id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230523.2N.6 Rolnummer: P.22.0629.N Zaak: G. contra DE STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2023-06-12 Raadplegingen: 683 - laatst gezien 2026-06-15 11:41 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Noch artikel 1385quinquies, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, noch uit enige andere bepaling of algemeen rechtsbeginsel kan worden afgeleid dat de rechter bij wie een verzoek tot opheffing, opschorting of vermindering van de dwangsom aanhangig is, rechtsmacht zou hebben om de beslissing waarin de hoofdveroordeling is vervat waaraan die dwangsom is gekoppeld, opnieuw te beoordelen; de omstandigheid dat die beslissing volgens de verzoekers tot opheffing, opschorting of vermindering van de dwangsom is aangetast door gekwalificeerde fouten, doet hieraan geen afbreuk. Thesaurus CAS: DWANGSOM Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quinquies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quinquies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 Bij toepassing van de artikelen 1 en 6.1 Verdrag van 31 maart 1965 betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof, kunnen aan het Benelux-Gerechtshof vragen worden gesteld betreffende de uitleg van rechtsregels die gemeen zijn aan de Beneluxlanden maar die bepalingen laten de nationale rechtscolleges niet toe om een vraag te stellen aan het Benelux-Gerechtshof over de bestaanbaarheid van die rechtsregels met de nationale Grondwet of wetten of met andere verdragsrechtelijke bepalingen. Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Wettelijke bepalingen: Verdrag van 31 maart 1965 betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-gerechtshof - 31-03-1965 - Artt. 1 en 6.1 - 30 Link Justel databank 19650331-30 Thesaurus CAS: BENELUX - PREJUDICIELE GESCHILLEN Wettelijke bepalingen: Verdrag van 31 maart 1965 betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-gerechtshof - 31-03-1965 - Artt. 1 en 6.1 - 30 Link Justel databank 19650331-30 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0629.N
- V. G. C. T. E. G., eiseres tot opheffing, opschorting of vermindering van een dwangsom,
- P. E. A. G. M. R., eiser tot opheffing, opschorting of vermindering van een dwangsom, eisers, met als raadsman mr. Hugo Vandenberghe, advocaat bij de balie Brussel, tegen
- GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, met kantoor te 3500 Hasselt, Koningin Astridlaan 50, rechtstreeks gedaagde partij, eiser tot herstel, verweerder, met als raadsman mr. Christian Lemache, advocaat bij de balie Limburg,
- BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50 bus 65, rechtstreeks gedaagde partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie,
- VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de Minister-President, met kantoor te 1000 Brussel, Koolstraat 35, rechtstreeks gedaagde partij, verweerder, met als raadsman mr. Christian Lemache, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 20 april
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. FEITEN
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt het volgende : - de eisers werden in de loop van 2005 vervolgd wegens de instandhouding van een zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning opgerichte (basis)woning/chalet, een uitbreiding bij die woning, een aparte houten constructie voor drie garages en een muur die deze constructies verbindt; - bij arrest van 14 november 2007 sprak het hof van beroep te Antwerpen de eisers vrij van de telastlegging met betrekking tot de instandhouding van de basiswoning en verklaarde hen schuldig aan de telastlegging in zoverre deze betrekking had op de instandhouding van de voormelde uitbreiding, de aparte constructie en de muur, waarvoor de eisers elk tot een geldboete werden veroordeeld; - op vordering van de verweerder 1 werden de eisers bij hetzelfde arrest van 14 november 2007 veroordeeld tot het herstel van de plaats in de vorige staat door de afbraak van de uitbreiding van de chalet en de verwijdering van de houten garages en de verbindingsmuur, telkens inclusief de vloerplaat en de fundering, binnen een termijn van een jaar na het in kracht van gewijsde gaan van het arrest, op straffe van verbeurte van een dwangsom, te betalen aan de verweerder 1, van 125,00 euro per dag vertraging indien binnen de voormelde termijn niet vrijwillig wordt overgegaan tot het herstel; - het cassatieberoep van de eisers tegen het voormelde arrest van 14 november 2007 werd verworpen door het Hof bij arrest van 1 april 2008, waarbij de voor de eisers neergelegde memorie niet ontvankelijk werd verklaard omdat onder de naam van de ondertekenaar van de memorie diens hoedanigheid niet was vermeld; - op 25 september 2008 legden de eisers bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna EHRM) een verzoekschrift neer waarin een schending van artikel 6.1 EVRM werd aangevoerd omdat door het niet ontvankelijk verklaren van hun memorie door het voormelde arrest van 1 april 2008 hun recht op toegang tot een rechterlijke instantie werd miskend; - het EHRM, tweede afdeling, zetelend in een comité bestaande uit 3 rechters, heeft bij beslissing van 13 maart 2018 akte genomen van de verklaring van de Belgische regering betreffende artikel 6.1 EVRM, waarop de zaak bij toepassing van artikel 37.1 EVRM werd doorgehaald; - op verzoek van de procureur-generaal bij het Hof heeft het Hof bij arrest van 2 oktober 2018 bij toepassing van artikel 442quinquies Wetboek van Strafvordering de heropening van de rechtspleging bevolen, het voormelde arrest van 1 april 2008 ingetrokken in zoverre dit arrest heeft geweigerd uitspraak te doen over de door de eisers in hun memorie aangevoerde middelen en in die mate het cassatieberoep van de eisers tegen het arrest van het hof van beroep van Antwerpen van 14 november 2007 heeft verworpen, waarbij die middelen en de cassatieberoepen van de eisers tegen dat laatste arrest werden verworpen; - de eisers hebben in de thans voorliggende procedure bij exploten van 24 augustus 2021 de verweerders gedagvaard voor het hof van beroep bij toepassing van artikel 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek, waarbij zij vorderen dat zou worden vastgesteld dat de uitbreiding aan de woning, de drie houten garages en de siermuur werden gebouwd vóór het eerste gewestplan en in geen geval in een natuurgebied, dat het arrest van het hof van beroep van 14 november 2007 en het arrest van het Hof van 2 oktober 2018 gekwalificeerde fouten bevatten die van aard zijn om de uitvoerbare kracht ervan teniet te doen, dat zij zouden worden vrijgesproken van enig misdrijf en dat de bij arrest van 14 november 2007 opgelegde dwangsom zou worden opgeheven. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 13 EVRM, de artikelen 144, 145 en 149 Grondwet, artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek en artikel 15 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het oordeel dat het hof van beroep geen rechtsmacht heeft om het arrest van 14 november 2007 teniet te doen en de strafvordering en de herstelvordering opnieuw te beoordelen, is niet naar recht verantwoord; de eisers hadden aangevoerd dat het arrest van 14 november 2007 was aangetast door gekwalificeerde fouten, wat een incidentele rechtsvraag inhoudt waarover ook de dwangsomrechter zich dient uit te spreken teneinde de eisers een effectief rechtsmiddel in dit verband te garanderen; het gezag van gewijsde van het arrest van het hof van beroep van 14 november 2007 en van het arrest van het Hof van 2 oktober 2018 kan niet ertoe leiden dat afbreuk wordt gedaan aan de waarborgen die artikel 6 EVRM biedt.
- Het middel specificeert niet waarom het arrest artikel 149 Grondwet schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan duidelijkheid niet ontvankelijk.
- Artikel 1385quinquies, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter die een dwangsom heeft opgelegd, op vordering van de veroordeelde de dwangsom kan opheffen, de looptijd ervan kan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom kan verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen.
- Noch uit die bepaling, noch uit enige andere bepaling of algemeen rechtsbeginsel kan worden afgeleid dat de rechter bij wie een verzoek tot opheffing, opschorting of vermindering van de dwangsom aanhangig is, rechtsmacht zou hebben om de beslissing waarin de hoofdveroordeling is vervat waaraan die dwangsom is gekoppeld, opnieuw te beoordelen. De omstandigheid dat die beslissing volgens de verzoekers tot opheffing, opschorting of vermindering van de dwangsom is aangetast door gekwalificeerde fouten, doet hieraan geen afbreuk. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 13 EVRM en de artikelen 144, 145 en 149 Grondwet: de weigering van het arrest om een prejudiciële vraag te stellen aan het Benelux-Gerechtshof over de onmogelijkheid voor de dwangsomrechter om kennis te nemen van een betwisting over de hoofdveroordeling, ook wanneer die op een gerechtelijke dwaling berust, is niet naar recht verantwoord; die betwisting moet steeds kunnen plaatsvinden. Minstens dient aan het Benelux-Gerechtshof de volgende prejudiciële vraag te worden gesteld: “Schendt artikel 1385quinquies van het gerechtelijk wetboek de artikelen 1382 oud B.W., 144 en 145 van de Grondwet, de artikelen 6 en 13 van het E.V.R.M. en de artikelen 23 tot en met 28 van het gerechtelijk wetboek, doordat dit artikel aan de dwangsomrechter alleen de bevoegdheid geeft de dwangsom op te heffen, de looptijd ervan op te schorten of te verminderen in geval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen, terwijl de veroordeelde over argumenten en bewijzen beschikt om aan te tonen dat de hoofdveroordeling berust op een gerechtelijke dwaling die de aansprakelijkheid wegens gekwalificeerde fouten meebrengt van de dwangsomrechter.”
- Bij toepassing van de artikelen 1 en 6.1 Verdrag van 31 maart 1965 betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof, kunnen aan het Benelux-Gerechtshof vragen worden gesteld betreffende de uitleg van rechtsregels die gemeen zijn aan de Beneluxlanden. Die bepalingen laten de nationale rechtscolleges niet toe om een vraag te stellen aan het Benelux-Gerechtshof over de bestaanbaarheid van die rechtsregels met de nationale Grondwet of wetten of met andere verdragsrechtelijke bepalingen. Het middel, dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
- De voorgestelde prejudiciële vraag gaat uit van dezelfde onjuiste rechtsopvatting en wordt bijgevolg niet gesteld. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 82,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 23 mei 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230523.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div