← België

P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:A

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.

P.23.0371.N J. P., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Valerie Kruijen, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1800 Vilvoorde, Xavier Buissetstraat 26, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 16 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.3.d IVBPR, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: het arrest laat na te motiveren waarom het gegeven dat de eiser niet persoonlijk aanwezig kon zijn bij de behandeling van zijn zaak zijn recht op een eerlijk proces en zijn recht van verdediging niet heeft miskend; het onderzoekt niet of rekening houdend met de concrete elementen van de gehele rechtspleging zoals onder meer de redelijketermijnvereiste de behandeling van de zaak een verder uitstel toeliet; de raadsman van de eiser had met verwijzing naar een attest uitdrukkelijk gevraagd om de behandeling van de zaak uit te stellen opdat de eiser persoonlijk aanwezig kon zijn.
  3. Artikel 6.1 EVRM schrijft voor dat bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvordering eenieder recht heeft op een eerlijke behandeling van zijn zaak.
  4. Artikel 6.3.c EVRM bepaalt dat eenieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd het recht heeft zichzelf te verdedigen of bijstand te hebben van een raadsman naar zijn keuze.
  5. Artikel 14.3.d IVBPR bepaalt dat hij die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, bij het bepalen van een tegen hem ingestelde strafvervolging het recht heeft in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, zichzelf te verdedigen of bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze.
  6. Uit die bepalingen, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, en uit het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces volgt dat een beklaagde het recht heeft om tegenwoordig te zijn bij het tegen hem gevoerd strafproces en te beslissen of hij zichzelf zal verdedigen. De beklaagde moet zijn strafproces daadwerkelijk kunnen volgen en eraan deelnemen, als hij dat wenst. Hij moet overleg kunnen plegen met zijn raadsman, hem instructies kunnen geven, verklaringen afleggen en tegenspraak kunnen voeren over het bewijsmateriaal. De loutere omstandigheid dat de beklaagde zich kan laten vertegenwoordigen door een raadsman of effectief door een raadsman wordt vertegenwoordigd volstaat niet om hem de voormelde rechten te ontzeggen.
  7. Die rechten, waarvan de naleving moet worden beoordeeld rekening houdend met de gehele rechtspleging, zijn evenwel niet absoluut.
  8. Het staat aan de rechter onaantastbaar te oordelen of rekening houdend met alle concrete elementen van de gehele rechtspleging zoals daar zijn in voorkomend geval het gegeven dat de beklaagde zelf de uitoefening van zijn recht onmogelijk maakt, de redelijketermijnvereiste en de gevolgen van het aanslepen van de zaak voor de betrouwbaarheid van het bewijs, de behandeling van de zaak kan worden uitgesteld om de beklaagde toe te laten persoonlijk aanwezig te zijn.
  9. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  10. De raadsman van de eiser heeft op de rechtszitting van 19 januari 2023 een stuk neergelegd en met verwijzing naar dit stuk gevraagd de behandeling van de zaak uit te stellen omdat hij in Spanje verblijft en daar werkt en geen vakantie kon krijgen omwille van de corona-crisis. Het openbaar ministerie heeft zich tegen de inwilliging van dat verzoek verzet.
  11. De appelrechters verwerpen eisers verzoek met de enkele reden dat op 13 oktober 2022 bij toepassing van artikel 152 Wetboek van Strafvordering was beslist om de zaak te behandelen op de rechtszitting van 19 januari
  12. Met die enkele reden kunnen de appelrechters de verwerping van eisers verzoek om de zaak uit te stellen teneinde hem toe te laten persoonlijk aanwezig te zijn bij de behandeling van de tegen hem ingestelde strafvervolging, niet naar recht verantwoorden. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens waar het de hogere beroepen ontvankelijk verklaart en het de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Bepaalt de kosten op 158,95 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 30 mei 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230530.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160920.6 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200407.2N.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220426.2N.10 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.15 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.