id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230512.1N.1 Rolnummer: C.22.0209.N Zaak: V. contra A. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2023-07-24 Raadplegingen: 1603 - laatst gezien 2026-06-15 16:11 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230512.1N.1 Fiche 1 Artikel 1134, derde lid Oud Burgerlijk Wetboek bevat een gedragsnorm, op grond waarvan de rechter de overeenkomst tussen de partijen vermag aan te vullen met bijkomende verplichtingen die voortvloeien uit de in dit artikel vervatte vereiste van goede trouw
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - UITLEGGING Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1134, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 De rechter beoordeelt onaantastbaar in feite of een contractuele verbintenis een inspannings- of resultaatsverbintenis uitmaakt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Fiche 3 Gezien een resultaatsverbintenis de schuldenaar verplicht tot het behalen van een resultaat, begaat de schuldenaar een wanprestatie als hij het resultaat niet behaalt, zonder dat de schuldeiser een fout moet bewijzen. De schuldenaar kan zich van aansprakelijkheid bevrijden indien hij de overmacht waarop hij zich beroept, bewijst
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERBINTENIS Tekst van de beslissing Nr. C.22.0209.N
- S.V.D.V.,
- ZNA vzw, met zetel te 2000 Antwerpen, Leopoldstraat 26, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0862.382.656,
- ETHIAS nv, met zetel te 4000 Luik, rue des Croisiers 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.484.654, eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen D.A.D., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 november
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 23 maart 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Artikel 1134, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de overeenkomsten te goeder trouw ten uitvoer moeten worden gebracht. Deze bepaling bevat een gedragsnorm, op grond waarvan de rechter de overeenkomst tussen de partijen vermag aan te vullen met bijkomende verplichtingen die voortvloeien uit dit vereiste van de goede trouw. Artikel 1135 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt bovendien dat overeenkomsten niet alleen verbinden tot hetgeen daarin uitdrukkelijk bepaald is, maar ook tot alle gevolgen die door de billijkheid, het gebruik of de wet aan de verbintenis, volgens de aard ervan, worden toegekend.
- De rechter beoordeelt onaantastbaar in feite of een contractuele verbintenis een inspannings- of resultaatsverbintenis uitmaakt. Het Hof kan enkel nagaan of de rechter uit de feiten die hij vaststelt, geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - er zowel tussen de verweerder en de eerste eiser als tussen de verweerder en de tweede eiseres een contractuele verhouding bestaat; - zowel de behandelingsovereenkomst met de eerste eiser als de zorgovereenkomst met de tweede eiseres aan de zijde van de behandelende arts als het ziekenhuis diverse veiligheidsverplichtingen ten aanzien van de patiënt inhouden, waaronder ook de veiligheidsverplichting om veilig medisch materiaal te gebruiken; - deze laatste veiligheidsverplichting dient te worden gekwalificeerd als een resultaatsverbintenis aan de zijde van de arts en het ziekenhuis omdat deze verbintenis geen aleatoir karakter vertoont; - op de arts en het ziekenhuis de verplichting rust om deugdelijke producten te gebruiken.
- Met deze redenen is de beslissing van de appelrechter om de behandelingsovereenkomst tussen de arts en de patiënt alsook de zorgovereenkomst tussen het ziekenhuis en de patiënt aan te vullen met een resultaatsverbintenis om veilige medische hulpzaken te gebruiken, naar recht verantwoord. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de rechter de behandelingsovereenkomst tussen een arts en een patiënt en de zorgovereenkomst tussen het ziekenhuis en een patiënt niet kan aanvullen met een resultaatsverbintenis om veilige medische hulpzaken te gebruiken, kan het niet worden aangenomen.
- In zoverre het onderdeel de appelrechter verwijt de verbintenis om veilige medische hulpzaken te gebruiken als een resultaatsverbintenis te hebben gekwalificeerd, zonder de gemeenschappelijke wil van de partijen te zijn nagegaan, kan het evenmin worden aangenomen. […] Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 338,56 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 12 mei 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230512.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230512.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div