id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230609.1N.3 Rolnummer: C.22.0164.N Zaak: L. contra H. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-09-26 Raadplegingen: 930 - laatst gezien 2026-06-15 08:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230609.1N.3 Fiches 1 - 2 Ingeval van een vordering tot ontbinding van de pachtovereenkomst door de schuld van de pachter beoordeelt de rechter of de wanprestatie van de pachter ernstig genoeg is om de ontbinding uit te spreken en wordt de ernst van de wanprestatie beoordeeld in het licht van het bestaan, voor de verpachter, van een schade ten gevolge van die wanprestatie
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Verplichtingen van partijen Wettelijke bepalingen: Wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen - 04-11-1969 - Art. 29, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1969110401 Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Einde (Opzegging. Verlenging. Terugkeer. Enz) Wettelijke bepalingen: Wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen - 04-11-1969 - Art. 29, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1969110401 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0164.N R.L., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- M.H.,
- M.H.,
- A.H., verweersters, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen.
- H.M., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, van 20 december
- Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 29, eerste lid, Pachtwet bepaalt dat indien de pachter van een landeigendom dit niet voorziet van de dieren en het gereedschap nodig voor het bedrijf, indien hij met de bebouwing ophoudt, indien hij bij de bebouwing niet als een goed huisvader handelt, indien hij het gepachte voor een ander doel aanwendt dan waartoe het bestemd was, of, in het algemeen, indien hij de bepalingen van de pachtovereenkomst niet nakomt, en daardoor schade ontstaat voor de verpachter, deze, naar gelang van de omstandigheden, de pachtovereenkomst kan doen ontbinden. Artikel 29, tweede lid, Pachtwet bepaalt dat in geval van ontbinding door de schuld van de pachter, deze gehouden is tot schadevergoeding.
- Uit het gebruik van de bewoordingen “daardoor schade ontstaat voor de verpachter” en “naargelang van de omstandigheden”, alsook uit de verplichting voor de pachter om die schade te vergoeden “in geval van ontbinding door (zijn) schuld”, moet worden afgeleid dat, enerzijds, de wetgever gewild heeft dat de rechter beoordeelt of de wanprestatie van de pachter ernstig genoeg is om de ontbinding uit te spreken en, anderzijds, dat de ernst van de wanprestatie beoordeeld moet worden in het licht van het bestaan, voor de verpachter, van een schade ten gevolge van die wanprestatie.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eerste rechter heeft geoordeeld: “Het ophouden met de bebouwing en het feit dat er geen actief (beroepsmatig) landbouwbedrijf meer is, maakt dat de pachtovereenkomst op grond van artikel 29 van de Pachtwet moet worden ontbonden”.
- De appelrechter oordeelt dat: - de eerste rechter zeer terecht gewag heeft gemaakt van een schending van artikel 29 van de Pachtwet door de pachter en zich wel degelijk heeft gekweten van zijn motiveringsplicht; - de eiser de bepalingen van de Pachtwet niet nakomt, vermits uit niets blijkt dat er actief landbouwgronden bedrijfsmatig worden geëxploiteerd; - uiteraard zulks een voldoende ernstige tekortkoming is welke de ontbinding van de pachtovereenkomst verantwoordt en waardoor de verpachter schade kan lijden.
- Door aldus de pachtovereenkomst te ontbinden, zonder vast te stellen dat de wanprestatie van de pachter schade heeft veroorzaakt voor de verpachter, schendt de appelrechter artikel 29 Pachtwet. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 9 juni 2023 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230609.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230609.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div