id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:A
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: HERHALING Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Ontzetting Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - GEWONE OPSCHORTING Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0426.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG WEST-VLAANDEREN, afdeling Ieper, eiser, tegen G. M.,, beklaagde, verweerder, met als raadsman mr. Koen Bentein, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Ieper, van 12 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen
- Het eerste middel voert schending aan van artikel 195 Wetboek van Strafvordering: de appelrechters bespreken niet de feiten waaraan de verweerder schuldig werd verklaard; zij houden bij de bestraffing geen rekening met deze door de verweerder niet betwiste snelheidsovertreding; zij betrekken bij de straftoemetingsbeslissing ook feiten die bij hen niet aanhangig waren, namelijk een inbreuk inzake het rijden zonder geldig rijbewijs; zij trekken met betrekking tot die feiten een conclusie zonder kennis te nemen van het betreffende strafdossier. Het tweede middel voert schending aan van artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet: niettegenstaande het opleggen van de vier examens en onderzoeken verplicht is als voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden van deze bepaling, onderzoeken de appelrechters in strijd met de bedoeling van de wetgever of deze maatregel wel noodzakelijk is; de appelrechters konden niet zelf de rijgeschiktheid van de verweerder beoordelen.
- Het bestreden vonnis heeft bij afwezigheid van daarop betrekking hebbende appelgrieven niet meer te oordelen over de schuld van de verweerder aan het hem verweten feit. In zoverre kunnen de middelen niet worden aangenomen.
- De toepassing van het door artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet ingevoerde bijzonder herhalingsstelsel vereist na een voorafgaande veroordeling wegens overtreding van een van de in deze bepaling vermelde artikelen een nieuwe veroordeling wegens een dergelijke overtreding. Indien de rechter de uitspraak van de veroordeling voor een dergelijke nieuwe overtreding opschort bij toepassing van artikel 3 Probatiewet, kan hij niet de bijkomende straf van het verval van het recht een motorvoertuig te besturen en de beveiligingsmaatregel van het afhankelijk maken van het herstel van dit recht van het slagen in de vier examens en onderzoeken opleggen.
- Het staat aan de rechter te oordelen of, in het licht van de doeleinden van de straftoemeting en voor zover aan de wettelijke voorwaarden daartoe is voldaan, de opschorting van de uitspraak van veroordeling een passende strafrechtelijke reactie is op het bewezenverklaarde feit.
- Die beoordeling vereist niet noodzakelijk dat de rechter het feit bespreekt waaraan de beklaagde schuldig is verklaard.
- Geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat de rechter bij die beoordeling de concrete omstandigheden betrekt waarin de feiten die hebben aanleiding gegeven tot een vroegere veroordeling zijn gepleegd. Die beoordeling vereist niet dat de rechter kennis neemt van het strafdossier dat aanleiding heeft gegeven tot die vroegere veroordeling.
- Geen enkele bepaling verzet zich verder ertegen dat de rechter bij die beoordeling bovendien de gevolgen betrekt die het opleggen van een bijkomende straf en de daaraan gekoppelde beveiligingsmaatregel voor de toestand van de beklaagde kan hebben, ook al heeft die bijkomende straf en de daaraan gekoppelde beveiligingsmaatregel in geval van een veroordeling een verplicht karakter.
- In zoverre de middelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
- Met de redenen die het bestreden vonnis (p. 4-5) bevat, verantwoordt het naar recht de beslissing de uitspraak van veroordeling van de verweerder voor het bewezen verklaarde feit van de enige telastlegging op te schorten. In zoverre kunnen de middelen niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 29,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 9 mei 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230509.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div