← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230509.2N.17 Rolnummer: P.23.0261.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-06-12 Raadplegingen: 715 - laatst gezien 2026-06-18 12:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 29, § 1, derde lid, en 38, § 5, eerste en derde lid Wegverkeerswet en artikel 2, 4° KB van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad en de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer volgt dat de verzwarende omstandigheid van artikel 38, § 5, eerste lid, Wegverkeerswet niet kan worden toegepast ingeval van een overtreding op artikel 10.1.1° Wegverkeersreglement. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29, § 1, derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 5, eerste en derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 10.1.1° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer - 30-09-2005 - Art. 2, 4° - 37 ELI link Pub nr 2005014182 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 10 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29, § 1, derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 5, eerste en derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 10.1.1° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer - 30-09-2005 - Art. 2, 4° - 37 ELI link Pub nr 2005014182 Fiches 3 - 4 De onwettigheid van het aannemen van de verzwarende omstandigheid van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet leidt tot de vernietiging van de beslissing om de eiser vervallen te verklaren van het recht tot het besturen van alle motorvoertuigen voor een termijn van vijftien dagen en het afhankelijk maken van het herstel van dit recht van het slagen in een theoretisch examen

(1).
(1)Over art. 38, § 5 Wegverkeerswet zie Cass. 6 september 2022, AR P.22.0586.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220906.2N.10, AC 2022, nr. 509; Cass. 8 februari 2017, AR P.17.0046.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170208.3, AC 2017, nr. 95 met concl. van advocaat-generaal M. NOLET DE BRAUWERE op datum in Pas.; P. ARNOU, “Verplicht rijverbod met examen(
  1. s)voor beginnende bestuurders die worden veroordeeld wegens een overtreding die een verval van het recht tot sturen kan meebrengen”, RW 2007-08, 792-795; C. DE ROY, “Over de verzwaring van de straf voor beginnende bestuurders”, VAV 2013, 42-44. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 434 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 435 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 5 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 434 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 435 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 5 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0261.N J. F. M.-E. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Peter Snauwaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 20 januari 2023. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 2 Strafwetboek, artikel 38, § 5, Wegverkeerswet en artikel 10.1.1° Wegverkeersreglement, alsmede miskenning van het legaliteitsbeginsel: zowel het beroepen vonnis als het bestreden vonnis oordelen ten onrechte dat toepassing moet worden gemaakt van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet, terwijl de daarin bepaalde verzwarende omstandigheid niet geldt voor een overtreding van de tweede graad. 2. Artikel 38, § 5, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter het verval van het recht tot sturen moet uitspreken en het herstel van het recht tot sturen minstens afhankelijk moet maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen indien hij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B. Artikel 38, § 5, derde lid, Wegverkeerswet bepaalt dat het eerste lid niet van toepassing is op overtredingen van de tweede graad zoals bedoeld in artikel 29, § 1, Wegverkeerswet. Artikel 29, § 1, derde lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de Koning overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar brengen en de overtredingen die bestaan uit het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap of uit gedragingen inzake de inschrijving waardoor men zich aan vervolging kan onttrekken, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig kan aanwijzen als overtredingen van de tweede graad. Artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, bepaalt dat de overtreding van artikel 10.1.1° Wegverkeersreglement, een overtreding van de tweede graad is in de zin van artikel 29, § 1, derde lid, Wegverkeerswet. Uit deze bepalingen volgt dat de verzwarende omstandigheid van artikel 38, § 5, eerste lid, Wegverkeerswet niet kan worden toegepast ingeval van een overtreding op artikel 10.1.1° Wegverkeersreglement. De eiser wordt veroordeeld voor een overtreding van artikel 10.1.1° Wegverkeersreglement. Het bestreden vonnis dat oordeelt dat de verzwarende omstandigheid van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet terecht wordt aangenomen omdat de eiser een rijbewijs B heeft sedert 26 oktober 2018, is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Tweede middel Het middel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing behoeft geen antwoord. Omvang van de cassatie De onwettigheid van het aannemen van de verzwarende omstandigheid van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet leidt tot de vernietiging van de beslissing om de eiser vervallen te verklaren van het recht tot het besturen van alle motorvoertuigen voor een termijn van vijftien dagen en het afhankelijk maken van het herstel van dit recht van het slagen in een theoretisch examen. Het laat evenwel de overige beslissingen van het bestreden vonnis onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser vervallen verklaart van het recht tot het besturen van alle motorvoertuigen voor een termijn van vijftien dagen en dit het herstel van dit recht afhankelijk maakt van het slagen in een theoretisch examen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 137,67 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 9 mei 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230509.2N.17 Gerelateerde publicatie(
  2. s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170208.3 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220906.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.