id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:A
Art. 32
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 32
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 32
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 4 - 8 Wanneer geen opzettelijke begane onregelmatigheid of enige daarmee gelijk te stellen grove onachtzaamheid blijkt, mag de schuldigverklaring van de beklaagde steunen op onregelmatig verkregen camerabeelden zonder dat dit in strijd is met het recht op een eerlijk proces en recht van verdediging in hun geheel genomen. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 32
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 32
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 32
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Opsporingshandelingen Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 32
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: POLITIE Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 32- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr.
P.23.0373.N L. L. J. O., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Nick Heinen, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 3 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de appelrechters stellen vast dat de camerabeelden, als enig bewijselement op grond waarvan de eiser kon worden geïdentificeerd, onregelmatig zijn verkregen, onder meer omdat er geen protocolakkoord werd afgesloten met betrekking tot de plaatsing van de bewakingscamera’s in de parking, zoals bepaald in artikel 25/3, § 1, 2°, b, Wet Politieambt; bijgevolg moesten de camerabeelden op grond van voormeld artikel 32 zijn geweerd.
- Op grond van artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering oordeelt de rechter onaantastbaar of het gebruik van bewijs dat is verkregen door een onregelmatigheid waardoor geen op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereiste is miskend en het bewijs niet onbetrouwbaar is geworden, in strijd is met het recht op een eerlijk proces in zijn geheel genomen. Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt.
- Het bestreden vonnis (p. 4) stelt vast dat de politie sinds enige tijd verschillende meldingen kreeg over de organisatie van races op de eerste verdieping van het parkeergebouw Brico-Decathlon-Metropolis/Kinepolis aan de Noorderlaan 53 te Antwerpen, reden waarom ter plaatse cameratoezicht werd geïnstalleerd. Het (p. 6) oordeelt verder: “Voormeld politioneel cameratoezicht is enkel toegelaten mits het afsluiten van een protocolakkoord met ‘de beheerder’ van de desbetreffende parking aan de Noorderlaan
- Niettegenstaande het aanvankelijk proces-verbaal melding maakt van protocolakkoorden met Decathlon, Brico en de Kinepolis Group wordt enkel het protocolakkoord met de Kinepolis Group gevoegd. Op basis van het strafdossier kan niet afgeleid worden wie de beheerder van deze parking was. Enkel [D.] van Kinepolis Antwerpen werd verhoord en geen van de andere mede-concessionarissen. Het voorgelegde protocol is door hem ongedateerd ondertekend en verwijst naar de parking aan de Groenendaallaan
- Uit het strafdossier blijkt tevens niet dat enkel de noordzijde van de parking gebruikt werd zodat het pictogram ook aanwezig had moeten zijn op de verdieping aan de zuidzijde”. Het oordeelt verder “(…) dat niet moet worden overgegaan tot bewijsuitsluiting op grond van artikel 32 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering aangezien de bepalingen van de Wet op het politieambt niet op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven en de betrouwbaarheid van het bewijs niet werd aangetast. De kentekenplaat van het racend voertuig is duidelijk zichtbaar. Er werd niet meer gefilmd dan strikt noodzakelijk vanuit het oogpunt van het recht op privacy. De rechten van verdediging en het recht op een eerlijk proces werden niet in het gedrang gebracht. Het aanvankelijk proces-verbaal werd met een antwoordformulier verzonden. [De eiser] had recht op inzage in het strafdossier. Het is niet aangetoond dat de rechten van verdediging of recht op een eerlijk proces in casu definitief en onherstelbaar werden geschonden.”
- Op grond van die redenen, waaruit geen opzettelijke begane onregelmatigheid of enige daarmee gelijk te stellen grove onachtzaamheid blijkt, kunnen de appelrechters wettig oordelen dat de schuldigverklaring van de eiser mag steunen op de onregelmatig verkregen camerabeelden zonder dat dit in strijd is met eisers recht op een eerlijk proces en recht van verdediging in hun geheel genomen. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: anders dan de eerste rechter oordelen de appelrechters dat de parking een openbare weg uitmaakt; de appelrechters dienden te onderzoeken of de parking een weg is die al dan niet in feite voor het vervoer is opengesteld en in feite door het publiek wordt gebruikt; zij geven een tegenstrijdige invulling van het begrip openbare weg; zij hechten zonder motivering meer waarde aan het navolgend proces-verbaal AN.86.LB.532272/2022 van 14 april 2022 en nemen dit proces-verbaal als uitgangspunt om de plaatsgesteldheid te evalueren; een rechter dient alle feitelijke gegevens in acht te nemen en mag zich niet enkel en alleen baseren op het uiterlijke aspect van de betrokken weg of op de omschrijving die door de verbalisanten aan de weg wordt gegeven; het signalisatiebord is zeer duidelijk: de betrokken weg wordt niet gebruikt door het publiek in het algemeen; de appelrechters motiveren niet afdoende op basis van welke elementen zij beslissen dat het signalisatiebord niet doorslaggevend zou zijn; enkel het feit dat het signalisatiebord niet aan de ingang van de parking staat, kan niet determinerend zijn om te besluiten dat het om een openbare weg gaat; de appelrechters oordelen aldus op arbitraire en niet-objectieve wijze dat er sprake zou zijn van een openbare weg.
- In zoverre het middel, onder het mom van een motiveringsgebrek, in werkelijkheid opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de appelrechters of verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
- In zoverre de wet geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, kan de rechter zijn oordeel over de schuld van een beklaagde steunen op alle hem regelmatig voorgelegde gegevens die aan de tegenspraak van de partijen zijn onderworpen en waarvan hij vrij de bewijswaarde beoordeelt. Niets belet de rechter zijn beslissing te steunen op een welbepaald proces-verbaal waarvan de inhoud hem overtuigend lijkt. Dat een andere rechter daarover anders heeft geoordeeld, speelt geen rol. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Met de redenen waarmee het bestreden vonnis (p. 5-6) motiveert waarom het de parking waarop de feiten hebben plaatsgevonden aanziet als een openbare weg, is de beslissing zonder enige tegenstrijdigheid regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 16 mei 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230516.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250624.2N.45 precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230404.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230425.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div