← België

AG INSURANCE nv’contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230523.2N.1 Rolnummer: P.22.1779.N Zaak: AG INSURANCE nv'contra B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Handelsrecht Invoerdatum: 2023-06-12 Raadplegingen: 704 - laatst gezien 2026-06-15 08:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Een aansprakelijkheidsverzekeraar die krachtens artikelen 153, § 2, eerste lid, en § 5, Verzekeringswet, vrijwillig tussenkomt in het geding dat tegen de verzekerde is ingesteld voor het strafgerecht, kan hoger beroep instellen tegen de beroepen beslissing die haar belang schaadt; een dergelijk belang is voorhanden wanneer het hoger beroep is gericht tegen de veroordeling door de eerste rechter van de verzekerde van de verzekeraar tot vergoeding van de schade van de benadeelde en het is hierbij niet vereist dat de benadeelde een vordering heeft ingesteld tegen de verzekeraar, noch dat de verzekeraar conclusie heeft genomen. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel - 11-06-1874 - Art. 153 - 01 ELI link Pub nr 1874061150 Thesaurus CAS: VERZEKERING - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel - 11-06-1874 - Art. 153 - 01 ELI link Pub nr 1874061150 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1779.N AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53, vrijwillig tussengekomen partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen

  1. P. B., burgerlijke partij, verweerder, met als raadsman mr. Koen Dermaut, advocaat bij de balie Antwerpen,
  2. S. J. H. G., beklaagde, verweerder,
  3. AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, gedwongen tussenkomende partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, van 24 november
  4. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  5. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 172, 174, 199 en 202, 1°, Wetboek van Strafvordering, artikel 153, § 1, § 2 en § 5, Verzekeringswet en artikel 3, § 1, WAM: de appelrechters oordelen ten onrechte dat de eiseres niet over het vereiste belang beschikte om hoger beroep aan te tekenen tegen het beroepen vonnis omdat zij geen conclusie had opgesteld en er tegen haar in eerste aanleg geen vordering werd ingesteld; zij oordelen evenmin wettig dat er geen rechtsband is ontstaan tussen haar en de overige partijen.
  6. Krachtens artikel 153, § 2, eerste lid, Verzekeringswet kan de aansprakelijkheidsverzekeraar vrijwillig tussenkomen in een geding dat door de benadeelde tegen de verzekerde is ingesteld. Krachtens artikel 153, § 5, Verzekeringswet kan de aansprakelijkheidsverzekeraar, wanneer het geding tegen de verzekerde is ingesteld voor het strafgerecht, vrijwillig tussenkomen onder dezelfde voorwaarden als zou de vordering voor het burgerlijk gerecht zijn gebracht. Hieruit volgt dat de aansprakelijkheidsverzekeraar hoger beroep kan instellen tegen de beroepen beslissing die haar belang schaadt. Een dergelijk belang is voorhanden wanneer het hoger beroep is gericht tegen de veroordeling door de eerste rechter van de verzekerde van de verzekeraar tot vergoeding van de schade van de benadeelde. Niet vereist is hierbij dat de benadeelde een vordering heeft ingesteld tegen de verzekeraar, noch dat de verzekeraar conclusie heeft genomen.
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt: - de verzekerde van de eiseres werd ingevolge het ongeval van 10 september 2019 voor de politierechtbank gedagvaard wegens inbreuk op de artikelen 418-420 Strafwetboek en op artikel 12.4 Wegverkeersreglement; - op de rechtszitting van 26 oktober 2020 werd aan de eiseres akte verleend van haar vrijwillige tussenkomst; - in het proces-verbaal van de zitting van 29 maart 2021 waarop de zaak in beraad werd genomen, werd de eiseres vermeld als vrijwillig tussengekomen partij; - bij het beroepen vonnis werd de verzekerde van de eiseres veroordeeld tot vergoeding van de schade van de verweerder 1; - volgens het beroepen vonnis stelde de eiseres zelf geen vordering in en werd er ook geen vordering tegen haar gericht; - de eiseres stelde als vrijwillig tussengekomen partij hoger beroep in tegen het beroepen vonnis; - het grievenformulier van de eiseres vermeldt dat de grieven betrekking hebben op de burgerlijke rechtsvordering en volgens de eiseres haar verzekerde geen fout beging maar dat er wel een eigen fout van de verweerder 1 is.
  8. De appelrechters die vaststellen dat de verzekerde van de eiseres op grond van het beroepen vonnis gehouden is tot vergoeding van de bij het ongeval aan de verweerder 1 veroorzaakte schade en oordelen dat de eiseres niettemin geen belang had om hoger beroep in te stellen tegen dit vonnis omdat zij geen conclusie heeft opgesteld in eerste aanleg en er tussen de eiseres en de overige partijen in eerste aanleg geen geding aanhangig was aangezien er geen vordering werd ingesteld tegen de eiseres en er geen conclusie werd genomen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  9. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt over het hoger beroep van de eiseres. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 23 mei 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230523.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.