id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230526.1N.8 Rolnummer: C.22.0443.N Zaak: DE BUCK AGENCY nv contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-07-24 Raadplegingen: 1406 - laatst gezien 2026-06-15 08:41 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De informatie voorzien in artikel 5, § 1 van de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten betreft een precontractuele informatieverplichting en moet aan de reiziger verstrekt worden voordat de pakketreisovereenkomst gesloten wordt maar is niet vereist opdat die overeenkomst tot stand zou kunnen komen en de reiziger erdoor gebonden zou zijn. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten - 21-11-2017 - Art. 5, § 1 - 04 ELI link Pub nr 2017014061 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0443.N DE BUCK AGENCY nv, met zetel te 9810 Nazareth, Steenweg é, bus A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0439.980.122, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- A.D.M.,
- P.D.B., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 maart
- Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. FEITEN Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de verweerders op 10 januari 2019 een overeenkomst hebben gesloten met de eiseres voor het organiseren en leveren van een rondreis (pakketreis) naar […], van 1 tot 15 juli 2019, voor de prijs van 14.175 euro; - de verweerders een voorschot hebben betaald van 5.000 euro; - naar aanleiding van een aantal terroristische aanslagen in […]in april 2019, de verweerders op 7 mei 2019 aan de eiseres hebben laten weten hun reis te willen annuleren; - de verweerders de integrale terugbetaling van het voorschot hebben gevorderd; - de eiseres een bedrag van 4.465 euro heeft ingehouden als opzegvergoeding en het saldo van 535 euro heeft teruggestort; - de eerste rechter de vordering van de verweerders tot terugbetaling van het ingehouden deel van het voorschot bij vonnis van 11 januari 2021 ongegrond heeft verklaard; - de appelrechter de vordering van de verweerders gegrond heeft verklaard en de eiseres heeft veroordeeld tot terugbetaling. III. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 5, § 1, Wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten verstrekken de organisator en, indien de pakketreis wordt verkocht via een doorverkoper, ook de doorverkoper, aan de reiziger, voordat deze is gebonden door een pakketreisovereenkomst, door middel van het relevante formulier bedoeld in bijlage I, deel A of deel B, de standaardinformatie, alsook, voor zover deze van toepassing is op de pakketreis, de informatie opgesomd sub 1° tot en met 8°.
- Artikel 5, § 1, van voornoemde wet stelt het tijdstip vast waarop de hierin bedoelde informatie aan de reiziger moet worden verstrekt, namelijk voordat de pakketreisovereenkomst gesloten is en de reiziger hierdoor dus gebonden is, en bevestigt zodoende dat het een precontractuele informatieverplichting betreft. Deze bepaling vereist niet dat de hierin bedoelde informatie wordt verstrekt, opdat een pakketreisovereenkomst tot stand kan komen en de reiziger hierdoor gebonden is.
- De appelrechter oordeelt dat: - de eiseres de middels het bij artikel 5, § 1, van de wet van 21 november 2017 voorgeschreven standaardformulier in bijlage I aan de reiziger te verstrekken informatie voordat deze is gebonden door een pakketreisovereenkomst, noch voorbrengt noch bewijst; - de bewijslast voor de naleving van de informatieverplichtingen bij de professioneel ligt, krachtens artikel 15 van de voormelde wet; - de eiseres dus als organisator het bewijs dient te leveren door middel van het hiertoe door de wet voorziene formulier, wat zij niet doet; - de verweerders enkel als stuk 1 een te ondertekenen bestelbon van 10 januari 2019 voorleggen, wat op zich niet voldoet aan het voorgaande; - artikel 5, § 1, van de voormelde wet uitdrukkelijk bepaalt dat de reiziger niet gebonden is door de bedoelde pakketreisovereenkomst wanneer de organisator niet de door middel van het relevante formulier bedoeld in bijlage I, deel A of B, standaardinformatie alsook de sub 1° tot en met 8° gebeurlijk toepasselijke informatie verstrekt; - de door de verweerders gevorderde terugbetaling van het ingehouden voorschot ten belope van 4.465 euro dan ook gegrond voorkomt.
- Door aldus te oordelen dat de pakketreisovereenkomst niet tot stand kan komen zolang de in artikel 5, § 1, van voornoemde wet bedoelde informatie niet aan de reiziger wordt verstrekt, zodat de verweerders hierdoor niet gebonden zijn, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 26 mei 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230526.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div