id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:A
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 210
, tweede lid, derde streepje - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 2 - 3 Wanneer een beklaagde of het openbaar ministerie gelet op de afwezigheid van een grief in de zin van artikel 204 Wetboek van Strafvordering ter zake, de beslissing over de schuld niet door het appelgerecht wensen beoordeeld te zien, is het appelgerecht slechts verplicht om een ambtshalve grief aan te voeren in de zin van artikel 210, tweede lid, derde streepje, Wetboek van Strafvordering, indien het zelf oordeelt dat daartoe een reden bestaat; wanneer het appelgerecht oordeelt dat er geen reden is om een ambtshalve grief in de zin van artikel 210, tweede lid, derde streepje, Wetboek van Strafvordering noch een andere ambtshalve grief aan te voeren, wordt de saisine in hoger beroep enkel beperkt door de verklaringen van hoger beroep en de in de grievenschriften aangevoerde grieven; uit geen enkele bepaling volgt dat het appelgerecht, behoudens in geval van een daartoe strekkende conclusie, dat oordeel moet motiveren
(1).
(1)Zie concl. "in hoofdzaak" OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 210
, tweede lid, derde streepje - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 210
, tweede lid, derde streepje - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0501.N
- L. H., beklaagde,
- R. M. A., beklaagde,
- H. H., beklaagde, eisers, allen met als raadsman mr. Nathalie Buisseret, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 24 maart
- De eisers 1, 2 en 3 voeren ieder in een afzonderlijke memorie die aan dit arrest is gehecht, een gelijkluidend middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 210 Wetboek van Strafvordering: met het oordeel dat de saisine in hoger beroep op grond van de ingediende grieven beperkt is tot de strafmaat en het zich niet meer over de schuld van de eisers moet uitspreken, laat het appelgerecht na te onderzoeken of de ten laste gelegde feiten wel een misdrijf uitmaken; dat oordeel is dan ook niet naar recht verantwoord. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: door louter te oordelen dat enkel het bepalen van de straf aan de beoordeling van het appelgerecht voorligt en dat de schuld van de eisers aan alle telastleggingen vaststaat zoals in eerste aanleg werd beslist, motiveert het arrest niet waarom de feiten voor de eisers een misdrijf vormen; het appelgerecht moet immers steeds ambtshalve de schuld van een beklaagde onderzoeken en motiveren waarom de aanhangige feiten constitutief zijn voor een misdrijf.
- Artikel 210, tweede lid, derde streepje, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat behoudens de door artikel 204 Wetboek van Strafvordering bedoelde grieven, de appelrechter ambtshalve slechts grieven van openbare orde kan opwerpen die betrekking hebben op de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen dan wel op het gegeven dat de feiten die bij hem wat betreft de schuldvraag aanhangig zijn gemaakt, geen misdrijf zijn of de noodzaak om deze feiten te herkwalificeren of een niet te herstellen nietigheid die het onderzoek naar deze feiten aantast.
- In de regel mag het appelgerecht de in artikel 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering vermelde middelen enkel opwerpen binnen zijn saisine, zoals die in eerste orde voortvloeit uit de verklaring van hoger beroep van de appellant en in tweede orde door de grieven die de appellant heeft opgeworpen overeenkomstig artikel 204 Wetboek van Strafvordering.
- Indien een beklaagde of het openbaar ministerie de schuld aan een bepaalde telastlegging niet als grief heeft aangeduid, maar wel een beschikking op strafgebied van de beroepen beslissing die verband houdt met de aan die telastlegging ten grondslag liggende feiten, zoals de straf of een maatregel, heeft het appelgerecht wat die beklaagde betreft ambtshalve de mogelijkheid om te oordelen of die feiten al dan niet strafbaar zijn.
- Wanneer een beklaagde of het openbaar ministerie gelet op de afwezigheid van een grief in de zin van artikel 204 Wetboek van Strafvordering ter zake, de beslissing over de schuld niet door het appelgerecht wensen beoordeeld te zien, is het appelgerecht slechts verplicht om een ambtshalve grief aan te voeren in de zin van artikel 210, tweede lid, derde streepje, Wetboek van Strafvordering, indien het zelf oordeelt dat daartoe een reden bestaat.
- Wanneer het appelgerecht oordeelt dat er geen reden is om een ambtshalve grief in de zin van artikel 210, tweede lid, derde streepje, Wetboek van Strafvordering noch een andere ambtshalve grief aan te voeren, wordt de saisine in hoger beroep enkel beperkt door de verklaringen van hoger beroep en de in de grievenschriften aangevoerde grieven. Uit geen enkele bepaling volgt dat het appelgerecht, behoudens in geval van een daartoe strekkende conclusie, dat oordeel moet motiveren.
- In zoverre de onderdelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen zij naar recht.
- Het arrest (p. 21, nr. 4.2.1.b)) oordeelt dat er ambtshalve geen grieven van openbare orde zoals bedoeld in artikel 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, werden opgeworpen. Daaruit volgt dat de appelrechters het gegeven hebben nagegaan of de aanhangig gemaakte feiten een misdrijf zijn en hebben geoordeeld dat dit het geval is. In zoverre missen de onderdelen feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 153,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 30 mei 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230530.2N.14 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230530.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div