id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230602.1N.12 Rolnummer: C.22.0408.N Zaak: CARREFOUR BELGIUM nv contra ALLCAS bv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Constitutioneel recht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-08-24 Raadplegingen: 1433 - laatst gezien 2026-06-18 17:12 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230602.1N.12 Fiches 1 - 2 Het niet verstrekken van de documenten bedoeld in artikel 3 van de Wet Precontractuele Informatie, dan wel het aangaan van een verbintenis alvorens de termijn van één maand na afgifte van deze documenten is verstreken, vormt een inbreuk op een wettelijke regel die een welbepaald gedrag voorschrijft en is bijgevolg een fout die de rechter toelaat om, naast de restitutieverplichtingen die uit de nietigverklaring voortvloeien, ook een aanvullende schadevergoeding toe te kennen aan de persoon die het recht verkreeg
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: KOOPHANDEL. KOOPMAN ECONOMIE Fiche 3 De nietigverklaring van de overeenkomst houdt in dat de partijen, zo mogelijk, in dezelfde toestand worden geplaatst als die waarin zij zich zouden bevinden indien zij niet hadden gecontracteerd en geeft bijgevolg aanleiding tot restitutie van reeds geleverde prestaties
(1).
(1)Zie concl. OM. Cass. 10 mei 2012, AR C.10.0707.N, AC 2012, nr.
- ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120510.
- Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - EINDE Fiche 4 De nietigverklaring van een overeenkomst met opeenvolgende wederkerige prestaties staat niet eraan in de weg dat de reeds wederzijds geleverde prestaties worden gerestitueerd, in natura of in waarde. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - EINDE Annotaties Publicaties: TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2023, nr. 7, p. 1028-
- - VANDEN BERGHE, Olivier; Noot'Omvang va restitutie en schadevergoeding na vernietiging van een commerciële samenwerkingsovereenkomst' Tekst van de beslissing Nr. C.22.0408.N CARREFOUR BELGIUM nv, met zetel te 1930 Zaventem, The Corporate Village, Bayreuth Building, Da Vincilaan 3, bus 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0448.826.918, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen ALLCAS bv, met zetel te 3680 Maaseik, Stationsstraat 36, bus 8, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0891.858.778, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 september 2021, na verwijzing bij arrest van het Hof van 12 mei
- Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 5 mei 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Artikel 3 van de wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten, zoals van toepassing vóór de opheffing ervan bij artikel 4, 2° van de wet van 2 april 2014 (hierna Wet Precontractuele Informatie), bepaalt dat minstens één maand voor het sluiten van de commerciële samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 2, de persoon die het recht verleent, aan de andere persoon het ontwerp van overeenkomst verstrekt, evenals een afzonderlijk document dat de gegevens bedoeld in artikel 4 bevat. Het bepaalt verder dat geen enkele verbintenis mag worden aangegaan voor het verstrijken van de termijn van een maand volgend op de afgifte van het in dit artikel beoogde document. Artikel 5, eerste lid, Wet Precontractuele Informatie bepaalt dat in geval van niet-naleving van een van de bepalingen van artikel 3 de persoon die het recht verkrijgt, de nietigheid van de commerciële samenwerkingsovereenkomst kan inroepen binnen twee jaar na het sluiten van de overeenkomst.
- Het niet verstrekken van de documenten bedoeld in artikel 3 Wet Precontractuele Informatie, dan wel het aangaan van een verbintenis alvorens de termijn van één maand na afgifte van deze documenten is verstreken, vormt een inbreuk op een wettelijke regel die een welbepaald gedrag voorschrijft en is bijgevolg een fout die de rechter toelaat om, naast de restitutieverplichtingen die uit de nietigverklaring voortvloeien, ook een aanvullende schadevergoeding toe te kennen aan de persoon die het recht verkreeg. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. […] Tweede middel
- De appelrechter oordeelt niet dat de kosten voor de levering van elektriciteit moeten worden terugbetaald in het kader van de restitutie volgend op de nietigverklaring van de overeenkomsten, maar wel dat zij terugbetaald dienen te worden als schadevergoeding. In zoverre het middel betrekking heeft op de terugbetaling van deze kosten, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- De nietigverklaring van de overeenkomst houdt in dat de partijen, zo mogelijk, in dezelfde toestand worden geplaatst als die waarin zij zich zouden bevinden indien zij niet hadden gecontracteerd en geeft bijgevolg aanleiding tot restitutie van reeds geleverde prestaties. Restitutie vindt in beginsel plaats in natura, maar indien dit onmogelijk of abusief blijkt, in waarde geraamd op de dag van de restitutie. De nietigverklaring van een overeenkomst met opeenvolgende wederkerige prestaties staat niet eraan in de weg dat de reeds wederzijds geleverde prestaties worden gerestitueerd, in natura of in waarde.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat bij een nietigverklaring van een deelbare overeenkomst met opeenvolgende prestaties restitutie niet mogelijk is met betrekking tot de reeds in het verleden volbrachte prestaties die niet in natura kunnen worden teruggegeven, faalt het naar recht. […] Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 347,80 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 2 juni 2023 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230602.1N.12 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230602.1N.12 precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120510.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div