← België

D. contra Orde der Artsen

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230609.1N.2 Rolnummer: C.20.0589.N Zaak: D. contra Orde der Artsen Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-09-26 Raadplegingen: 693 - laatst gezien 2026-06-17 10:01 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Artikel 785, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is van toepassing is op de tuchtbeslissingen van de raad van beroep van de Orde der artsen, nu geen enkele niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepaling betreffende de procedure voor de raad van beroep van de Orde der artsen bijzondere regels bevat inzake de ondertekening van de tuchtbeslissingen van de raad van beroep, noch enig rechtsbeginsel dat van toepassing is op de tuchtprocedure voor de raad van beroep onverenigbaar is met de toepassing van voormeld artikel

(1).
(1)Zie Cass. 31 mei 1990, AR nr. 8645, AC 1989-1990, nr.
  1. Thesaurus CAS: GRIFFIE. GRIFFIER Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 785, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - BEROEPSORDEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 785, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0589.N D.D., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, die zijn ambt verleent op concept en vordering, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen ORDE DER ARTSEN, met zetel te 1030 Schaarbeek, de Jamblinne de Meuxplein 34, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0218.023.930, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de raad van beroep van de Orde der artsen, met het Nederlands als voertaal, van 19 oktober
  2. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling […] Tweede middel
  3. Krachtens artikel 2 Gerechtelijk Wetboek zijn de in dit wetboek gestelde regels van toepassing op alle rechtsplegingen, behoudens wanneer deze geregeld worden door niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbeginselen, waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van het wetboek. Krachtens artikel 785, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek maakt de griffier, indien de voorzitter of een van de rechters in de onmogelijkheid verkeert om het vonnis te ondertekenen, daarvan melding onderaan op de akte en is de beslissing geldig met de handtekening van de overige rechters die ze hebben uitgesproken. Geen enkele niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepaling betreffende de procedure voor de raad van beroep van de Orde der artsen bevat bijzondere regels inzake de ondertekening van de tuchtbeslissingen van de raad van beroep, noch is enig rechtsbeginsel dat van toepassing is op de tuchtprocedure voor de raad van beroep onverenigbaar met de toepassing van voormeld artikel 785, eerste lid. Bijgevolg volgt uit voormelde bepalingen dat artikel 785, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek van toepassing is op de tuchtbeslissingen van de raad van beroep van de Orde der artsen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. In zoverre het middel aanvoert dat dr. P.V. geen geldige reden had om de beslissing niet te ondertekenen, vraagt het van het Hof een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 315,38 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 9 juni 2023 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230609.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.