id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230606.2N.25 Rolnummer: P.23.0821.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2023-06-29 Raadplegingen: 966 - laatst gezien 2026-06-19 03:12 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 8 Uit artikel 5.2, 5.3 en 5.4 EVRM, de artikelen 21, § 3, 22, vierde lid, en 30, §§ 3 en 4, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet, alsmede het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging, volgt dat: (-) het onderzoeksgerecht dat heeft te beslissen over de handhaving van de voorlopige hechtenis in beginsel uitspraak moet doen op grond van een volledig dossier, (-) een volledig dossier een dossier is dat alle stukken van het onderzoek bevat die verband houden met de handhaving van de voorlopige hechtenis van de inverdenkinggestelde en waarover de onderzoeksrechter beschikt, (-) de inverdenkinggestelde kennis kan nemen van dit volledig dossier zoals het ter inzage wordt gelegd met het oog op behandeling door de raadkamer en van de nieuwe stukken voor wat betreft de behandeling door de kamer van inbeschuldigingstelling
(1).
(1)Cass. 27 oktober 2020, AR P.20.1051.N, AC 2020, nr. 666, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.15. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INZAGE VAN HET DOSSIER Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HOGER BEROEP Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.2 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, §§ 3 en 4, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 9 - 11 Indien ter gelegenheid van de behandeling van de zaak voor de kamer van inbeschuldigingstelling blijkt dat het dossier dat aan het onderzoeksgerecht wordt voorgelegd of waarvan de inverdenkinggestelde en zijn raadsman kennis hebben kunnen nemen, onvolledig is, kan een eventuele miskenning van de rechten van de inverdenkinggestelde worden geremedieerd door in te gaan op het voorstel de behandeling van de zaak uit te stellen opdat alsnog kennis kan worden genomen van de ontbrekende stukken en indien de inverdenkinggestelde weigert om een dergelijk uitstel te vragen en dus de remediëring van een eventuele miskenning van rechten zelf onmogelijk maakt, kan de kamer van inbeschuldigingstelling de zaak beoordelen zonder dat hij van de bedoelde stukken kennis heeft kunnen nemen; het feit dat het voorstel om de behandeling van de zaak uit te stellen tot gevolg kan hebben dat de kamer van inbeschuldigingstelling geen uitspraak kan doen binnen de termijn van vijftien dagen als bedoeld door artikel 30, § 3, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet, houdt geen schending in van artikel 22, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet noch een miskenning van het recht op een eerlijk proces of het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde
(1).
(1)Cass. 27 oktober 2020, AR P.20.1051.N, AC 2020, nr. 666, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HOGER BEROEP Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30, § 3, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 12 - 14 De loyaliteit van het openbaar ministerie wordt vermoed en om dat vermoeden te weerleggen zijn nauwkeurige en objectieve gegevens vereist; uit het enkele feit dat een nieuw dossierstuk wordt vermeld in de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie voor het onderzoeksgerecht, maar niet tijdig op de griffie ter inzage wordt gehouden voor de verdachte en zijn raadsman kan niet worden afgeleid dat het openbaar ministerie bewust inzage in dit stuk onmogelijk heeft willen maken noch kan dat bij die verdachte een vermoeden van deloyaliteit doen ontstaan. Dit houdt dan ook geen miskenning in van het recht op een eerlijk proces of het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING OPENBAAR MINISTERIE RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Tekst van de beslissing Nr. P.23.0821.N I-II K. A., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep II
- Volgens artikel 419 Wetboek van Strafvordering kan, behoudens in hier niet toepasselijke gevallen, niemand een tweede maal cassatieberoep instellen tegen dezelfde beslissing.
- Zowel de raadsman van de eiser als de eiser zelf hebben op 26 mei 2023 cassatieberoep ingesteld. Het cassatieberoep II is niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 22, vierde lid, en 30 Voorlopige Hechteniswet, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van de motiveringsplicht, de verplichting voor het onderzoeksgerecht om te antwoorden op de conclusie van de inverdenkinggestelde, het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: het arrest oordeelt dat de eiser zich niet ernstig kan beroepen op een miskenning van zijn recht op tegenspraak en zijn recht op een eerlijk proces wanneer hij weigert een kort uitstel te vragen om alsnog kennis te kunnen nemen van de stukken van het verhoor van een mede-inverdenkinggestelde van 12 mei 2023; deze nieuwe dossierstukken worden vermeld in de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie, maar werden voor de raadsman van de eiser niet tijdig ter inzage gehouden op de griffie; in zijn appelconclusie heeft de eiser desbetreffend aangevoerd dat hij door deze deloyale houding van het openbaar ministerie wordt gedwongen om afstand te doen van zijn recht om binnen een termijn van vijftien dagen na het instellen van hoger beroep een beslissing over zijn hechtenis te krijgen; het arrest beantwoordt dat verweer niet en bovendien worden eisers wettelijk inzagerecht, recht op een eerlijk proces en recht van verdediging daardoor miskend.
- Uit artikel 5.2, 5.3 en 5.4 EVRM, de artikelen 21, § 3, 22, vierde lid, en 30, § 3, en § 4, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet, alsmede het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging, volgt dat: - het onderzoeksgerecht dat heeft te beslissen over de handhaving van de voorlopige hechtenis in beginsel uitspraak moet doen op grond van een volledig dossier; - een volledig dossier een dossier is dat alle stukken van het onderzoek bevat die verband houden met de handhaving van de voorlopige hechtenis van de inverdenkinggestelde en waarover de onderzoeksrechter beschikt; - de inverdenkinggestelde kennis kan nemen van dit volledig dossier zoals het ter inzage wordt gelegd met het oog op behandeling door de raadkamer en van de nieuwe stukken voor wat betreft de behandeling door de kamer van inbeschuldigingstelling.
- Indien ter gelegenheid van de behandeling van de zaak voor de kamer van inbeschuldigingstelling blijkt dat het dossier dat aan het onderzoeksgerecht wordt voorgelegd of waarvan de inverdenkinggestelde en zijn raadsman kennis hebben kunnen nemen, onvolledig is, kan een eventuele miskenning van de rechten van de inverdenkinggestelde worden geremedieerd door in te gaan op het voorstel de behandeling van de zaak uit te stellen opdat alsnog kennis kan worden genomen van de ontbrekende stukken.
- Indien de inverdenkinggestelde weigert om een dergelijk uitstel te vragen en dus de remediëring van een eventuele miskenning van rechten zelf onmogelijk maakt, kan de kamer van inbeschuldigingstelling de zaak beoordelen zonder dat hij van de bedoelde stukken kennis heeft kunnen nemen.
- Het feit dat het voorstel om de behandeling van de zaak uit te stellen tot gevolg kan hebben dat de kamer van inbeschuldigingstelling geen uitspraak kan doen binnen de termijn van vijftien dagen als bedoeld door artikel 30, § 3, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet, houdt geen schending in van artikel 22, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet noch een miskenning van het recht op een eerlijk proces of het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde.
- De loyaliteit van het openbaar ministerie wordt vermoed. Om dat vermoeden te weerleggen zijn nauwkeurige en objectieve gegevens vereist. Uit het enkele feit dat een nieuw dossierstuk wordt vermeld in de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie voor het onderzoeksgerecht, maar niet tijdig op de griffie ter inzage wordt gehouden voor de verdachte en zijn raadsman kan niet worden afgeleid dat het openbaar ministerie bewust inzage in dit stuk onmogelijk heeft willen maken noch kan dat bij die verdachte een vermoeden van deloyaliteit doen ontstaan. Dit houdt dan ook geen miskenning in van het recht op een eerlijk proces of het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest stelt vast dat de eiser en zijn raadslieden ter rechtszitting weigerden om in te gaan op de vraag van de appelrechters of de eiser een kort uitstel wilde vragen om de in het middel bedoelde stukken van het verhoor van een mede-inverdenkinggestelde alsnog in te zien. Het oordeelt vervolgens dat de eiser zich in die omstandigheden niet ernstig kan beroepen op een miskenning van zijn recht op tegenspraak en zijn recht op een eerlijk proces. Met die reden beantwoordt en verwerpt het arrest het in het middel aangehaalde verweer van de eiser en verantwoordt het die beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen I en II. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 116,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 6 juni 2023 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230606.2N.25 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.15 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231003.2N.20 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250923.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div