een probatie-uitstel van tenuitvoerlegging wegens niet-naleving van de voorwaarden. Het gerecht dat oordeelt over een dergelijke vordering doet immers geen uitspraak over het vaststellen van burgerlijke rechten of het bepalen van de gegrondheid van een strafvervolging.
  7. Artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering sanctioneert de overschrijding van de redelijke termijn van de strafvervolging. Die bepaling is bijgevolg niet van toepassing op de overeenkomstig artikel 14, § 3, Probatiewet ingestelde vordering tot herroeping van een probatie-uitstel van tenuitvoerlegging. Een dergelijke vordering beoogt immers uitsluitend de maatregel van het probatie-uitstel van tenuitvoerlegging van een bij definitief vonnis of arrest opgelegde straf te herroepen en is daarom geen strafvervolging in de zin van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering.
  8. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn nageleefd en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 9 mei 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230509.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.17 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.18 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041006.8 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100504.11 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140611.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200616.2N.8 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210209.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.