id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:A
Art. 427
, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 429
, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 De verplichting de stukken betreffende de betekening van het cassatieberoep tijdig neer te leggen en de sanctionering van die verplichting met een niet-ontvankelijkheid hebben tot doel het Hof en zijn parket-generaal in staat te stellen dadelijk na het verstrijken van de termijn om stukken in te dienen, de ontvankelijkheid van het cassatieberoep in te schatten en zo snel als mogelijk aan het ingestelde rechtsmiddel het nodige gevolg te geven en toelaten dat de betekeningsstukken nog kunnen worden ingediend buiten de wettelijk bepaalde termijn behoudens overmacht, doorkruist de normale werkzaamheden van het Hof en zijn parket-generaal; de verplichting de betekeningsstukken tijdig in te dienen en de daaraan verbonden sanctionering dient dan ook de goede rechtsbedeling en getuigt niet van een excessief formalisme. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn van betekening en-of neerlegging Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 427
, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 429
, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 De artikelen 860 en 861 Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op de verplichting tijdig de stukken betreffende de betekening van het cassatieberoep in strafzaken in te dienen ter griffie. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn van betekening en-of neerlegging Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 860 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 861 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 860 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 861 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0158.N C. N., burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Elisabeth Vanpeteghem, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, tegen A. S. B. E. B.,, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 12 januari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Uit artikel 427, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat de eiseres in cassatie in beginsel haar cassatieberoep moet laten betekenen aan de partij tegen wie het is gericht en dat het exploot van betekening moet worden neergelegd binnen de in artikel 429 Wetboek van Strafvordering vermelde termijn voor de neerlegging van de memories en van de kennisgeving van deze memories aan de tegenpartijen.
- Uit de samenlezing van artikel 427, tweede lid, Wetboek van Strafvordering en artikel 429, vierde lid, Wetboek van Strafvordering dat uitdrukkelijk voorziet in de sanctie van de niet-ontvankelijkheid, volgt dat de niet-tijdige neerlegging van de stukken betreffende de betekening van het cassatieberoep wordt gesanctioneerd met de niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoudens aannemelijk gemaakte overmacht.
- Een advocaat, die houder is van het getuigschrift van de opleiding in cassatieprocedures als bedoeld in boek II, titel III, Wetboek van Strafvordering en die in beginsel als enige een cassatieberoep in strafzaken kan instellen, is ongetwijfeld vertrouwd met de verplichting om de stukken betreffende de betekening van het cassatieberoep tijdig ter griffie van het Hof neer te leggen en met de sanctionering van die verplichting.
- De verplichting de stukken betreffende de betekening van het cassatieberoep tijdig neer te leggen en de sanctionering van die verplichting met een niet-ontvankelijkheid hebben tot doel het Hof en zijn parket-generaal in staat te stellen dadelijk na het verstrijken van de termijn om stukken in te dienen, de ontvankelijkheid van het cassatieberoep in te schatten en zo snel als mogelijk aan het ingestelde rechtsmiddel het nodige gevolg te geven. Toelaten dat de betekeningsstukken nog kunnen worden ingediend buiten de wettelijk bepaalde termijn behoudens overmacht, doorkruist de normale werkzaamheden van het Hof en zijn parket-generaal. De verplichting de betekeningsstukken tijdig in te dienen en de daaraan verbonden sanctionering dient dan ook de goede rechtsbedeling en getuigt niet van een excessief formalisme.
- De artikelen 860 en 861 Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op de verplichting tijdig de stukken betreffende de betekening van het cassatieberoep in strafzaken in te dienen ter griffie.
- De eiseres heeft de stukken betreffende de betekening van haar cassatieberoep aan de verweerder slechts ingediend op woensdag 3 mei 2023, dit is buiten de in de artikelen 427, tweede lid, en 429, vierde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn van twee maanden na het instellen van het cassatieberoep die een einde heeft genomen op maandag 27 maart
- Zij voert niet aan dat overmacht haar heeft belet tijdig de stukken in te dienen ter griffie. Het cassatieberoep is bijgevolg niet ontvankelijk. Middel
- Het middel dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,21 euro, waarvan 62,21 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 9 mei 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230509.2N.19 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230906.2F.8 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231004.2F.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161214.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div