← België

G.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:

Art. 37ter

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Allerlei Wettelijke bepalingen:

Art. 37ter

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 3 - 5 De bijzondere motiveringsplicht vervat in artikel 37ter, § 4, tweede lid, Strafwetboek vereist niet noodzakelijk een autonome motivering en de weigering een straf onder elektronisch toezicht uit te spreken, kan worden gemotiveerd door het opgeven of mede opgeven van de redenen ter verantwoording van een andere straf dan de straf onder elektronisch toezicht; indien de beklaagde met betrekking tot het uitspreken van de straf onder elektronisch toezicht een verweer voert, moet de rechter overeenkomstig artikel 149 Grondwet dit verweer beantwoorden, zonder dat hij moet antwoorden op elk argument dat louter tot staving van dit verweer is aangevoerd. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen:

Art. 37ter

, § 4, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Allerlei Wettelijke bepalingen:

Art. 37ter

, § 4, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Wettelijke bepalingen:

Art. 37ter

, § 4, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0318.N P. V. G. G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan Keulen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Hasselt, van 19 januari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis is onvoldoende gemotiveerd; het wijst eisers verzoek om hem niet naar de gevangenis te sturen en hem de autonome straf van het elektronisch toezicht op te leggen in algemene bewoordingen af zonder rekening te houden met zijn persoonlijkheid; een langdurige effectieve bestraffing is geenszins opportuun gezien de desocialiserende gevolgen die een veroordeling met zich mee kunnen brengen.
  3. Zelfs als een beklaagde voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor een straf onder elektronisch toezicht als bedoeld door artikel 37ter Strafwetboek, is de rechter niet verplicht die straf uit te spreken. Het staat aan de rechter te oordelen of in het licht van de met de bestraffing nagestreefde strafdoelen een dergelijke straf een gepaste strafrechtelijke reactie is. Een beklaagde heeft immers geen recht op een straf onder elektronisch toezicht. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. In zoverre het middel opkomt tegen het oordeel door het bestreden vonnis dat een straf onder elektronisch toezicht geen gepaste straf is, is het niet ontvankelijk.
  5. Artikel 37ter, § 4, tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat de rechter die weigert een door het openbaar ministerie gevorderde of door een beklaagde gevraagde straf onder elektronisch toezicht uit te spreken, zijn beslissing met redenen moet omkleden.
  6. Deze bijzondere motiveringsplicht vereist niet noodzakelijk een autonome motivering. De weigering een straf onder elektronisch toezicht uit te spreken, kan worden gemotiveerd door het opgeven of mede opgeven van de redenen ter verantwoording van een andere straf dan de straf onder elektronisch toezicht.
  7. Indien de beklaagde met betrekking tot het uitspreken van de straf onder elektronisch toezicht een verweer voert, moet de rechter overeenkomstig artikel 149 Grondwet dit verweer beantwoorden, zonder dat hij moet antwoorden op elk argument dat louter tot staving van dit verweer is aangevoerd.
  8. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  9. Met de volgende redenen bevestigen de appelrechters de door het beroepen vonnis opgelegde gevangenisstraf van 40 maanden en de weigering om een straf onder elektronisch toezicht uit te spreken (randnummer 4, p. 16): - het opleggen van een straf onder elektronisch toezicht, zoals door de eiser gevraagd, is te dezen niet gepast, noch voor de vermengde feiten onder de telastleggingen B, D, E, G, H en I, noch voor de andere bewezen verklaarde telastleggingen, en dit gelet op de aard en de ernst van de lastens de eiser bewezen verklaarde feiten, de maatschappelijke laakbaarheid ervan, zijn persoonlijkheid, zijn zeer zwaar beladen strafrechtelijk verleden, het feit dat blijkens het strafregisteruittreksel van 12 oktober 2022 zelfs het opleggen van diverse eerdere gevangenisstraffen hem niet hebben belet om zich opnieuw met een voertuig in het verkeer te begeven zonder houder te zijn van het vereiste rijbewijs, spijts een vervallenverklaring van het recht tot sturen en zonder de voorgeschreven onderzoeken met goed gevolg te hebben ondergaan, en teneinde andere weggebruikers te beschermen tegen dergelijk asociaal en verkeersgevaarlijk gedrag van de eiser; - er is een streng signaal nodig vermits de eerdere bestraffingen klaarblijkelijk zeer weinig impact hebben gehad op de eiser en bij hem alleszins niet de vrees hebben doen ontstaan om opnieuw een hoofdgevangenisstraf op te lopen; - de eerste rechter legde de eiser voor de feiten onder de telastleggingen B, D, E, G, H en I vermengd dan ook terecht een hoofdgevangenisstraf op en dit terecht voor de duur zoals bepaald in het beroepen vonnis; - de door de eiser ter rechtszitting aangevoerde argumentatie en de door hem neergelegde besluiten en stukken zijn niet van aard om andersluidend te oordelen. Aldus beantwoordt het bestreden vonnis het door het middel bedoelde verweer en is het regelmatig met redenen omkleed. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 113,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 6 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230606.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250604.2F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.