id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230509.2N.24 Rolnummer: P.23.0365.N Zaak: PROCUREUR-GENERAAL HOF VAN CASSATIE c. AXA BELGIUM Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-06-12 Raadplegingen: 908 - laatst gezien 2026-06-18 17:47 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit de grondwettelijke en wettelijke opdracht en bevoegdheid van het Hof alsook uit het in artikel 6 EVRM gegarandeerde recht op een eerlijk proces vloeit voort dat het Hof, ook buiten het geval bedoeld in artikel 1113, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, een arrest intrekt indien de beslissing berust op een vergissing die niet aan de eiser te wijten is. Die verplichting geldt ook in strafzaken
(1)Zie o.m. Cass. 3 oktober 2005, AR C.05.0377.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051003.4, AC 2005, nr. 473 met concl. “in hoofdszaak” van eerste advocaat-generaal J.F. Leclercq op datum in Pas.; Cass. 10 oktober 2000, AR P.00.1267.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001010.9, AC 2000, nr. 534; Cass. 8 februari 2000, AR P.99.1805.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000208.7, AC 2000, nr. 99; S. VAN OVERBEKE, “Het Hof van Cassatie als rechter over zijn eigen arresten. Over de intrekking van cassatie-arresten en de meticuleuze en periculeuze betekening van het cassatieberoep in strafzaken”, noot bij Cass. 8 februari 2000, R.Cass., 2001, 1-24; M.-A. BEERNAERT, H. D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 9e ed., 2021, II, 1866-
- Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN. OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1113 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1113 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0365.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE, verzoeker tot intrekking, in de zaak van AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, gedwongen tussengekomen partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- K. S., burgerlijke partij, verweerster, met als raadsman mr. Johan Bally, advocaat bij de balie te Antwerpen,
- K. L. J. D. B., beklaagde, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest,
- BOUWBEDRIJF PEETERS – DE KEERSMAEKER nv, met zetel te 2030 Antwerpen, Kambalastraat 16, gedwongen tussenkomende partij, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest,
- P&V VERZEKERINGEN cv, met zetel 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koningsstraat 151-153, gedwongen tussenkomende partij, verweerster. I. VORDERING Met een vordering ontvangen ter griffie van het Hof op 9 maart 2023 heeft de procureur-generaal bij het Hof het volgende verzoek tot het Hof gericht: “Aan de tweede kamer van het Hof van Cassatie, De ondergetekende procureur-generaal heeft de eer ter kennis te brengen dat het Hof, tweede kamer, op 4 oktober 2022 onder nummer P.22.0932.N, arrest heeft gewezen inzake AXA BELGIUM nv, gedwongen tussengekomen partij, eiseres, tegen
- K. S., burgerlijke partij, verweerster,
- K. L. J. D. B., beklaagde, verweerder,
- BOUWBEDRIJF PEETERS – DE KEERSMAEKER nv, gedwongen tussenkomende partij, verweerster,
- P&V Verzekeringen cv, gedwongen tussenkomende partij, verweerster. Het cassatieberoep van eiseres is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 20 mei
- De eiseres deed tevens afstand zonder berusting in zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing die haar veroordeelt tot een provisionele vergoeding aan de eerste verweerster, deskundigenonderzoek beveelt en de zaak terug verwijst naar de eerste rechter. Het Hof oordeelde (rechtsoverwegingen 5 en 6): “Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat artikel 7.1 van de algemene voorwaarden van de door bv Werkpaard Aannemingen met de vierde verweerster gesloten verzekeringsovereenkomst dekking verleent voor schade aan derden veroorzaakt door het gebruik van heftrucks “wanneer het een verkeersrisico betreft (een ongeval dat onder toepassing valt van de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen) van een voertuig dat niet ingeschreven is, (…) de waarborg verworven [is] op het eigen terrein of werf, en daarbuiten tot op een afstand van maximaal 100 meter van een toegangspoort” en “dat wanneer het verkeersrisico in artikel 7.1 verzekerd wordt en de WAM van toepassing is, de vierde verweerster waarborg verleent “op basis van het typecontract ‘Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering Motorijtuigen’”. De appelrechters die oordelen dat er “geen WAM-verzekeraar was, ook P&V niet” voor het verkeersongeval, geven van de verzekeringsovereenkomst een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet verenigbaar is en schenden de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek. Het middel is gegrond.” Het enig middel van eiseres dat aldus gegrond werd verklaard, is gericht tegen het bestreden vonnis van 20 mei 2022, en derhalve tegen alle beslissingen van dit vonnis die eiseres aanbelangen. Het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep van eiseres tegen het beroepen vonnis van 2 oktober 2020 gewezen door de politierechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, ongegrond, bevestigt het beroepen vonnis en verwijst de zaak terug naar de eerste rechter. Eiseres werd veroordeeld tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan eerste verweerster, aan vierde verweerster en aan tweede en derde verweerders tezamen, en werd ook tot de kosten van het hoger beroep veroordeeld. Het beroepen vonnis verklaart de burgerlijke rechtsvordering van de eerste verweerster S., burgerlijk partij, tegen eiseres AXA BELGIUM nv, gedwongen tussengekomen partij, gegrond en deed derhalve uitspraak over het beginsel van de verplichting van de aansprakelijkheidsverzekeraar om het slachtoffer van een ongeval te vergoeden. Eiseres en derde verweerster BOUWBEDRIJF PEETERS – DE KEERSMAEKER nv, werden in solidum veroordeeld om aan eerste verweerster, burgerlijke partij, een provisionele schadevergoeding te betalen. Er werd een medisch-deskundig onderzoek bevolen en de zaak werd verzonden naar de eerste rechter. Het bestreden vonnis werd op vordering van derde verweerster gemeen verklaard aan eiseres en de vordering in gemeenverklaring van eiseres tegen vierde verweerster P & V VERZEKERINGEN cv, gedwongen tussenkomende partij, werd onontvankelijk verklaard. De gegrondverklaring van het middel leidt tot vernietiging van de beslissing over de verplichting van de aansprakelijkheidsverzekeraar om het slachtoffer van een ongeval te vergoeden en deze vernietiging leidt tot de vernietiging van de niet-definitieve beslissingen die er het gevolg van zijn. Het dictum van het arrest luidt: “Verleent akte van de afstand zoals vermeld. Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt over de vordering in gemeenverklaring van de derde verweerster tegen de eiseres en over de vordering in gemeenverklaring van de eiseres tegen de vierde verweerster. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep.” Nu het arrest van het Hof van 4 oktober 2022 ook leidt tot de vernietiging van het bestreden vonnis van 20 mei 2022 in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van eerste verweerster, burgerlijke partij, tegen eiseres, alsook in zoverre het de eiseres veroordeelt tot rechtsplegingsvergoedingen en tot de kosten van het hoger beroep, maar in het dictum hierover geen uitspraak doet, is er grond tot intrekking van het bedoeld arrest in zoverre het akte verleent van de afstand en de vernietiging van het bestreden vonnis beperkt tot het oordeel over de vordering in gemeenverklaring van de derde verweerster tegen de eiseres en over de vordering in gemeenverklaring van de eiseres tegen de vierde verweerster. Om die redenen, Vordert de ondergetekende procureur-generaal dat het aan het Hof behage zijn arrest AR nr. P.22.0932.N van 4 oktober 2022 in te trekken in zoverre het akte verleent van de afstand en de vernietiging van het bestreden vonnis beperkt tot het oordeel over de vordering in gemeenverklaring van de derde verweerster tegen de eiseres en over de vordering in gemeenverklaring van de eiseres tegen de vierde verweerster, en in die mate opnieuw uitspraak te doen over de voorziening van de eiseres. Brussel, 8 maart 2023 Voor de procureur-generaal, De advocaat-generaal, D. SCHOETERS” II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Uit de grondwettelijke en wettelijke opdracht en bevoegdheid van het Hof alsook uit het in artikel 6 EVRM gegarandeerde recht op een eerlijk proces vloeit voort dat het Hof, ook buiten het geval bedoeld in artikel 1113, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, een arrest intrekt indien de beslissing berust op een vergissing die niet aan de eiser te wijten is. Die verplichting geldt ook in strafzaken.
- De eerste verweerster heeft in haar “memorie van antwoord na verzoek tot intrekking” verweer gevoerd tegen de vordering tot intrekking. Bijgevolg ontbeert de eerste verweerster belang bij haar verweer dat de procureur-generaal bij het Hof de vordering tot intrekking niet heeft laten betekenen aan de procespartijen, terwijl procespartijen die een verzoekschrift tot intrekking indienen wel tot betekening zijn verplicht. De door de eerste verweerster in haar voormelde memorie in dit verband geformuleerde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof wordt bijgevolg niet gesteld.
- Om de erin vermelde redenen is de vordering van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie gegrond en is er aanleiding tot intrekking van het arrest van het Hof van 4 oktober 2022 en om bij nieuwe beschikking uitspraak te doen zoals hierna bepaald. Dictum Het Hof, Trekt het arrest in de zaak P.22.0932.N gewezen door het Hof op 4 oktober 2022 in in zoverre het akte verleent van de afstand en de cassatie beperkt tot de beslissing over de vordering in gemeenverklaring van de derde verweerster tegen de eiseres en over de vordering in gemeenverklaring van de eiseres tegen de vierde verweerster. Doet in die mate bij wijze van nieuwe beslissing uitspraak als volgt. Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt over de vordering in gemeenverklaring van de derde verweerster tegen de eiseres, over de vordering in gemeenverklaring van de eiseres tegen de vierde verweerster, en over de burgerlijke rechtsvordering van de eerste verweerster tegen de eiseres, en in zoverre het de eiseres veroordeelt tot het betalen van rechtsplegingsvergoedingen en tot de kosten van het hoger beroep. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis en van het arrest van het Hof van 4 oktober
- Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 9 mei 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230509.2N.24 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000208.7 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001010.9 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051003.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div