id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230609.1N.1 Rolnummer: C.22.0033.N Zaak: FLOW TECH INDUSTRIES bv contra TELENET bv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-09-26 Raadplegingen: 1055 - laatst gezien 2026-06-18 18:27 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De beslagrechter moet, in geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging van een vonnis dat een veroordeling tot een dwangsom inhoudt, bepalen of de voorwaarden waarbij de dwangsom verschuldigd is, al dan niet vervuld zijn, waarbij hij het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer moet nemen, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel, en de beslagrechter niet bevoegd is de inhoud van de dwangsomtitel te wijzigen, te beperken of uit te breiden
(1)Zie Cass. 31 mei 1990, AR nr. 8645, AC 1989-1990, nr. 576. Thesaurus CAS: DWANGSOM Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 793, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1498 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0033.N FLOW TECH INDUSTRIES bv, met zetel te 8000 Brugge, Verbrand Nieuwland 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0548.826.988, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen TELENET bv, met zetel te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0473.416.418, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 25 oktober 2021. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. Krachtens artikel 793, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek kan de beslagrechter een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. Artikel 1385quater Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de dwangsom, eenmaal verbeurd, ten volle toekomt aan de partij die de veroordeling heeft verkregen en dat die partij de dwangsom kan ten uitvoer leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld. 2. In geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging van een vonnis dat een veroordeling tot een dwangsom inhoudt, moet de beslagrechter, op grond van artikel 1498 Gerechtelijk Wetboek, bepalen of de voorwaarden waarbij de dwangsom verschuldigd is, al dan niet vervuld zijn. De beslagrechter moet daarbij als maatstaf van de toetsing van de ter uitvoering van de veroordeling verrichte handelingen, het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer nemen, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel, en dat de beslagrechter niet bevoegd is de inhoud van de dwangsomtitel te wijzigen, te beperken of uit te breiden. 3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de verweerster bij vonnis van de voorzitter van de rechtbank van koophandel Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 18 oktober 2017 werd bevolen het gebruik van het teken Flow Tech te staken onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 euro per dag en per inbreuk, te verbeuren één maand na betekening van het vonnis, daar het gebruik van dat teken door de verweerster tegen de eerlijke marktpraktijken ingaat; - het hof van beroep te Antwerpen bij arrest van 27 maart 2018 voormeld vonnis heeft bevestigd, behalve voor wat de verdeling van de gedingkosten betreft, en de verweerster bijkomend heeft bevolen over te gaan tot (
- i)de onmiddellijke stopzetting en staking van het gebruik van enig met het teken Flow Tech overeenstemmend teken zoals Flow Technologie, dit onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 euro per vastgestelde inbreuk, te verbeuren één maand na de betekening van het arrest, en tot (
- ii)de publicatie van de veroordeling door de verweerster op haar webpagina binnen de 72 uur na de betekening van het arrest en gedurende 30 kalenderdagen, onder verbeurte van een dwangsom van 50.000 euro per dag vertraging; - het hof van beroep te Antwerpen zijn beslissing grondt op de overweging dat uit de door de eiseres voorgelegde stukken – waaronder een persbericht van de verweerster van maart 2017 – blijkt dat de verweerster sinds maart 2017 handel drijft met aanwending van het aan de handelsnaam van de eiseres identieke teken Flow Tech, dat de verweerster na betekening van het beroepen vonnis ook het overeenstemmend teken Flow Technologie is gaan gebruiken en dat de eiseres heeft aangetoond dat de verweerster door de aanwending van de overeenstemmende tekens Flow Tech en/of Flow Technologie in het raam van haar handelsactiviteiten op de telecommunicatiemarkt bij het relevante publiek van ondernemingen daadwerkelijk verwarringsgevaar heeft gecreëerd. 4. De appelrechters oordelen dat: - de huidige betwisting de aanwezigheid betreft van een persbericht waarin, na aanpassing ervan, nog twee keer het begrip Flow Tech voorkomt, gedurende een periode van 12 dagen (13 april tot en met 24 april 2018); - volgens de verweerster het persbericht niet meer op haar website stond maar op een niet voor het publiek bestemde plaats op haar servers, nadat zij op 13 april 2018 (naar aanleiding van een eerder bevel tot betalen over ditzelfde persbericht) het persbericht van haar website heeft verwijderd, en de eiseres het tegendeel niet aantoont; - uit de vaststellingen van de gerechtsdeurwaarder van 17 en 24 april 2018 blijkt dat dit persbericht niet meer via de website van de verweerster werd teruggevonden, maar wel door het intikken in een webbrowser van de volgende URL: https://press.telenet.be/telenet-introduceert-flow#, daar waar voordien, zoals blijkt uit het proces-verbaal van vaststelling van 12 april 2018, het persbericht kon worden teruggevonden via het keuzemenu van de website; - het ten deze gaat om een persbericht dat terug te vinden was op de servers die eigenlijk niet bestemd zijn voor het publiek; - de eiseres noch aantoont dat het persbericht in de betreffende periode nog kon worden teruggevonden via het ingeven van zoektermen, zoals google, bing of yahoo, noch dat dit kon worden teruggevonden via de website van de verweerster zelf; - nu het persbericht verwijderd werd van de website van de verweerster en de eiseres enkel aantoont dat het nog kon worden teruggevonden door het intikken van een welbepaalde URL, die kennelijk enkel toegang verschafte tot de server van de verweerster waarop het verwijderd persbericht nog een aantal dagen bewaard is gebleven na verwijdering, er niet zonder redelijke discussie sprake is van een inbreuk op het stakingsbevel; - de eiseres immers enkel aantoont dat er sprake is van een aanwezigheid van niet op gewone wijze voor het publiek toegankelijke data op een server, wat niet te beschouwen is als een gebruik van het teken in de zin van de dwangsomtitel, rekening houdend met het doel en de strekking ervan, zodat geen dwangsommen verbeurd zijn. 5. Door aldus in het licht van het doel en de strekking van de dwangsomtitels te oordelen dat het persbericht in de betrokken periode voor het relevante publiek van ondernemingen niet of moeilijk vindbaar was, zodat dit publiek door het gebruik van het teken Flow Tech in dit persbericht niet in verwarring kon worden gebracht, en op die grond te beslissen dat er geen sprake is van een verboden gebruik in de zin van de dwangsomtitels, wijzigen de appelrechters de inhoud hiervan niet en overschrijden zij hun bevoegdheid niet. Zij verantwoorden hun beslissing derhalve naar recht. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. 6. In zoverre het onderdeel de schending aanvoert van de artikelen 23 tot en met 26 Gerechtelijk Wetboek en de miskenning van de bewijskracht van de dwangsomtitels, is het afgeleid en derhalve niet ontvankelijk. […] Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 963,12 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 9 juni 2023 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230609.1N.1 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241122.1N.7 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div