id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230512.1N.2 Rolnummer: C.22.0349.N Zaak: FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID c. Stad Genk Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-07-24 Raadplegingen: 967 - laatst gezien 2026-06-18 13:15 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230512.1N.2 Fiches 1 - 2 Indien het aan de feitenrechter vrijstaat, in geval van afstand de afstanddoende partij te veroordelen tot een verminderde rechtsplegingsvergoeding omwille van een kennelijk onredelijke situatie dan wel omwille van procesrechtsmisbruik, gaat het Hof na of de feitenrechter op grond van gedane vaststellingen tot de verminderde rechtsplegingsvergoeding kon besluiten
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 827 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: AFSTAND (RECHTSPLEGING) - AFSTAND VAN GEDING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 827 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0349.N FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN (FAVV), met zetel te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 55, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0267.387.230, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen STAD GENK, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3600 Genk, Stadsplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.201.797, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest, in aanwezigheid van
- PROPIGS cv, met zetel te 3200 Aarschot, Nieuwlandlaan 111, bus 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0402.777.850,
- BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 23, tot gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 20 oktober
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 23 maart 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling […] Gegrondheid
- Indien het aan de feitenrechter vrijstaat, in geval van afstand in de zin van artikel 827 Gerechtelijk Wetboek, de afstanddoende partij te veroordelen tot een omwille van een kennelijk onredelijke situatie in de zin van artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wetboek dan wel omwille van procesrechtsmisbruik verminderde rechtsplegingsvergoeding, gaat het Hof na of de feitenrechter op grond van gedane vaststellingen tot de verminderde rechtsplegingsvergoeding kon besluiten.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - alle procespartijen, behalve de eiser, akkoord zijn met een afstand van rechtsvordering en zodoende overeenkomen “dat niemand nog wat dan ook te vorderen heeft van enige wederpartij en dat elk zijn eigen kosten ten laste houdt”; - ook de eiser vraagt om akte te verlenen van het akkoord, maar wel bij conclusie vordert om de verweerster te veroordelen tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding; - wanneer een afstand in de zin van artikel 827 Gerechtelijk Wetboek de verplichting tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding meebrengt, dit niet het geval is bij procesrechtsmisbruik en meer bepaald “wanneer een procespartij misbruik zou maken van zijn rechten door zich vast te klampen aan artikel 827 Ger. W. ten einde aldus te betrachten om een globaal akkoord in de weg te staan en/of te belemmeren”; - de vordering van een rechtsplegingsvergoeding door de eiser enkel tot gevolg zou hebben dat een bereikt akkoord op de helling zou komen, wat “een misbruik van een situatie uitmaakt, minstens kennelijk onredelijk is”; - de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding aan de eiser dienvolgens kennelijk onredelijk zou zijn.
- De appelrechters die op grond van voormelde redenen de eiser een rechtsplegingsvergoeding ontzeggen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de rechtsplegingsvergoeding in de procesverhouding tussen de eiser en de verweerster. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 12 mei 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230512.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230512.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div