← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:A

Art. 505

, eerste lid, 3° en 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen:

Art. 505

, eerste lid, 3° en 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen:

Art. 505

, eerste lid, 3° en 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen:

Art. 505

, eerste lid, 3° en 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 5 - 6 De verbeurdverklaring per equivalent zoals bedoeld in de bepaling van artikel 505, zesde lid, Strafwetboek, is een straf die ten belope van het verbeurdverklaarde bedrag een schuldvordering toevoegt lastens het vermogen van de veroordeelde en die op gans dat vermogen ten uitvoer kan worden gelegd; indien de verbeurdverklaring per equivalent van datzelfde bedrag aan meerdere veroordeelden wordt opgelegd, is het verhaalbaar op het vermogen van elk van die veroordeelden, zonder dat het totaal van de tenuitvoerlegging het verbeurdverklaarde bedrag mag overstijgen waarbij het niet aan de rechter staat om zich daarmee in te laten maar wel aan de veroordeelden om daarop toe te zien en aan de uitvoerende instantie om dat zo nodig te verantwoorden ter gelegenheid van de tenuitvoerlegging zelf; hieruit volgt dat het feit dat de rechter lastens meerdere veroordeelden een verbeurdverklaring per equivalent uitspreekt met betrekking tot dezelfde geldsom, als voorwerp van het in artikel 505, eerste lid, 3° of 4°, Strafwetboek bepaalde witwasmisdrijf, niet inhoudt dat hij een meervoudige verbeurdverklaring uitspreekt

(1).
(1)Cass. 12 januari 2022, AR P.21.0974.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220112.2F.5, AC 2021, nr. 27 met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH op datum in Pas.; Cass. 14 februari 2017, AR P.16.1099.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170214.5, AC 2017, nr.108; vgl. Cass. 11 december 2019, AR P.19.0888.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191211.3 (i.v.m. artikel 42, 3°, Strafwetboek). Thesaurus CAS: HELING Wettelijke bepalingen:

Art. 505

, eerste lid, 3° en 4°, en zesde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Wettelijke bepalingen:

Art. 505

, eerste lid, 3° en 4°, en zesde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 7 - 10 De artikelen 43bis, zevende lid, Strafwetboek en 505, zesde lid, Strafwetboek bepalen respectievelijk dat de rechter zo nodig het bedrag van de in artikel 42, 3°, bedoelde vermogensvoordelen of van de in het tweede lid bedoelde geldwaarde alsmede het bedrag van de verbeurdverklaring per equivalent van het voorwerp van het witwasmisdrijf. vermindert om de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen; de rechter oordeelt daarover onaantastbaar en kan daarbij onder meer rekening houden met de aard en de zwaarwichtigheid van de bewezen verklaarde feiten, de nagestreefde verrijking, de rol van de veroordeelde bij de feiten, zijn persoonlijkheid en zijn vermogenstoestand, zonder dat het noodzakelijk is dat hij al die toetsingscriteria in zijn beoordeling betrekt

(1).
(1)Cass. 28 juni 2022, AR P.22.0439.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.7, AC 2022, nr. 469; Cass. 13 maart 2018, AR P.17.0083.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180313.2, AC 2018, nr. 176. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Wettelijke bepalingen:

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis

, zevende lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 505

, zesde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: HELING Wettelijke bepalingen:

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis

, zevende lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 505

, zesde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Wettelijke bepalingen:

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis

, zevende lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 505

, zesde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen:

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis

, zevende lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 505, zesde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.23.0020.N I Y. P. J. M. O. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Maarten Vandermeersch, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Tijl Uilenspiegelstraat 26, waar de eiser woonplaats kiest. II ZOUTE STABLES nv, met zetel te 8300 Knokke Heist, De Vrede 1, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Maarten Vandermeersch, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Tijl Uilenspiegelstraat 26, waar de eiseres woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 december 2022, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 27 april 2021. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 505, eerste lid, 3° en 4°, Strafwetboek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld en de algemene verplichting van de rechter om te antwoorden op de besluiten van de beklaagde of zijn raadsman: het arrest oordeelt dat een derde van de overgeschreven bedragen vermeld onder de telastleggingen A (witwassen) een illegale oorsprong hebben en meer bepaald ontdoken vennootschapsbelastingen uitmaken; die toerekening van illegale vermogensvoordelen kan niet worden afgeleid uit de vaststellingen van het arrest en wordt door het arrest niet gemotiveerd; het vermoeden van onschuld vereist dat die bedragen eerst worden toegerekend op het legale vermogensvoordeel dat bestaat uit het saldo van het belastbare vennootschapsinkomen boven de ontdoken vennootschapsbelastingen en dan pas op het illegale vermogensvoordeel dat bestaat uit die ontdoken vennootschapsbelastingen; het arrest beantwoordt het desbetreffende verweer van de eisers niet. 2. De algemene verplichting van de rechter om te antwoorden op de besluiten van de beklaagde of zijn raadsman is geen wet in de zin van artikel 608 Gerechtelijk Wetboek en evenmin een algemeen rechtsbeginsel. In zoverre het middel miskenning aanvoert van deze verplichting, faalt het naar recht. 3. Ontdoken inkomstenbelastingen kunnen, als vermogensvoordeel uit het misdrijf belastingontduiking, het voorwerp uitmaken van een witwasmisdrijf. Daaraan wordt geen afbreuk gedaan door de eventuele vermenging van die ontdoken belastingen met legaal inkomen, dat kan bestaan uit het saldo van het belastbare inkomen van de betrokken persoon boven de vermelde belasting. 4. Wanneer de vervolgde witwashandeling bestaat uit een bankoverschrijving met geld afkomstig van een dergelijk vermengd vermogen, derwijze dat de ontdoken belastingen slechts een niet nader te bepalen breukdeel betreffen van de overgeschreven geldsom die voor het overige bestaat uit legale inkomsten, oordeelt de rechter onaantastbaar in feite hoe groot het illegale breukdeel is. Het illegale gedeelte hoeft niet overeen te stemmen met het percentage van de in het totaal ontdoken belastingen op het totale belastbare inkomen van de betrokkene, aangezien dat percentage ingevolge de vermelde vermenging is verspreid over alle betalingen die vanuit dat inkomen gebeuren. Enkel mag de rechter het bedrag van de in het totaal ontdoken belastingen niet overschrijden. 5. Hieruit volgt dat de rechter het bedrag van de overschrijving niet eerst moet toerekenen op het legale vermogen, noch dat hij in het bijzonder dient te motiveren waarom hij dat niet doet. Het vermoeden van onschuld is daaraan vreemd. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 6. Het arrest (p. 28-32) oordeelt onder meer als volgt: - rekening houdende met het percentage vennootschapsbelasting, de onder de telastlegging B vermelde inkomsten waarop deze belasting werd ontdoken en de opeenvolging van transacties, acht het hof van beroep het bewezen dat de onder de telastleggingen A vermelde bedragen ten belope van een derde een illegale oorsprong hadden. De witwastelastleggingen worden derhalve ten belope van een derde van die bedragen bewezen verklaard. Het totaal hiervan is lager dan de totale ontdoken vennootschapsbelasting volgens de telastlegging B; - derhalve worden de telastleggingen A.1 tot A.11 ten belope van volgende bedragen bewezen verklaard: A.1: 116.666,67 euro, A.2: 83.333,33 euro, A.3: 100.000,00 euro, A.4: 63.051,62 euro, A.5: 16.666,67 euro, A.6: 16.666,67 euro, A.7: 6.666,67 euro, A.8: 8.333,33 euro, A.9: 18.333,33 euro, A.10: 16.666,67 euro, A.11: 50.000,00 euro; - eisers verweer dat er geen bewijs is van het vermeende voorwerp van de geviseerde witwashandelingen of van de hoegrootheid ervan, kan niet worden gevolgd. De inkomsten waarop vennootschapsbelasting diende te worden betaald, blijken uit de bewezenverklaarde feiten onder de telastleggingen B. Het percentage vennootschapsbelasting bedroeg ten tijde van de feiten 33,99 procent; - op datum van de eerste overschrijving (A.1) was er al sprake van meer dan 300.000,00 euro ontdoken belasting in S. Ltd. Begin 2008 was dit al meer dan 500.000,00 euro. In de tweede helft van 2008 ging het al om meer dan 800.000,00 euro; - alhoewel het hof van beroep een groter breukdeel van de bedragen vermeld onder de telastleggingen A.1 tot A.11 zou kunnen bepalen als illegaal vermogensvoordeel, is het rekening houdende met het percentage vennootschapsbelasting, de ontdoken bedragen en de overgeschreven bedragen van oordeel dat het bepalen van een derde als illegaal vermogen correct en billijk is; - het vermoeden van onschuld gebiedt het hof van beroep niet om het geld onder de witwastelastleggingen eerst toe te wijzen aan de legale inkomsten van S. Ltd. (het bedrag boven de ontdoken belastingen). Het staat vast dat illegaal vermogen werd witgewassen door de verdere overschrijvingen aan de eiseres. Het hof van beroep bepaalt soeverein in feite het deel dat illegaal is. Hierdoor wordt geen inbreuk begaan op het vermoeden van onschuld, noch op enige supranationale bepaling; - de inkomsten van S. Ltd., inclusief het bedrag van de ontdoken belasting, kwamen op de rekening van S. Ltd. terecht, waarna er overschrijvingen plaatsvonden naar onder andere de eiseres. Deze overschrijvingen gebeurden deels met ontdoken belastingen en deels met het saldo van de inkomsten en de ontdoken belastingen. Met betrekking tot het gedeelte dat overeenstemt met de ontdoken belastingen gaat het om witwas. 7. Op grond van die redenen, waarmee het arrest het verweer van de eisers wel degelijk beantwoordt en de beslissing regelmatig met redenen omkleedt, kan het arrest wettig oordelen dat een derde van de overgeschreven bedragen vermeld onder de telastleggingen A.1 tot A.11 voor wat betreft de eiser en vermeld onder de telastleggingen A.2, A.3, A.5 tot A8, A.10 en A.11 voor wat betreft de eiseres, het voorwerp uitmaakt van illegale vermogensvoordelen en de eisers ten belope van de aldus bepaalde bedragen schuldig verklaren aan de vermelde telastleggingen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel 8. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 505, eerste lid, 3° en 4°, Strafwetboek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld en de algemene verplichting van de rechter om te antwoorden op de besluiten van de beklaagde of zijn raadsman: uit de vaststellingen van de appelrechters, meer bepaald dat door “de illegale vermogensvoordelen via de Hong Kong bankrekening over te maken aan een andere Belgische vennootschap, werd getracht te verhelen dat het ging om illegale vermogensvoordelen, namelijk ontdoken Belgische belastingen”, kunnen zij niet wettig afleiden dat er sprake zou zijn van de constitutieve bestanddelen verbergen, verdoezelen, verhelen of verhullen, zoals vereist voor de bewezenverklaring van de witwasmisdrijven geviseerd onder de telastleggingen A; uit de overdracht van gelden vanop een Hong Kong rekening, die aan de Belgische vennootschapsbelasting hadden moeten worden onderworpen, wat het voorwerp van de telastleggingen B uitmaakt, naar een andere Belgische vennootschap, kan op zichzelf genomen geen verbergen, verdoezelen, verhelen of verhullen worden afgeleid; minstens antwoordt het arrest niet op het verweer van de eisers. 9. De algemene verplichting van de rechter om te antwoorden op de besluiten van de beklaagde of zijn raadsman is geen wet in de zin van artikel 608 Gerechtelijk Wetboek en evenmin een algemeen rechtsbeginsel. In zoverre het middel miskenning aanvoert van deze verplichting, faalt het naar recht. 10. Met overname van de redenen van het op dit punt niet vernietigde arrest van het hof van beroep te Gent van 2 december 2020 (p. 28-32 en 35, randnummer

  1. d)in verband met de telastleggingen B.1 tot B.7, oordeelt het arrest in wezen dat S. Ltd. een door de eiser geleide schermvennootschap was die haar werkelijke zetel in België had, maar fictief in Hong Kong was gevestigd om daar op haar Hong Kong rekening buiten het oog van de Belgische fiscus belastbare inkomsten van andere vennootschappen van de eiser af te romen zonder daarop in België verschuldigde vennootschapsbelastingen te moeten betalen. Het arrest oordeelt verder dat dit tussenschuiven van een fictieve buitenlandse vennootschap om de vermelde inkomsten over te maken aan andere vennootschappen van de eiser teneinde deze toe te laten die gelden verder te gebruiken voor werken aan een manege en de aankoop van boten, de in artikel 505, eerste lid, 3° en 4°, Strafwetboek strafbaar gestelde gedragingen uitmaakt. Aldus is naar het oordeel van de appelrechters niet de aan het licht gekomen werkelijkheid van belang, namelijk dat S. Ltd. een aan Belgische vennootschapsbelastingen onderworpen vennootschap was, maar wel de door de eiser verwekte schijn dat de vermelde vennootschap in Hong Kong was gevestigd om zodoende de illegale oorsprong van een gedeelte van de overgeschreven bedragen te verbergen. 11. Het arrest kan op grond van die redenen, waarmee het wel degelijk het verweer van de eisers beantwoordt en de beslissing regelmatig met redenen omkleedt, wettig afleiden dat de eiser schuldig is aan de telastleggingen A.1 tot A.11 en de eiseres aan de telastleggingen A.2, A.3, A.5 tot A.8, A.10 en A.11. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel Eerste onderdeel 12. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 42, 1° en 3°, 43bis en 505, zesde lid, Strafwetboek: het arrest beveelt ingevolge de bewezenverklaring van de telastleggingen A.2-3, A.5-8, A.10 en A.11 zowel ten aanzien van de eiser als ten aanzien van de eiseres de bijzondere verbeurdverklaring (hierna verbeurdverklaring) per equivalent van een bedrag van 298.333,34 euro; die verbeurdverklaring kan meermaals ten uitvoer worden gelegd zodat zij onwettelijk slaat op meer dan de in artikel 505, eerste lid, 3° en 4°, Strafwetboek bedoelde zaken, meer bepaald op het dubbele van die zaken. 13. Artikel 42, 3°, Strafwetboek is niet van toepassing op de verbeurdverklaring van het voorwerp van een witwasmisdrijf. In zoverre het onderdeel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht. 14. Overeenkomstig artikel 505, zesde lid, Strafwetboek gaat de rechter over tot een raming van de geldwaarde van de zaken die het voorwerp zijn van de misdrijven bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, in zoverre die zaken niet in het vermogen van de veroordeelde zijn aan te treffen. In dat geval heeft de verbeurdverklaring betrekking op een met die waarde overeenstemmend geldbedrag en moet zij worden uitgesproken ten aanzien van alle daders, mededaders of medeplichtigen. 15. De verbeurdverklaring per equivalent zoals bedoeld in de vermelde bepaling is zodoende een straf die ten belope van het verbeurdverklaarde bedrag een schuldvordering toevoegt lastens het vermogen van de veroordeelde en die op gans dat vermogen ten uitvoer kan worden gelegd. Indien de verbeurdverklaring per equivalent van datzelfde bedrag aan meerdere veroordeelden wordt opgelegd, is het verhaalbaar op het vermogen van elk van die veroordeelden, zonder dat het totaal van de tenuitvoerlegging het verbeurdverklaarde bedrag mag overstijgen. Het staat niet aan de rechter om zich daarmee in te laten. Het staat wel aan de veroordeelden om daarop toe te zien en aan de uitvoerende instantie om dat zo nodig te verantwoorden ter gelegenheid van de tenuitvoerlegging zelf. 16. Hieruit volgt dat het feit dat de rechter lastens meerdere veroordeelden een verbeurdverklaring per equivalent uitspreekt met betrekking tot dezelfde geldsom, als voorwerp van het in artikel 505, eerste lid, 3° of 4°, Strafwetboek bepaalde witwasmisdrijf, niet inhoudt dat hij een meervoudige verbeurdverklaring uitspreekt. 17. Het onderdeel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Tweede onderdeel 18. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 42, 1° en 3°, 43bis en 505, zesde lid, Strafwetboek: het arrest beveelt lastens de eiser de verbeurdverklaring van het bedrag van 594.154,85 euro x een derde = 198.051,62 euro, herleid tot 81.394,95 euro, wegens de telastleggingen A.1, A.4 en A.9, een bedrag van 298.333,34 euro wegens de telastleggingen A.2, A.3, A.5, A.6, A.7, A.8, A.10 en A.11 en een bedrag van 1.288.609,60 euro, herleid tot 614.304,80 euro, wegens de telastlegging B, hetzij in totaal 994.034,09 euro; het arrest verklaart ten aanzien van de eiseres wegens de telastleggingen A.2, A.3, A.5, A.6, A.7, A.8, A.10 en A.11 een bedrag van 298.333,34 euro verbeurd; derhalve verklaart het arrest in totaal verbeurd: 994.034,09 + 298.333,34 = 1.292.367,43 euro; het arrest stelt echter eveneens vast dat het totale illegale vermogensvoordeel afkomstig uit de telastleggingen B slechts 1.288.609,60 euro bedraagt; het totale bedrag van de uitgesproken verbeurdverklaring op grond van de telastleggingen A en B samen overstijgt aldus het bedrag van de ontdoken belastingen op grond van de telastleggingen B. 19. Het arrest beveelt niet de verbeurdverklaring van het voorwerp van de telastlegging A.1. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. 20. Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit de in het eerste onderdeel vergeefs aangevoerde onwettigheid en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Derde onderdeel 21. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 42, 1° en 3°, 43bis en 505, zesde lid, Strafwetboek: het arrest verklaart de eiser schuldig aan de basismisdrijven onder de telastleggingen B van de witwasmisdrijven onder de telastleggingen A; het stelt ten aanzien van de eiser vast dat het basismisdrijf illegale vermogensvoordelen heeft voortgebracht ten bedrage van 1.228.609,60 euro en beveelt te zijnen laste de verbeurdverklaring van de helft ervan, dit is 614.304,80 euro, op grond van de artikelen 42, 3°, en 43bis Strafwetboek; daarnaast oordeelt het dat de onder de telastlegging A vermelde bedragen zich ten belope van een derde, zijnde 496.384,96 euro, identificeren met de illegale vermogensvoordelen afkomstig uit de telastleggingen B; vervolgens spreekt het op grond van artikel 505, zesde lid, Strafwetboek de verbeurdverklaring uit ten belope van 379.718,29 euro; door zowel de facultatieve verbeurdverklaring als de verplichte verbeurdverklaring uit te spreken van dezelfde illegale vermogensvoordelen, die eensdeels als vermogensvoordeel rechtstreeks uit de telastleggingen B zijn verkregen en anderdeels het voorwerp vormen van de navolgende witwashandelingen bepaald in de telastleggingen A, legt het arrest een dubbele en dus onredelijke straf op. 22. Artikel 43bis, zevende lid, Strafwetboek bepaalt dat de rechter zo nodig het bedrag van de in artikel 42, 3°, bedoelde vermogensvoordelen of van de in het tweede lid bedoelde geldwaarde vermindert om de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen. Artikel 505, zesde lid, Strafwetboek bepaalt dat de rechter het bedrag van de verbeurdverklaring per equivalent van het voorwerp van het witwasmisdrijf kan verminderen teneinde de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen. 23. De rechter oordeelt daarover onaantastbaar. Hij kan daarbij onder meer rekening houden met de aard en de zwaarwichtigheid van de bewezen verklaarde feiten, de nagestreefde verrijking, de rol van de veroordeelde bij de feiten, zijn persoonlijkheid en zijn vermogenstoestand, zonder dat het noodzakelijk is dat hij al die toetsingscriteria in zijn beoordeling betrekt. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. 24. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 25. Het arrest (p. 34-39) oordeelt onder meer als volgt: - de eiser bevindt zich in staat van wettelijke herhaling na te zijn veroordeeld wegens faillissementsfraude; - de eiser zette een systeem op waarbij vennootschapsbelastingen werden ontdoken, waarna hij vervolgens het verkregen voordeel overmaakte aan een andere vennootschap voor verdere besteding aan een manege en voor de aankoop van boten. Hij ontdook bovendien personenbelastingen. Alhoewel hij zijn familiale en vermogensrechtelijke belangen in België had, trachtte hij te vermijden om te worden belast als rijksinwoner. Hijzelf en zijn familie leefden wel rijkelijk van de in België verworven inkomsten, waaronder het verkregen voordeel ingevolge de belastingfraude. Om dit te bereiken werd een feitelijke scheiding voorgehouden, werden diverse adressen in het buitenland voorgehouden en werd een Hong Kong vennootschap opgericht waarlangs de inkomsten een rondje deden; - de feiten getuigen van een grenzeloze zucht naar geld en een gebrek aan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin; - voor de verbeurdverklaring hoeft het hof van beroep geen rekening te houden met kosten die de eiser desgevallend had kunnen inbrengen indien hij geen fraude zou hebben gepleegd. Evenmin belet het gegeven dat de eiser desgevallend door de fiscus op burgerlijk gebied kan worden aangesproken tot betaling van de ontdoken belastingen dat een verbeurdverklaring wordt uitgesproken; - de percentages gehanteerd door het openbaar ministerie (33,99 procent en 50 procent) zijn correct. De vermogensvoordelen uit de feiten B en C zijn correct begroot op 1.228.609,60 euro en 71.805,75 euro. De verbeurdverklaring van vermogensvoordelen is facultatief. Rekening houdende met de aard van de feiten, de omvang en de ernst ervan, de financiële drijfveer en de persoon van de eiser acht het hof van beroep het gepast om de vermogensvoordelen verbeurd te verklaren. Teneinde de eiser geen onredelijk zware straf op te leggen, ook rekening houdende met de eventuele burgerlijk fiscale gehoudenheid tot betaling van de belastingen en de hierna opgelegde verbeurdverklaring op grond van de feiten A, wordt de helft van deze bedragen verbeurd verklaard, derhalve 614.304,80 euro ingevolge feit B en 35.902,88 euro ingevolge feit C; - de verbeurdverklaring van het voorwerp is verplicht en wordt ten aanzien van alle (mede)daders uitgesproken; - rekening houdende met de aard, de ernst en de omvang van de feiten, de persoon van de eisers en de overige opgelegde straffen, wordt hierdoor geen onredelijk zware straf opgelegd, zodat het hof van beroep niet tot mildering overgaat; - er is geen sprake van een dubbele verbeurdverklaring lastens de eiser nu het hof van beroep de verbeurdverklaring op grond van de feiten B beperkt; - de uitgesproken verbeurdverklaring doet niet dermate afbreuk aan de financiële toestand van de eisers dat ze een miskenning zou inhouden van het recht op eigendom. Het hof van beroep verwijst onder meer naar de grote geldsommen die in handen waren van de eisers. Evenmin wordt door deze verbeurdverklaring aan de eisers een onredelijk zware straf opgelegd gezien de zeer ernstige en omvangrijke feiten. 26. Daaruit volgt dat de bedragen die het arrest per equivalent verbeurdverklaart als vermogensvoordelen uit de telastlegging B niet dezelfde bedragen uitmaken als deze die het arrest per equivalent verbeurdverklaart als voorwerp van de telastlegging A. 27. Voor het overige kan het arrest op grond van de voormelde redenen wettig oordelen dat het aan de eiser geen onredelijk zware straffen van verbeurdverklaring oplegt. 28. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 29. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 234,91 euro, waarvan eiser I 117,45 is verschuldigd, en eiseres II 117,46 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 16 mei 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230516.2N.4 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241231.2N.21 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170214.5 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180313.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191211.3 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220112.2F.5 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250225.2N.2 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250603.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.